De werkelijke schade van de aardbevingen in Groningen

Een explainer van onderzoeksjournalist Sam Gerrits

In maart werd bekend dat de Tweede Kamer een parlementaire enquête in gaat stellen naar de aardbevingsschade in de provincie Groningen. Veel Groningers kijken met argusogen naar het voorstel. Velen van hen hebben geen vertrouwen meer in overheidsmaatregelen. Onderzoeksjournalist Sam Gerrits heeft veel geschreven over dit thema en geeft in deze explainer zijn analyse van de aardbevingsproblematiek in Groningen.

De werkelijke schade van de aardbevingen in Groningen

Den Haag vandaag

Op dinsdag 5 maart werd bekend dat de voltallige Tweede Kamer een parlementaire enquête over de gaswinning en de daardoor veroorzaakte aardbevingsschade aan gebouwen in de provincie Groningen wil. Een voorstel van GroenLinks en PvdA werd op die dinsdagmiddag door alle partijen ondertekend, en met een meerderheid van de stemmen aangenomen. Verwacht wordt dat de parlementaire enquête in het begin van 2020 zal plaatsvinden.

De Groningers hebben weinig vertrouwen in het instrument. Wat hen betreft is een parlementaire enquête de zoveelste ingreep van staatswege die weinig op zal leveren. Ze worden immers al decennia aan het lijntje gehouden door de Nederlandse staat. 

Belangenverstrengeling

Op 4 maart 1963 sloten de Staatsmijnen, tegenwoordig Energie Beheer Nederland, een overeenkomst met het huidige Shell en ExxonMobil. Zeker een halve eeuw heeft het ministerie van Economische Zaken en Klimaat deze overeenkomst geheim gehouden. Pas in januari 2018 werd de overeenkomst door de Groningse boer Sijbrand Nijhoff doorgespeeld aan het Dagblad van het Noorden. Uit de stukken blijkt dat de Nederlandse staat, via het ministerie van Economische Zaken, al meer dan 50 jaar feitelijk samen met Shell en Exxon het gasveld exploiteert. De staat en de oliemaatschappijen werken samen. Daarom kan de staat geldverduisteringen van de olieboeren onmogelijk veroordelen, laat staan aanpakken.

Schade aan gebouwen

De Groningers hebben als bevolkingsgroep niet veel tijd meer om zich te verzetten. Velen van hen zijn 55 jaar oud of ouder. De huizen waarin ze wonen, vertegenwoordigden voor de aardbevingen de som van hun kapitaal. Maar hun kapitaal zit nu vol scheuren, en is weinig meer waard. Ze zouden hun beschadigde huizen graag willen verkopen en verhuizen, maar niemand wil ze nog kopen. Dus zitten de bewoners van het aardbevingsgebied gevangen in hun eigen huis. 

En de huiseigenaren zijn niet de enige bewoners van het gebied. Het Groningse aardbevingsgebied bevat een schat aan bijzondere gebouwen en staatsmonumenten, al dan niet bewoond. Deze kapitale panden zijn echter slecht gedocumenteerd. En er wordt bijna niets gedaan om ze te redden. Ingenieur Derk Kremer kan als voorzitter van de Vereniging Groninger Monument Eigenaren (VGME)zo ongeveer elk karakteristiek pand in het aardbevingsgebied aanwijzen op de kaart: middeleeuwse kerkjes, monumentale boerderijen, windmolens, ambtswoningen van burgemeesters, noem maar op.

Kremer heeft een grove berekening gedaan van wat het gaat kosten om alleen al de 20.000 beeldbepalende panden in Groningen te behoeden voor instorten, en in goede staat te behouden voor het nageslacht. Hij komt daarbij al gauw op een kostenplaatje van 18 tot 20 miljard euro.

Zijn sommetje hangt af van een paar variabelen. De grootste is: dat ieder monument uniek is, en complex qua opbouw. Neem bijvoorbeeld de vrijstaande zestiende-eeuwse toren in Zeerijp, waar bij de laatste aardbeving een meterslange scheur in ontstond. Of de Sint-Hippolytuskerk in Middelstum (zie afbeelding): een bakstenen kruiskerk uit 1445, waar in ieder gewelf steeds meer scheuren vallen. Inmiddels dwarrelen er regelmatig stukjes fresco naar beneden. ‘Amerikanen staan altijd te kijken: dat in deze kerk al mensen bijeenkwamen toen Columbus Amerika nog moest ontdekken. En dan sta ik ’s avonds met de stofzuiger stukjes geschiedenis op te zuigen,’ zo vertrouwde de koster mij toe.