“Er is geen vuiltje aan de lucht”

Wetenschapsjournalist Marcel Crok over het klimaatdebat

Hij wordt door velen gezien als dé vertolker van het tegengeluid in het klimaatdebat: wetenschapsjournalist Marcel Crok. Maar klimaatontkenner of scepticus mogen we hem niet noemen. “Er wordt over mij gezegd: wat weet een journalist er nou van? Maar ik ben al 14 jaar fulltime met het debat bezig.”

“Er is geen vuiltje aan de lucht”

Volgens de meeste klimaatwetenschappers is het vijf voor twaalf. De aarde warmt op en daar moeten we wat aan doen voordat het te laat is. Niet voor Crok: “Er wordt vaak gezegd: climatechange is already happening. Dat klinkt dan heel dramatisch. Maar het is ook een open deur. Het gaat er om: is die change problematisch of niet?”

Dat is in een notendop het verhitte klimaatdebat van de laatste jaren. Het gaat om het verschil tussen de waarnemingen die we over het klimaat hebben en de modellen die gebruikt worden. Waarnemingen zijn metingen van bijvoorbeeld temperatuur en neerslag. Een klimaatmodel gebruikt die waarnemingen om te voorspellen hoe het klimaat zich in de toekomst zal ontwikkelen. En daar laat Crok zich horen. Hij publiceerde in 2010 het boek ‘De Staat van het Klimaat’. Daarin onderzocht hij of en zo ja hoe bewezen is dat CO2 schuldig is voor de opwarming van de aarde.  Crok baseert zich op dezelfde rapporten van het IPCC  (Intergovernmental Panel on Climate Change) als klimaatwetenschappers doen, maar trekt een andere conclusie.

“Niemand ontkent dat het nu warmer is dan 1850. Maar het debat gaat over de vraag: hoe realistisch zijn die voorspellingen? Als je je puur baseert op de waarnemingen, dan is er geen vuiltje aan de lucht. Men zegt dan: ja, maar de gletsjers trekken zich terug, de ijskappen smelten. Daar wordt heel hysterisch over gedaan. Maar in de geschiedenis is dat al meerdere keren gebeurd! Toen Hannibal met zijn olifant over de Alpen trok waren er ook nauwelijks gletsjers…”

Toon debat

In het debat over het klimaat wordt Crok weggezet als een scepticus, soms als een ontkenner. Volgens hoogleraar Jan Rotmans zijn er ‘aan de andere kant’ geen serieuze gesprekspartners en wordt klimaatverandering op niet-wetenschappelijke gronden ter discussie gesteld.

Crok: “Dat is natuurlijk super arrogant en de makkelijkste manier om het debat te voeren. Maar Rotmans blijft hangen in oude kennis. Hij pretendeert dat hij dé klimaatspecialist is, maar hij is een hoogleraar transitiekunde. Er wordt over mij gezegd: wat weet een journalist er nou van? Maar ik ben al 14 jaar fulltime met het debat bezig.”

Over de toon in het klimaatdebat is Crok duidelijk: “Er worden aan beide kanten dingen geroepen die onzinnig zijn. Daarom moeten we elkaar aanspreken op ons gedrag. Niemand doorgrondt het debat volledig. Het is krankzinnig complex. En het gros van de klimaatwetenschappers houdt zich bezig met puzzelstukjes. Heel weinig mensen leggen de hele puzzel.”

Invloed mens op klimaat

In het klimaatakkoord dat het kabinet eind 2018 presenteerde staan allerlei maatregelen om uitstoot van CO2 en dus opwarming van de aarde tegen te gaan. Maar heeft het zin om zonnepanelen aan te sluiten, minder vlees te eten en minder te vliegen? Crok vindt die maatregelen overtrokken: “Wat we moeten doen: ons aanpassen aan eventuele veranderingen. Want dat moet altijd gebeuren. In Noorwegen passen ze bij fjorden bijvoorbeeld de steigers aan qua hoogte, omdat de zeespiegel daar daalt. Dus aanpassingen moeten zeker lokaal gebeuren. Maar voorspellingen doen over een heel land of een continent is onmogelijk. Dus wordt Nederland droger of natter? Niet te zeggen. Dat is guess work. De modellen die het KNMI daarvoor gebruikt hebben simpelweg de know how niet.”

“En dan wordt er gezegd: wat valt er straks nog aan te passen als we de zeespiegel met vier meter gestegen is. Maar dat is in geen velden of wegen te bekennen! Iedereen zal wel weer op de kast zitten als ik dit zeg, maar het is een kwestie van geloof. Geloof je dat het klimaat zo sterk zal veranderen of niet? Ik baseer me op vrijwel alles van het IPCC, maar vertrouw niet op de door hen gebruikte klimaatmodellen. En dan kom ík tot de conclusie: het is bij lange na geen vijf voor twaalf.”