Nederland en het Israëlisch-Palestijns conflict

10 mei 2018

Met het 70-jarig jubileum van Israël als staat is er ook aandacht voor 70 jaar debat over deze kwestie. Want hoe heeft Nederland zich in deze periode verhouden tot Israël en de Palestijnen? NieuwLicht was bij een debat hierover en stelt de vraag: wat kan Nederland doen?

Nederland en het Israëlisch-Palestijns conflict

Zeventig jaar debat

Een evergreen. Met deze term typeert Peter Malcontent, als universitair docent verbonden aan het Departement Geschiedenis en Kunstgeschiedenis van de Universiteit Utrecht en schrijver van het boek Een open zenuw – Nederland, Israël & Palestina, het Nederlandse politieke debat over het Israëlisch-Palestijns conflict. Want sinds het uitroepen van Israël als staat, volgende week precies 70 jaar geleden, is het conflict tussen Israël en de Palestijnen een gevoelige buitenlands-politieke kwestie die, in ieder geval sinds de 6-daagse oorlog in 1967, steeds terugkeert op de politieke agenda. 

Afgelopen maandagavond vond in TivoliVredenburg in Utrecht de presentatie van het boek Een open zenuwplaats. Ter introductie las Midden-Oosten expert Carolien Roelants een column voor. Roelants, die 30 jaar lang Midden-Oostenredacteur was voor NRC Handelsblad en nog met regelmaat voor deze krant schrijft, sluit af met de vraag of Nederland en Europa zich niet veel eerder kritischer hadden moeten opstellen. Het is een vraag die later tijdens de paneldiscussie door oud-premier en pleitbezorger van de Palestijnse zaak Dries van Agt met een volmondig ja zal worden beantwoord.

Nederland kiest partij

Maar voordat het zover is neemt de auteur de zaal waarin nagenoeg elke stoel bezet is mee in de grote lijn van zijn boek, die draait om de geschiedenis van de Nederlandse houding ten opzichte van het Israëlisch-Palestijnse conflict. Want hoewel Nederland bekend staat om zijn overwegend pro-Israëlische positie is dit niet altijd zo geweest. De staat Israël ging al richting haar tweede verjaardag, toen Nederland op 16 januari 1950 overging tot de volledige erkenning. Debet aan deze terughoudendheid – de VS erkenden Israël op de dag van de onafhankelijkheidsverklaring – was de gevoeligheid van dit onderwerp in de toenmalige kolonie Nederlands-Indië, wat voor het overgrote deel bestond (en nu nog bestaat) uit moslims.

Sindsdien heeft de Tweede Kamer altijd een pro-Israëlisch standpunt ingenomen. Enerzijds had dit te maken met de oriëntatie op Amerika, het enige land wat echt iets in de regio kon bereiken. Anderzijds worstelde Nederland ook met een schuldgevoel. Relatief gezien zijn er vanuit Nederland de meeste Joden richting de concentratie- en vernietigingskampen van de nazi’s gedeporteerd. Daarnaast was het tijdens de koude oorlog voor een klein land als Nederland niet interessant om een ander standpunt dan de bondgenoten in te nemen en leeft in christelijke kringen de overtuiging dat nu de Joden in het beloofde land zijn ze daar, simpel gezegd, ook maar beter kunnen blijven. 

Van Agt en de Palestijnen

Ook andere prominenten spreken zich uit over het conflict. Bijvoorbeeld oud-minister-president Dries van Agt en Nederlands topdiplomaat Robbert Serry, die als VN-gezant in het Midden-Oosten de VN Veiligheidsraad adviseert. Van Agt steekt het niet onder stoelen of banken dat hij het oneens is met het Nederlandse beleid, en het ‘klakkeloze’ verdedigen van Israël: “Israël heeft na de VS de sterkste luchtmacht ter wereld, heeft een sterke krijgsmacht, veel nucleaire wapens en zo’n 150 gebruiksklare atoombommen. Maar hier wordt nooit over gepraat!” Ook Serry heeft kritiek op de houding van Nederland. Met name omdat we weigeren te zien dat het beleid failliet is: “De twee-statenoplossing is het officiële Nederlandse beleid, maar dit is een gepasseerd station.”

Maar welke rol zou Nederland kunnen spelen in het conflict?

Van Agt vindt dat Nederland altijd pronkt met haar status al land van het internationaal recht, maar dat hier niet naar geleefd wordt. Als pleitbezorger voor de Palestijnse zaak (van Agt schreef hier zelfs een boek over), hekelt hij het feit dat Israël sinds 1949 VN-verdragen overtreedt. Zo is het niet toegestaan om kinderen gevangen te houden in het kamp van de bezetter, iets waar Israël zich constant schuldig aan maakt. Al de vergrijpen en overtredingen van het oorlogsrecht en VN-verdragen door Israël zouden in kaart moeten worden gebracht, zo stelt Van Agt.

Kijkend naar de nabije toekomst ziet Robbert Serry Gaza als regio waar een nieuw vredesproces zou kunnen aanvangen. Zonder stabilisering van de situatie in Gaza is er geen vredesproces mogelijk. Het initiatief zou volgens hem genomen kunnen worden door Europa, met mandaat van de Veiligheidsraad. Maar ook de Arabische landen zouden hun verantwoordelijkheid moeten nemen, bijvoorbeeld door het vormen van een vredesmacht om Hamas in toom te houden. De twee-staten-oplossing, wat nog steeds Nederlands beleid is, is volgens Serry een gepasseerd station.

In dit alles is de situatie van de Palestijnen almaar slechter geworden. Van Agt wijst erop, dat de Palestijnen eerst nog konden hopen op de Arabische solidariteit. Maar nu Saudi-Arabië, wat strijdt met Iran om de machtigste in de regio te worden, Israël liever als bondgenoot dan als vijand heeft, lijken ook de Arabieren niet meer op te zullen komen voor het lot van de Palestijnen.

Houd moed - en spring in de bres

Volgende week viert Israël haar zeventigste verjaardag, lopen naar verwachting zo’n 100.000 Palestijnen mee in de Grote Mars van de Terugkeer en openen de Verenigde Staten hun ambassade in Jeruzalem. Dit alles zorgt voor grote spanningen. En dan laten we de Amerikaanse terugtrekking uit het atoomakkoord met Iran hier nog buiten beschouwing.

In deze ogenschijnlijk hopeloze situatie is het volgens Serry van belang altijd hoop te houden. Een nieuw vredesproces kan worden gestart op initiatief van de EU in samenwerking met landen als Saudi-Arabië, Egypte en Jordanië. Nu de VS op verschillende manieren een andere koers gaat varen is het misschien tijd voor de EU eigen keuzes te gaan maken. Daarnaast zal Nederland ook moeten erkennen dat het te weinig heeft gedaan om op te komen voor het lot van de Palestijnen. Juist van een land als Nederland, waarin men trots is op de rechtsstaat en het opkomen voor mensenrechten, zou oog moeten hebben voor het lot van hen voor wie niemand in de bres durft te springen.

Djarno Wiegman studeerde theologie in Ede en Kampen en woont in Utrecht