"Wie zijn slachtoffers en wie daders? En wie ben ik te oordelen?"

Tineke Ceelen van Stichting Vluchteling over het terughalen van IS-vrouwen

Ze zoeken contact, families van Nederlandse bruiden van de Islamitische Staat. De wanhoop is bijna tastbaar. Ik voel het gemis van hun kinderen, de angst over hun lot daar in het verre Syrië, van dochters, kleindochters, kleinzonen. Ook is er het schuldige verdriet over de wandaden van hun nageslacht. Eén vraag wordt in geen enkel gesprek gesteld, maar hangt er steeds weer boven: ‘Waarom. Waarom mijn kind? Wat heb ik verkeerd gedaan?’ Slachtoffers en daders.

"Wie zijn slachtoffers en wie daders? En wie ben ik te oordelen?"

Ik reisde naar Al-Hol in Syrië, het kamp waar tienduizenden vluchtelingen uit Baghouz ondergebracht zijn, het laatste dorp dat nog onder controle stond van de Islamitische Staat. Een enkeling had de pech daar te wonen, sommigen werden als menselijk schild gebruikt. Ook Yezidis, slaven van de extremisten, kwamen mee met de vluchtelingen uit Baghouz. Maar het leeuwendeel van de nieuwe bewoners van Al-Hol is hardcore IS aanhang, of familie van de militanten van de Islamitische Staat. Onder hen 11.000 buitenlandse vrouwen en kinderen van IS strijders. Oók Nederlanders.

De vrouwen gaan van top tot teen gehuld in een niqaab. Velen dragen zelfs handschoenen en hebben ook hun ogen bedekt. Alleen de kinderen hebben kleur. Ik zie onwerkelijke aantallen kinderen in een rolstoel, op krukken, met lichaamsdelen in het verband. Veel kleintjes missen een beentje, of een arm. Ze zijn mager, de kinderen van Al-Hol, broodmager. Hun laatste weken in Baghouz brachten zij veelal door in zelf gegraven kuilen, schuilend voor scherpschutters en granaten. Zonder een dak boven hun hoofd in de regen en de Syrische winterkou. Er was geen voedsel of schoon drinkwater. De Nederlandse fotograaf Eddy van Wessel laat me beelden zien van de uittocht van de IS families uit Baghouz. Vaders, daders, en hun verzwakte, gewonde kinderen.

Oordeel

De mannen van de Islamitische Staat werden gescheiden van hun gezinnen, opgesloten in aparte kampen. Al-Hol bestaat voor 91% uit vrouwen en kinderen. Maar dat betekent niet dat zij onschuldig zijn. Bevrijde Yezidi slavinnen vertellen dat de IS-vrouwen wreder waren dan hun mannen. Ook in het kamp, net als eerder in het kalifaat van de Islamitische Staat, controleren de vrouwen elkaar op gewenst gedrag en bedekkende kledij. Westerse hulpverleners, onzedelijk geklede ongelovigen, worden met stenen bekogeld of met onthoofding bedreigd. Deze wereld, dit kamp in Al-Hol, wijkt in alles af van wat ik ken en begrijp.

In de kliniek praat ik met moeders en hun kinderen. Ik leg mijn hand op de schouder van een vrouw die huilt. Het kind op haar arm is lusteloos, zichtbaar ondervoed, balancerend op het randje van leven en dood.

Een Nederlandse vader vertelt me dat zijn dochter, een IS bruid in Al Hol, een ontstoken schotwond heeft. De spanning, het verdriet in zijn stem, zijn eindeloze eenzaamheid. Opnieuw, voor de zoveelste keer in deze hele discussie over de noden van IS families, raak ik verstrikt in mijn eigen denken. Wie zijn slachtoffers, en wie daders? En wie ben ik te oordelen?

Bekijk onze tv-uitzending: