Milieuregels van de provincie nekken de kleinere boerderijen in Noord-Brabant

Boer Marcel (53) kan de regelgeving niet aan en besluit te stoppen

Steeds meer melkveehouders in Noord-Brabant stoppen er mee. Niet alleen vanwege de beroerde melkprijzen en de concurrentie vanuit het buitenland, maar ook vanwege de steeds strengere milieuregels die de provincie hen oplegt. Ook Marcel Rijkers, melkveehouder in het Brabantse Landhorst, heeft jarenlang geprobeerd om het familiebedrijf aan te passen naar de milieueisen van de provincie. Maar nu lukt het hem niet meer. ‘Ik kan niet meer opboksen tegen de steeds strengere regels van provincie. Samen met mijn vrouw heb ik zitten tellen: kunnen wij deze investeringen nog terugverdienen? Maar de melkprijzen zijn laag en we hebben te weinig koeien. Uiteindelijk heb ik toch met pijn in mijn hart de knoop moeten doorhakken: wij stoppen er mee’.

Milieuregels van de provincie nekken de kleinere boerderijen in Noord-Brabant

Tussen de landerijen en de boomkwekerijen in Landhorst, een klein dorpje met 700 inwoners in het noordoosten van Brabant, begon de opa van Marcel de boerderij met slechts 25 koeien. ‘Dat was in die tijd nog een veestapel waar je goed van kon leven’, vertelt Marcel trots. Ook hij vond het heerlijk om buiten bezig te zijn en met de koeien te werken en besloot daarom om het bedrijf over te nemen van zijn vader. Uiteindelijk groeit het bedrijf uit naar een veestapel van 80 koeien, waarbij Marcel telkens nieuwe investeringen doet om het bedrijf aan de moderne maatstaven te laten voldoen.

Spanning en onzekerheid

Toch blijkt dit in de afgelopen jaren steeds moeilijker te worden. Naast de landelijke milieueisen, heeft de provincie Noord-Brabant afgelopen juli ook besloten om de verscherping van de ammoniakeisen voor veehouders te vervroegen van 2028 naar 2022. Dit betekent dat alle stallen milieuvriendelijk moeten zijn gemaakt in de komende drie jaar: een investering die veel veehouders zich niet kunnen veroorloven. Volgens Marcel zorgen deze nieuwe verplichtingen voor veel spanning en onzekerheid bij kleinere boerenbedrijven: ‘De grote boerenbedrijven hebben meer mogelijkheden om de nieuwe maatregelen door te voeren, maar voor de kleinere veehouders, vaak boeren van in de vijftig, is dit de doodsklap’.

Manier van leven

Jarenlang heeft Marcel getwijfeld of hij moest doorgaan of stoppen. ‘Stoppen is echt heel moeilijk. Ik voel mij een melkveehouder in hart en nieren. Ik heb dit familiebedrijf overgenomen van mijn vader en voel mij dus verantwoordelijk voor deze dieren. Ik kan er moeilijk afscheid van nemen: het is echt een manier van leven’. Om het familiebedrijf eventueel toch door te zetten heeft Marcel nog gekeken of een van zijn kinderen hem zou willen opvolgen. Hij besloot om met zijn drie kinderen om de tafel te gaan zitten: ‘Ik heb aan ze gevraagd: is er iemand van jullie die het  melkveehouderijbedrijf zou willen over nemen? Ik was benieuwd of een van hen toch ergens interesse in het boerenleven zou hebben. Maar eigenlijk gaven ze alle drie al snel aan dat ze geen zin hadden om met de melkkoeien te werken. Dan houdt het op.’

Leren solliciteren

In Landhorst en omgeving ziet Marcel dat veel familiebedrijven er mee stoppen. Op dit moment volgt hij met velen van hen een omscholingstraject van de ZLTO, de belangenbehartiging-organisatie voor boeren, waarbij zij leren hoe ze een nieuwe baan op maat kunnen vinden en hoe ze moeten solliciteren. Veel van de boeren zijn begin vijftig, hebben hun hele leven gewerkt als boer en hebben dus nog nooit een andere baan gehad. Een baan zoeken is nieuw terrein voor hen. Ook Marcel moet helemaal opnieuw beginnen: ‘De toekomst is nog onbekend. Ik word 54, ik ben heel jong, ik moet nog 15 jaar mee. Ik heb mij hele leven gewerkt met melkkoeien.  Ik denk de hele tijd na over de vraag: wat moet ik hierna gaan doen?’

Een idee van hem is om met jongeren te werken. Als vrijwilliger bij het jeugdhonk in Landhorst heeft hij al veel activiteiten mee georganiseerd. Toch zou hij uiteindelijk het liefst tussen zijn melk koeien blijven rondlopen: 'Er is toch niets mooier dan samen met de melkkoeien en de natuur een boterham te verdienen, maar dan wel een boterham met beleg'.