School is saai...

Lang leve de school!

Verkleed de polonaise lopen omdat het carnaval is, een Sinterklaasfeest met zes pieten én een uitgebreid kerstdiner. Dat zijn de tradities die de meeste scholen hoog willen houden. Jammer genoeg hebben deze activiteiten maar weinig met onderwijs maar veel met feesten en vieringen van doen. En als een leraar of schoolleider bij het spreken over deze feesten het woord 'traditie' gebruikt, dan weet je dat je er maar beter geen kritische noot over kunt kraken.

School is saai...

Maar toch zou ik dat eens overwegen, en wel om twee redenen. Allereerst worden deze tradities vaak genoemd om de school als 'onderscheidend' te positioneren. Wat wij doen is bijzonder, zo klinkt het. Dat is niet zo, maar dit terzijde. Als ik een school had – en die heb ik – dan zou ik onderscheidend willen zijn op de kwaliteit van het onderwijs en niet op de activiteiten die worden georganiseerd. En dat brengt me tot de tweede reden om kritisch te kijken naar alle activiteiten die scholen opnemen in hun jaarkalender: het zorgt voor extra werkdruk bij leraren.

Snijden in de feesten

Eva (Naaijens, red.) en ik namen ruim twee jaar geleden een bestaande school over. We beloofden het team enkele zaken. Een daarvan was de verlaging van de werkdruk. Om dit te bereiken keken we samen met het team kritisch naar alle activiteiten die werden georganiseerd. Een eerste voorstel van het team was om te snijden in de feesten. Carnaval sneuvelde en Sinterklaas en Kerst kregen een soberder, eenvoudiger karakter.

In ons boek beschrijven we dat een school allereerst een plek is waar kinderen komen om te leren. Dat lijkt een open deur, maar wie het onderwijs enigszins kent weet dat het op veel scholen in de kernvakken in de knel komt door de deelname aan allerlei lessenseries en activiteiten. In de laatste Staat van het Onderwijs staat te lezen dat er scholen zijn waar leerlingen te weinig taalonderwijs krijgen omdat er zoveel tijd gaat naar randzaken.

Weg met de vergaderingen

Onze aanpak op de Alan Turingschool hebben we beschreven in het boek En wat als we nu weer eens gewoon gingen lesgeven? We beschrijven daarin een kwaliteitsaanpak die processen in school stroomlijnt, werkdruk vermindert en de leraar helpt om beter te worden in haar vak. Zaken die geen waarde toevoegen doen we niet. We vergaderen nauwelijks, omdat de meeste processen zijn beschreven en voor iedereen duidelijk zijn. De leraar staat centraal. Immers, de vakman voor de groep kan het verschil maken. En omdat de leraar centraal staat, profiteren onze leerlingen optimaal. De zieltogende school die we aantroffen bloeit, er is een wachtlijst en de resultaten gaan gestaag omhoog.
Naast dat we gebroken hebben met de illusie dat een school een door tradities aan elkaar hangend geheel moet zijn, hebben we de leraren ook laten zien dat je met eenvoudige ingrepen de werkdruk kunt verlagen en daardoor het werkplezier kunt verhogen. Leraren denken dat ze veel moeten, terwijl dit feitelijk onjuist is. Er moet weinig en er mag veel. En juist met dat laatste moet je terughoudend zijn.

Van vakantie naar vakantie

Als je in het Nederlandse onderwijs al kunt spreken over tradities, dan is de meest kenmerkende waarschijnlijk het gebrek aan een goede organisatie. Leraren slepen zich door gebrek aan duidelijkheid en sturing van vakantie naar vakantie. Juist omdat wij de school ontdaan hebben van alle rompslomp en papieren tijgers, is het een oase van rust voor iedereen. Een plek waar veel leraren werken of graag willen werken.

De school is saai. Lang leve de school!
 

Martin Bootsma is een kleine 25 jaar leraar in het basisonderwijs. Na een opleiding politicologie heeft hij bewust voor het basisonderwijs gekozen. In 2011 was hij Leraar van het Jaar in het primair onderwijs. Hij is teamleider en leraar op de Alan Turingschool. 
Samen met Eva Naaijkens schreef hij het boek 'En wat als we nu weer eens gewoon gingen lesgeven?'