"Maak het mogelijk dat óók mannen kunnen zorgen"

Onderzoeker Mara Yerkes over arbeidsongelijkheid tussen mannen en vrouwen

Hoe komt het dat vrouwen in Nederland relatief zo weinig uren per week werken, als je het vergelijkt met veel andere westerse landen? Mara Yerkes van de Universiteit Utrecht doet onderzoek naar sociale ongelijkheid, waaronder ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Op dit moment is ze bezig met een grootschalig Europees onderzoek naar de verschillen in hoe mannen en vrouwen werk en privé combineren.

"Maak het mogelijk dat óók mannen kunnen zorgen"

De cijfers liegen er niet om: onder voltijdswerkers is er nog steeds een loonverschil van 14% tussen mannen en vrouwen, blijkt uit de Emancipatiemonitor van 2018. Ook is Nederland met slechts 27% vrouwelijke managers de laagste van Europa. Op het gebied van deeltijdwerk is Nederland zelfs koploper. Vooral onder vrouwen, 60 procent daarvan werkt minder dan 30 uur per week.

Die arbeidsongelijkheid heeft volgens Yerkes deels een historische oorzaak. “In 1982 werd het Akkoord van Wassenaar gesloten. Werkgevers, vakbonden en de overheid maakten toen een afspraak over loonmatiging in ruil voor arbeidsduurverkorting om werkloosheid aan te pakken. Hiermee werd een zaadje geplant voor het feit dat deeltijd werken normaal is gevonden. Tegelijkertijd namen steeds meer vrouwen deel aan de arbeidsmarkt, maar waren er weinig voorzieningen om betaald werk en zorgtaken te combineren. Gevolg: het zijn vooral vrouwen die minder uren werken.”

Hoe doen ze het in andere landen?

“Nederland wordt vaak vergeleken met Zweden. Daar doen ze het zo: Als het ouderschapsverlof van vaders en moeders écht evenredig is verdeeld, krijgen ouders van de overheid extra verlof, waarmee ze zelf mogen bepalen wat ze er mee doen. In principe zijn kinderen daardoor in hun eerste levensjaar bij hun ouders. Daarna is er kwalitatief goede kinderopvang beschikbaar, wat op gemeentelijk niveau geregeld is. Door de betere verlof en kinderopvang voorzieningen hebben veel meer vrouwen een voltijdsbaan.”

Yerkes groeit zelf op in het Amerika van de jaren ‘70 en ‘80. In haar jeugd is het heel normaal dat vaders en moeders werken. Als kleuter gaat ze soms met haar moeder mee naar haar werk. Later op de basisschool is ze na school met haar twee zussen thuis. Op haar 16e komt Yerkes als uitwisselingsstudent naar Nederland en ziet ze dat hier de verdeling tussen werk en zorg bij mannen en vrouwen totaal anders gaat.

Wat viel u toen het meest op?

“De manier waarop hier gekeken wordt naar de kinderopvang. In Amerika wordt kinderopvang vaak gezien als iets dat goed is voor de kinderen. Goed voor de sociale en cognitieve ontwikkeling. Kinderen vinden het vaak erg leuk om naar een kinderopvang te gaan. Er is bijna de gedachte dat leidsters op het gebied van cognitieve vaardigheden een veel betere omgeving voor kinderen kunnen bieden, dan dat ouders dat kunnen.”

Dat is in Nederland wel anders…

“Ja, hier is het bijna not done. Als je hier je kinderen vijf dagen naar de opvang brengt, is er vaak veel kritiek. Vooral op moeders. Hier wordt kinderopvang meer als arbeidsinstrument gezien. Een middel zodat vrouwen kunnen werken. En je hoort zelfs wel eens zeggen: ‘Je neemt geen kinderen om ze naar de kinderopvang te sturen’.”

Wat betekent die kijk op kinderopvang voor de verdeling van werk en zorgtaken tussen mannen en vrouwen?

“Het fascinerende is, dat vaders die één dag per week met hun kinderen zijn, vaak complimenten krijgen. Terwijl het normaal gevonden wordt als moeders niet werken, om voor hun kinderen te zorgen. Die krijgen geen compliment, maar het wordt van nature van hen verwacht. In andere landen, bijvoorbeeld in Scandinavische landen is het veel meer gelijk. Daar is het veel normaler dat beide partners vrij nemen om voor hun kinderen te zorgen.”

Wat moet de Nederlandse overheid hieraan doen?

“De overheid heeft een regiefunctie. De overheid moet randvoorwaarden creëren zodat vrouwen in alle lagen van de arbeidsmarkt kunnen deelnemen. Ook moet zij het mogelijk maken, dat vrouwen kunnen doorstromen naar de top. Er is vaak discussie over, maar een vrouwenquotum is een heel belangrijk instrument. Daarmee kun je culturele verandering teweegbrengen. Op die manier worden vrouwen ook steeds meer rolmodellen voor andere vrouwen. En dat is heel belangrijk, want you cannot be what you cannot see

Tegelijkertijd moet de overheid het mogelijk maken dat mannen óók kunnen zorgen. Dat stellen dus de ruimte krijgen om de taken te verdelen. Concreet betekent dat betaald ouderschapsverlof. De overheid zou bijvoorbeeld een prikkel kunnen inbouwen: Als stellen werk en zorg evenredig delen, komt er meer betaald verlof beschikbaar. We weten uit onderzoek dat ouders het hierdoor echt anders gaan verdelen. Zodat het normaal wordt dat niet alleen vrouwen maar ook mannen zorgverlof opnemen. Dat het normaal is dat vaders zorgen.”

Is er niet het risico van doorslaan? Dat vrouwen niet meer de keuze hebben om thuis te blijven voor de kinderen? Dat ze niet vrij zijn?

“Ze moeten wel keuzeruimte hebben. Maar keuzes ontstaan niet uit het niets. Ouders moeten zich ook bewust zijn van de gevolgen. Van de economische afhankelijkheid van vrouwen bijvoorbeeld. Op het moment dat een vrouw alleen komt te staan is er echt wel een probleem.

En ik ben benieuwd - dat is een oprechte, open vraag richting traditionele stellen: Wat doen vaders als we ze de ruimte zouden geven om bijvoorbeeld een maand lang voor hun kind te zorgen? Zouden ze dan een andere keus maken?”

Beeld: Ed van Rijswijk