Als een carnavalswagen in de storm

Een column van pastoor Jan Jaap van Peperstraten

Aankomende woensdag begint de Vastentijd. Volgens Jan Jaap van Peperstraten is dit een tijd waarin we ontdekken waar onze pijnplekken zitten en daar mee leren omgaan. Zonder strijd opgaan naar Pasen is immers niet geloofwaardig...

Als een carnavalswagen in de storm

Terwijl ik deze column schrijf gaat het buiten stevig tekeer. Het is nog maar de vraag of alle carnavalswagens het einde van de dag halen. Je ziet het beeld zo voor je: afgewaaide fopneuzen, rondvliegende pruiken en krakende en piepende wagens waarbij al gauw duidelijk wordt waar de zwakste plek ligt: díe plek kraakt namelijk het meest!

Stormachtige tijd

Zo is het denk ik ook met de Vastentijd, de periode – zondagen niet meegerekend – tussen Aswoensdag en Pasen. Het is een tijd van ontzegging en vereenvoudiging, een tijd van aandacht voor het geestelijk leven, en aandacht voor de medemens. Maar bovenal is het – ondanks de rust die de Vastentijd uitstraalt – een stormachtige tijd.  

Vanaf Aswoensdag steekt de storm van de Geest op en stort zich op onze feestneuzen, pruiken en hoogopgetrokken carnavalswagens van het leven. En als de regen je dagelijkse make-up laat uitlopen wordt voor de ogen van het hart zichtbaar wat er onder ligt. Ondertussen horen we onze wagens vervaarlijk kraken. Dáár zit onze zwakke plek! Zó zijn we echt!

Het is niet altijd leuk om met onszelf geconfronteerd te worden. We hebben niet graag dat de praalwagens van ons leven door hun assen zakken. We willen onszelf altijd van onze beste kant laten zien. Maar we weten, diep van binnen, dat de werkelijkheid een andere is. Dat we kwetsbare mensen zijn. Dat we een wagen vol onmin en onaangenaamheden met ons mee dragen. En vervelender nog: dat we onze eigen pijn maar al te vaak op andere mensen afreageren.  Onze eigen eenzaamheid, onbegrepenheid het gevoel dat we tekortkomen – in dat alles maken we andere mensen op een negatieve manier deelgenoot. Dát besef mag ook een flukse windstoot voor ons zijn.

Waar kraakt het? 

Zo begrepen heeft de Vastentijd misschien minder te doen met “tot jezelf komen” in de zin van je eens wat meer ontspannen en wat meer je adem vinden in de hectiek van alledag. Het is misschien niet in de eerste plaats jezelf wat vaker dubbelvouwen met de nieuwste yoga-oefening, begeleid door zacht neuriënde dolfijnen zodat je je weer wat beter gaat voelen. In eerste instantie moet je je misschien wel helemaal niet béter voelen. Voel eerst maar eens waar de pijn zit, waar het kraakt. Dan kun je verder.

We hebben deze confrontatie en strijd met onszelf zijn. Wij mogen niet jaren achtereen in de illusie leven dat alles wel goed gaat terwijl de wonden in ons hart blijven voortwoekeren. Zonder diagnose is er geen genezing mogelijk.  Zonder strijd opgaan naar Pasen is niet geloofwaardig. 

Vrijer hart

De Katholieke Kerk schrijft niet meer in detail voor hoe er gevast moet worden, en hoe er geleefd moet worden in de Vastentijd. Dat heeft voor- en nadelen. Voor sommige mensen is het toch echt beter als ze een handzame richtlijn krijgen, al is dit voor anderen weer te voorschrijvend.  Maar ieder mens kan wel raden waar de pijnplekken zitten. Een ongezonde omgang met voedsel, alcohol of verdovende middelen. Een hang naar aandacht, onze afhankelijkheid van succes en applaus. Ons ongeduld als een ander ons iets vraagt en het komt niet uit. Vult u het zelf maar in. Zoek er twee of drie uit, en werk daaraan. Of vier, dat mag ook. U mag ambitieus zijn.

Door de Genade die wij van God ontvangen mogen wij dan stapjes zetten naar genezing en zo met een vrijer hart de Heer te kunnen ontmoeten in de nacht van Pasen.