Lessen die je leert onderweg naar Santiago de Compostella

Jaarlijks gaan er 300.000 mensen op pelgrimstocht naar Santiago de Compostella. Waarom? Sommigen zijn op zoek naar rust, anderen naar zingeving. Er zijn pelgrims die zoeken naar God, maar er zijn ook mensen die gewoon van de natuur of van de sportieve uitdaging houden. Ook redacteur Rogier Pelgrim liep de ‘Camino’. Lees hier wat hij op zijn tocht leerde!

Lessen die je leert onderweg naar Santiago de Compostella

"Mijn naam is Rogier Pelgrim. Mooie achternaam hè? Als er iets is dat ik niet aan mezelf zou willen veranderen, dan is het die achternaam wel. Sterker nog, in 2016 heb ik mijn achternaam eer aan gedaan. Ik ging voor de tweede keer op pelgrimage naar Santiago de Compostella. Met niet meer dan acht kilo in mijn backpack heb ik zeker 250 kilometer in tien dagen afgelegd. Vond ik best stoer van mezelf. Het was een tocht langs vele herbergen en prachtige vergezichten. Maar ook een tocht waarin ik mezelf flink ben tegengekomen. Dankzij de ‘camino’ (de weg) ben ik een aantal levenslessen rijker.  

Camino

Mijn avontuur begon helemaal anders dan ik had gepland. Ik zou vertrekken vanuit Noord-Spanje. Maar na een lange ochtend op Schiphol werd mijn vlucht gecanceled. Ik kon die dag nog wel vliegen naar Porto waarvandaan ook een route naar Santiago loopt. Ik besloot mijn plannen rigoureus te wijzigen. Eigenlijk niks voor mij. Want als ik een plan maak wil ik er koste wat het kost aan vasthouden. De ‘camino’ had me nu al te grazen genomen, en ik was nog niet eens begonnen. 
In Porto kwam ik erachter dat de route naar Santiago zeker 250 kilometer zou zijn. Dat was eigenlijk veel meer dan ik gepland had. Ik had maar tien dagen. Het zou krap worden, maar ik wilde de uitdaging niet uit de weg gaan. Wel een beetje jammer, want ik deed dit eigenlijk om tot rust te komen.

De volgende ochtend vertrok ik uit Porto. Gele pijlen leidden mij langzaam maar zeker de heuvelachtige stad uit. Een vriendelijke meneer wenste mij een ‘Bom caminho’, een goede reis. Een groet die ik onderweg nog vaak zou horen. Gek genoeg gaf deze blijk van solidariteit me moed. En een beetje moed kon ik wel gebruiken, want ik wist niet waar ik aan begonnen was. Aan het einde van een zonnige dag werd ik warm onthaald in een klooster. Les 1: de waarde van gastvrijheid is iets dat ik echt meer ben gaan waarderen door deze tocht. Die avond at ik met een Amerikaans stelletje in een restaurant. Een van hen heette Andrew, hij speelde fluit en praatte heel erg veel. Ik had de hele dag bijna niemand gesproken dus het gezelschap deed me goed.       

Reddende engelen

De dagen die volgden waren mooi en zwaar. Ik volgde de gele pijlen en schelpen langs de route. Ze leidden me langs wijngaarden, pittoreske dorpjes en eucalyptusbossen. Op dag vier zou de weg me naar Ponte De Lima brengen, een tocht van 37 kilometer, met continu die brandende zon in mijn nek. Halverwege de dag was ik behoorlijk gesloopt. Gelukkig kwam ik Sonja, een verpleegster uit Berlijn tegen. Zodra je iemand hebt om mee te praten, vliegen de kilometers voorbij. Ik denk dat die etappe veel zwaarder was geweest als ik Sonja niet was tegengekomen. 

Maar de dag daarna, opnieuw vol goede moed, werd ik geconfronteerd met een kleine ramp. Ik stootte mijn voet tegen een steen. En plotseling lag mijn zool van mijn schoen af. Hoe kon ik ooit mijn tocht afmaken? 
Maar gelukkig was daar reddende engel 2: Jessica uit Tsjechië. Ze liep langs en had toevallig een rolletje tape bij zich. Het hele rolletje ging om mijn schoen zodat ik toch kon doorlopen. Ik had het tempo er goed in. Een dag later passeerde ik de Spaanse grens en kon ik gelukkig nieuwe schoenen kopen in een stad.

De dagen daarop werd het regenachtig. Ik merkte bij mezelf dat ik chagrijnig werd. Zo begon ik me te ergeren aan alle mensen die me steeds een ‘buen camino’ toewenste. En ik merkte dat ik lichamelijk en mentaal veel van mezelf vroeg. Maar goed, ik móest wel op tijd in Santiago aankomen. Dus ik moest en zou doorgaan!

Tekst gaat door onder de foto

Het niet opgeven werd beloond: Rogier haalde Santiago
Rogier bij de kathedraal van Santiago

Moet ik opgeven?

De dag voordat ik in Santiago zou aankomen was een behoorlijk dramatische. Toen ik die ochtend uit mijn bed stapte merkte ik dat ik behoorlijk misselijk en duizelig was. Ik voelde me knalberoerd en besefte dat ik zo niet kon vertrekken. Het was een klap in mijn gezicht. Ik was bijna in Santiago, moest ik nu toch opgeven? Ik belde met een dokter in Nederland. Die zei dat ik me niet te druk moest maken en vooral moest proberen een stukje te lopen om de duizeligheid tegen te gaan. Het was half twaalf in de ochtend, dus ik besloot naar het centrum van het stadje te lopen voor lunch. 

Ik had een boek van theoloog Tom Wright bij me. Hij haalde een passage uit Psalm 126 aan: ‘Wie in tranen op weg gaat, dragend de buidel met zaad, zal thuiskomen met gejuich, dragend de volle schoven.’ Ik weet niet precies waarom, maar plotseling zat ik daar jankend, op dat terrasje. De ‘camino’ had me nu toch klein gekregen. Deze tocht was een soort wedstrijd met mezelf geworden en mijn lijf en mijn geest leerden me de les: soms is het tijd om rustig aan te doen. Die middag ben ik gek genoeg wel gaan lopen, al was het in een soort bejaardentempo. Ik voelde me een stuk minder stoer dan de dagen daarvoor.

Op dag tien kwam ik heelhuids aan in Santiago. In mijn eentje stond ik juichend op het plein voor de kathedraal. Kreeg Psalm 126 toch gelijk, ik was onderweg gegaan met tranen, maar kwam aan met gejuich. 

Wat ik geleerd heb van deze tocht? Een aantal dingen. Het is prima om ambitieus te zijn, maar niet tot elke prijs. En het is prima om jezelf een doel te stellen, maar soms is het ook niet erg om je doelen aan te passen. En het is prima om in eentje op weg te gaan. Maar onderweg is de hulp van anderen onmisbaar.