Abortus: (g)een recht voor iedereen

Volgens onze wetgeving mag een vrouw pas bij onontkoombare nood kiezen voor abortus

Dankzij de anti-abortusdemonstranten wordt er weer volop gesproken over het recht op abortus. Voor- en tegenstanders voeren discussies op het scherpst van de snede, maar tegelijkertijd weet driekwart van de Nederlanders niet precies hoe de Wet afbreking Zwangerschap in elkaar steekt. Pas bij onontkoombare nood mag een vrouw kiezen voor abortus. Maar wanneer is er sprake van nood? En wie controleert dat? Tijd om met een frisse blik naar onze abortuswet te kijken.

Abortus: (g)een recht voor iedereen

Hoe steekt de Wet afbreking Zwangerschap in elkaar?

Op 1 mei 1981 wordt de Wet afbreking Zwangerschap aangenomen. Een zwaarbevochten wet, waarvoor vrouwen destijds een verwoede strijd hebben moeten voeren. Toch is er in de loop der jaren een laag stof neergedwarreld op de triomf van weleer. 

Uit onderzoek van TNS Nipo blijkt dat 76% van de bevolking een verkeerd beeld heeft van de inhoud van de wet: namelijk de overtuiging dat abortus in principe altijd voor iedere zwangere vrouw mogelijk is. Slechts 20% van de bevolking weet de juiste omschrijving te geven: abortus is toegestaan in een onontkoombare noodsituatie van een vrouw. Een vrouw mag kiezen voor abortus als zij van oordeel is dat haar noodsituatie niet op een andere manier kan worden opgelost. 

Wat is een onontkoombare noodsituatie?

Zowel de CDA-fractie als de ChristenUnie-fractie zet z’n vraagtekens bij de definiëring van het begrip “onontkoombare noodsituatie van de vrouw”. Moet dit begrip niet verder geconcretiseerd worden? Maakt deze woordkeuze de weg naar abortus niet te laagdrempelig? 

Minister Hugo de Jonge zegt hier tijdens de evaluatie van de Wet afbreking Zwangerschap het volgende over: “Het uitgangspunt van de wet is dat iedere vrouw die een noodsituatie ervaart door een onbedoelde zwangerschap, in vrijheid en onafhankelijkheid haar keuze kan maken. De achterliggende redenen of oorzaken van de noodsituatie kunnen zeer divers zijn.” 

Er lijken dus geen kaders te zijn voor de uitvoering van een abortus. De vrouw bepaalt zelf of ze zich door haar ongeplande zwangerschap in een noodsituatie bevindt. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen een ongewenste zwangerschap door verkrachting of een moeder die al twee zoontjes heeft, zwanger is van een derde zoon en besluit te aborteren omdat ze toch liever een dochter wilde. Als de laatstgenoemde vrouw hier nood door ervaart, staat ze in haar recht om te aborteren. 

Lijken we de bescherming van het ongeboren leven vergeten?

Don Ceder
Don Ceder

Artikel 5b van de Wet afbreking Zwangerschap schrijft voor dat de abortusarts erop moet toezien dat een vrouw pas abortus pleegt “na zorgvuldige overweging en het besef van verantwoordelijkheid voor het ongeboren leven en van de gevolgen voor haarzelf en de haren.”  

Advocaat Don Ceder weidde zijn masterscriptie aan de juridische kaders rondom abortus. Hij ziet de Wet afbreking Zwangerschap niet primair als het faciliteren van keuzevrijheid maar vooral als het faciliteren van een belangenafweging.  

Ceder: “Enerzijds heb je bij een abortus te maken met een noodsituatie van een zwangere vrouw, anderzijds is er het belang om het ongeboren kind te beschermen. Toch lijkt de rechtsbescherming van het ongeboren leven nauwelijks nog een rol te spelen in de discussie. De term ‘noodsituatie’ is in de praktijk verbonden aan de subjectieve beleving van de vrouw. Hierdoor is de term uitgehold. Alles wat een vrouw als noodsituatie ervaart, wordt als noodsituatie gezien. Hoewel ik mij er volledig van bewust ben dat de meeste beslissingen voor een abortus absoluut niet lichtvaardig worden genomen, is in theorie een geplande skivakantie voldoende ‘nood’ voor een abortus.” 

‘Onomkeerbare nood’ schrappen of het gedrag aanpassen?

De vraag die rijst is waarom de definitie onomkeerbare nood wordt gebruikt in een wet waar er geen enkele duiding bestaat, elke denkbare situatie als nood gedefinieerd kan worden en er geen controle mogelijk is op de reden voor abortus. Is het niet beter om deze bewoording te schrappen, zodat er volledige vrijheid voor de vrouw is? Of zijn er juist duidelijkere kaders nodig omtrent het begrip noodzaak? Dit geeft duidelijkheid en het aborteren van ongeboren leven ‘dat even niet uitkomt’ wordt dan aan banden gelegd. 

“We durven de discussie over de bedoeling van de wet nauwelijks nog te voeren”

Ceder: “De wetgever heeft destijds aangegeven deze term bewust niet nader te hebben afgebakend, omdat noodsituaties zeer uiteenlopen en daarom niet in algemene termen te omschrijven zijn. Dat in principe alleen een noodsituatie een abortus rechtvaardigt, komt echter wel voort uit een verankerd juridisch en parlementair besef dat het ongeboren leven waardevol is en bescherming verdient. Daarom worden de woorden ‘onomkeerbare nood’ gebruikt. We durven de discussie of de huidige praktijk overeenkomt met de bedoeling van de wetgever echter nauwelijks te voeren.”  

Taboe op abortus

Ceder: “Er rust nog steeds een groot taboe op abortus. Niet alleen op de handeling zelf, maar ook op de begrenzingen die in onze wet staan ter bescherming van het ongeboren leven. Ik snap dat ergens ook wel; ga maar even met iemand een ontspannen gesprek aan over dat je afgelopen weekend een abortus hebt gehad. Of juist over het feit dat een gezonde zwangere vrouw die 26 weken zwanger is van een levensvatbaar kind in Nederland, op grond van de WAZ geen abortus mag uitvoeren, hoe graag ze dat ook zou willen. De wet bepaalt dat na de levensvatbaarheidsgrens -hoe arbitrair deze ook is- het recht van het ongeboren kind om te leven zwaarder weegt dan de noodsituatie van de vrouw. Daarmee heeft de overheid ook de verplichting om het ongeboren leven actief te beschermen.” 

“Door deze taboes heeft er naar mijn mening de afgelopen vijfendertig jaar geen zinnige discussie meer over het onderwerp plaatsgevonden. We hebben destijds een arbitraire grens opgesteld over wanneer een ongeboren kind wel en niet beschermd dient te worden. Maar het is en blijft elke keer weer een belangenafweging. Laten we het weer eens hebben over hoe de wet ooit bedoeld is en tijdens gesprekken over abortus de rechtsbescherming van het ongeboren leven erbij betrekken.”