Hoe je als geschiedenisdocent antisemitisme behandelt in de klas

‘Als je er niet bent, krijg je een 1’

Vier op de vijf jonge Joden in de EU hebben het idee dat antisemitisme de afgelopen vijf jaar in hun land is toegenomen. Dat blijkt uit onderzoek dat vorige week verscheen afkomstig van het EU-agentschap voor grondrechten (FRA) onder ruim 2700 Joden, onder wie ook Nederlanders. Hoe maak je dit onderwerp bespreekbaar? Twee bevlogen docenten Geschiedenis vertellen hoe zij antisemitisme in hun lessen behandelen. De een geeft les op een openbare school in een Brabants dorp, de ander op een islamitische school in Rotterdam.

Hoe je als geschiedenisdocent antisemitisme behandelt in de klas

Niek Engbers: ‘Mijn leerlingen zijn een tikkeltje wereldvreemd’

Docent Niek Engbers

Geeft les in het Brabantse dorp Deurne en staat 7 jaar voor de klas

“Ik geef les op een streekschool met een hoog percentage aan leerlingen met een agrarische achtergrond. Er zijn vrijwel geen leerlingen met een migrantenachtergrond en in onze omgeving komen we dan ook niet of nauwelijks in aanraking met het jodendom. Ik bespreek tijdens mijn geschiedenislessen uitgebreid de Jodenvervolging en ik heb geen leerlingen die daar tegenin gaan of het hebben over complottheorieën. Als er bijvoorbeeld het woord ‘jood!’ valt tijdens een voetbalwedstrijd, maak dat ik bespreekbaar. Dat doe ik ook als ik het woord ‘homo’ hoor tijdens mijn les.

Mijn laatste studiejaar heb ik stagegelopen in Helmond dat 10 kilometer verderop ligt. Die leerlingen hadden een veel scherpere mening over het Israël-Palestina-conflict. In Deurne zijn leerlingen onbevooroordeeld. Soms zelfs een tikkeltje wereldvreemd. Hoewel ze ook geen ervaring met moslims hebben, hebben ze daar vaak wel een mening over. Af en toe zo scherp, dat ik de les stil leg.

Als student geschiedenis waren de Jodenvervolging en de Israël-politiek mijn favoriete onderwerpen. Met een studiereis van Cidi voor docenten ben ik naar Yad Vashem geweest, daar kwamen die twee dingen in samen. Leerlingen zien mijn bevlogenheid op dit gebied. Een les is geslaagd als ik als leraar interactie met de leerlingen heb en ik ze iets heb meegegeven dat ze daarvoor niet wisten. Qua inhoud moet je nooit door je knieën gaan. Blijf je vak verdedigingen, ook de lastige onderwerpen die daarbij horen. Soms zie ik dat gebeuren bij geschiedenisdocenten in de grotere steden, dat vind ik jammer. Ik wil mijn leerlingen uitdagen om vragen te stellen en dingen in twijfel te stellen die ze altijd voor waar hebt genomen. Praat niet je vader of moeder na. Welk standpunt neem jij zelf in?”

Stefan Kras: ‘Leerlingen met verschillende geloofsovertuigingen laat ik verplicht met elkaar in gesprek’

Docent Stefan Kras

Geeft les in Rotterdam en staat 10 jaar voor de klas.

“Na mijn studie Geschiedenis heb ik eerst in de ICT gewerkt, maar op mijn 36e ging het toch kriebelen en heb ik de Lerarenopleiding gedaan. De enige plek waar na mijn afstuderen een docent Geschiedenis werd gezocht, was een islamitische school met leerlingen uit achttien verschillende landen. Inmiddels behoor ik tot het meubilair.

De sleutel tot het thema antisemitisme is dat je de tijd moet nemen. Als je het afraffelt en een dvd van de Tweede Wereldoorlog erin stopt, bereik je niks. In de eerste jaren had ik een zesweekse lessenserie bedacht rondom Schindler’s List. Dat beviel minder, dus ben ik op zoek gegaan hoe ik leerlingen wel kon raken. Hen te laten voelen hoe het was voor joden in Rotterdam. Dat was een hele zoektocht. Via contacten van Stichting Loods 24 en Joods Kindermonument, heb ik verschillende projecten gedaan.

Ik probeer het interactief te maken, zo organiseer ik de laatste twee jaar projecten met andere openbare en christelijke scholen. De leerlingen bezoeken elkaars scholen, stellen elkaar levensbeschouwelijke vragen en ik maak groepjes waarin ik leerlingen van verschillende scholen bij elkaar zet. Daarmee bezoeken ze het Anne Frank Huis en Kamp Vught. Je dwingt ze met elkaar een product te maken en presenteren. In die ontmoetingen komen de oordelen en vooroordelen naar voren. Antisemitisme gaat uiteindelijk over onverdraagzaamheid. Doordat ze verplicht met elkaar in gesprek moeten, werkt dat goed. Leerlingen krijgen door alle contacten die ze hebben, veel oordelen een vooroordelen mee over joden. Dat hangt samen met het nieuw-antisemitisme, gebaseerd op het Midden-Oosten. Ik heb leerlingen uit Syrië, Egypte, Turkije, daar wordt door ouders thuis vel op de trom geslagen.

Islam en antisemitisme blijft iets wat veel belangstelling oproept, dat snap ik. Aan de andere kant word ik ook wel eens moe van alle vooroordelen over islamitische scholen - altijd negatief afgeschilderd in de media. De verschillen die ik tussen onze leerlingen en leerlingen van openbare en christelijke scholen zie, zijn nihil. Ja, sommige dames dragen hoofddoeken en er zijn kledingregels. Maar de gesprekken in de aula zijn overal hetzelfde: ‘heb je die leuke jongen al gezien?’”

En soms moet je je eigen succes een beetje naar je hand zetten. Bij het leggen van de struikelstenen, die worden geplaatst voor de huizen waaruit Joden zijn verdreven en vermoord, zei ik: ‘als je er niet bent, krijg je een 1.’ Reken maar dat ze er allemaal waren.”