Andries Knevel: ‘Stoppen met demoniseren van Baudet!’

Toen Andries Knevel afgelopen woensdag op Twitter keek zag hij mensen een vergelijking maken tussen Baudet en het opkomende nazisme in Duitsland in de jaren ’30. Dit maakte hem kwaad en hij besloot daarom te reageren met een tweet die binnen korte tijd viral ging. In deze column geeft hij meer uitleg over zijn tweet en waarom wij het gesprek met Baudet aan moeten gaan, in plaats van hem te demoniseren.

Andries Knevel: ‘Stoppen met demoniseren van Baudet!’

‘Afgelopen woensdag keek ik met stijgende verbazing naar Twitter. Of eigenlijk, het was een mengeling van boosheid en verontwaardiging. Want in de loop van die ochtend werd Twitter een soort, laat ik het vriendelijk zeggen, uitlaatklep voor mensen die het niet eens waren met de overwinning van Baudet.  Onder hen waren bekende namen, onbekende namen, maar ook christenen.

Viral tweet

En toen iemand op een gegeven moment een associatie maakte tussen Baudet en Hitler, vond ik het te gek worden. En dus twitterde ik:

“Ik heb gisteren @Christenunie gestemd en ben dus onverdacht als ik zeg: kan het associeren van @Thierrybaudet met jaren “30, bruin, nazi, Goebels, Hitler etc. stoppen?”

Welnu, dat ik heb geweten. Ik heb inmiddels 400.000 views en vele duizenden likes en reacties. Verreweg de meeste positief, maar er zijn uiteraard ook kritische, en dat was te verwachten.

Waarom heb ik deze tweet geplaatst?

Waarom ik deze tweet geplaatst heb? Omdat ik overweldigd werd door de haat en het venijn die ik die ochtend tegenkwam. Reina Wiskerke die dezelfde ervaring had, schrijft het in het Nederlands Dagblad van afgelopen zaterdag zo: “ik hoor meningen die ik herken, maar die klinken als schelle cimbalen, als een dreunende gong”. Haar hele artikel is overigens het lezen meer dan waard. Er is een aantal redenen om haattweets (of milder geformuleerd, tweets waarin erg sterk op de man wordt gespeeld) grondig af te wijzen.

Demoniseren werkt averechts

De eerste is: op zo’n wijze bereik je natuurlijk nooit de tegenstander. Hoe harder je tegen hem schopt, des te meer verhard hij raakt. Met termen als ‘nazi’ en ‘Goebels’ is de discussie voorbij. De tweede reden is een tactische. Hoe harder je tegen Baudet te keer gaat, des te meer stemmen zal hij trekken. Want demoniseren werkt altijd averechts. Het beste voorbeeld is de uitzending van DWDD van afgelopen dinsdag waar met gestrekt been op Baudet werd ingegaan, zonder dat er iemand was die een weerwoord mocht spreken. Baudet, indien hij gekeken zou hebben, zag de stemmen bij bosjes binnenkomen.

Gepolariseerde samenleving

Mijn critici vroegen me of ik het niet te veel voor Baudet opnam en of ik zijn fascistoïde visie wel genoeg onderkende. Laat ik helder zijn: in de aanhef van mijn tweet gaf ik duidelijk aan bij welke partij ik me thuisvoel, dat was een soort disclaimer dus. Waar het mij om gaat is, dat we in de gepolariseerde samenleving die Nederland (deels) geworden is, er niet komen door de ander te demoniseren.

Ik weet uit eigen ervaring dat het lastig is om met Baudet het gesprek aan te gaan. Maar dat is wel de weg. Een gesprek over praktisch politieke standpunten en over zijn maatschappelijk culturele visie; om zijn overwinningstoespraak maar even kort te typeren. En daarna over zijn mengeling van cultuurpessimisme, romantisch nationalisme en klassiek conservatisme.

Analyseren, niet demoniseren

Het is de taak van de media om te analyseren. Om de bronnen van zijn denken op te sporen, om een link te leggen naar eenzelfde gedachtengoed uit de jaren dertig en om alles te doen wat de rol van de journalistiek is.  Maar niet om te demoniseren. Ik vind dat kranten daar afgelopen zaterdag ook heel goed in geslaagd zijn. Ik, althans, heb weer veel geleerd.

Op zaterdagavond schreef iemand op Twitter: “Schorem voor democratie”. En dus maakte ik daarna dan maar deze tweet: “Het was een bewogen week. Dank voor het massaal delen van mijn tweet waarin ik opriep tot matiging van onze taal (in dit geval richting Baudet). Demoniseren heeft nooit gewerkt. Het debat mag en moet scherp zijn. Maar schelden hoort daar niet bij. Nu niet en nooit niet”.