'Beloon leraren extra waar de nood het hoogst is'

Amsterdamse wethouder op de bres voor haar leerkrachten

De griepgolf is weer in het land en de eerste basisschoolklassen zijn al naar huis gestuurd omdat er bij ziekte van de onderwijzers nauwelijks vervangende leraren te vinden zijn. Het lerarentekort is een regelrechte onderwijscrisis, want voor goed onderwijs heb je allereerst een leraar voor de klas nodig. Als onderwijswethouder met veel ambitie om kinderen gelijke kansen te bieden vind ik het buitengewoon frustrerend om met dit tekort geconfronteerd te worden. De grote steden worden bovendien nog harder dan andere steden getroffen door het lerarentekort en een specifieke groep kinderen dreigt hiervan het meest de dupe te worden. Het kabinet kan hier wat aan doen, door daar waar de nood het hoogste is leraren extra te belonen.

'Beloon leraren extra waar de nood het hoogst is'

Dat grote steden - en met name Amsterdam - harder getroffen worden door het lerarentekort heeft vele oorzaken: het aantal leerlingen stijgt hier, dus het aantal benodigde leraren wordt steeds groter. Het leven in de stad is duurder dan daarbuiten. De toegang tot de woningmarkt is vele malen beperkter en ook de forenzende leraar heeft er mee te maken dat Amsterdam steeds autoluwer wordt. Bovendien zijn de uitdagingen in een grootstedelijke klas groot en divers. Dat geldt met name voor die klassen in buurten waar veel armoede is en ouders in beslag genomen worden door hun eigen zorgen.

Verschil

Juist deze kinderen, die vanuit huis het minste meekrijgen, verdienen het allerbeste onderwijs en de allerbeste leraren. Want voor deze kinderen kan onderwijs echt het verschil maken. Helaas zie ik te vaak het omgekeerde: scholen in de ‘betere’ wijken van de stad, met leerlingen die vanuit huis uit al goed op weg worden geholpen, hebben minder moeite om leraren aan te trekken dan scholen waar er meer van leraren wordt gevraagd. Hierdoor treft het lerarentekort vooral die kinderen die goed onderwijs het hardste nodig hebben. 

Meer loon!

Amsterdam doet veel tegen het lerarentekort, meer dan elke andere stad in Nederland. We hebben woningen beschikbaar gesteld, geven reiskostenvergoedingen en investeren fors in zij-instromers en de begeleiding van beginnende leraren. We subsidiëren conciërges en een gym- of muziekleraar, zodat de vaste leraar even zijn handen vrij heeft. Maar een van de grootste hindernissen kunnen we niet wegnemen: de te lage salarissen in het onderwijs. Natuurlijk moeten die omhoog. Het is niet uit te leggen dat we de mensen die we elke dag onze kinderen toevertrouwen om ze voor te bereiden op de toekomst, zo slecht belonen. En het is ook niet uit te leggen dat we de leraren met de zwaarste taak vaak het slechtst belonen. Want waarom verdien je meer in het voortgezet onderwijs dan op de basisschool en meer op het gymnasium dan op het VMBO?

Kansgelijkheid

Is het niet veel logischer om die leraren het beste te belonen die het hardste nodig zijn en het grootste verschil kunnen maken? Vorige maand bracht een Amsterdamse Denktank bestaande uit slimme, creatieve denkers uit het bedrijfsleven en onderwijsveld advies uit over het lerarentekort. Een van hun suggesties, gericht aan het kabinet, is een extra toelage voor leraren in grote steden, omdat hier het tekort het grootst is. Een volstrekt logische suggestie wat mij betreft. Ik zou daaraan toe willen voegen dat we ook beter moeten belonen in die wijken met de meeste achterstand. Juist daar hebben we de beste leraren nodig. Leraren die bereid zijn een extra inspanning te leveren om zo echte kansengelijkheid bevorderen. En wie inspringt waar de nood het hoogst is, verdient extra beloning. Daar ligt een schone taak voor het kabinet. 

Marjolein Moorman, Wethouder Onderwijs Amsterdam