speciaal onderwijs voor jongeren met een LVB

Volgens het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid (CCV) ligt het percentage jongeren met een licht verstandelijke beperking (LVB) in detentie ongeveer tussen de 33 en 42 procent. Hoe is dit hoge percentage ontstaan? Nog belangrijker; hoe kunnen wij jongeren met een LVB uit de criminaliteit houden?

speciaal onderwijs voor jongeren met een LVB

belang van signaleren 

Wegwijzer Jeugd en Veiligheid, departement van het CCV, stelt dat het moeilijk te bepalen is waardoor het hoge aantal precies komt. Er lijken verschillende oorzaken te zijn. Een belangrijke daarvan is dat het aanbod aan dagbesteding is gedaald (denk aan naschoolse opvangen, zorgboerderijen, knutselclubjes voor LVB’ers). Jongeren vervelen zich snel en zwerven als gevolg daarvan rond op straat. Daar zijn ze een makkelijk doelwit voor criminelen, die zich op eerste gezicht als een goede vriend voordoen. Daarom is het belangrijk om een LVB zo vroeg mogelijk te signaleren en erkennen. Vroege erkenning zorgt ervoor dat specialisten kunnen nadenken over de beste communicatievorm om jongeren met een LVB uit de criminaliteit te houden.
 

gevaren van het sociale isolement

Lange tijd werd gedacht dat jongeren met een LVB het beste regulier onderwijs konden volgen. Zo zouden ze zien in de klas wat ‘normaal’ gedrag is. Volgens universitair docent Anika Bexkens die onderzoek deed aan de VU, is dat echter niet de beste oplossing. Veel mensen uit de omgeving zijn niet bereid om een band op te bouwen met jongeren met een LVB. De kans op vergroting van het sociale isolement waar jongeren met een LVB in verkeren, is nu erg groot. Het onbegrepen gevoel dat jongeren dan voelen, kan leiden tot problemen. Vaak worden zij gepest omdat ze als buitenbeentje worden gezien. Als ze vervolgens positief benaderd worden door mensen met verkeerde intenties, is de stap naar de criminaliteit snel gemaakt. Volgens het onderzoek van Annematt Collot d’Escury, komt dit omdat zij cognitieve factoren missen om intenties van anderen goed in te kunnen schatten. Ook missen ze vaardigheden om vroeg aan de rem te durven trekken. Dit leidt tot risicovolle situaties. In de toekomst wil de overheid dat er meer speciaal onderwijs komt zodat jongeren met een LVB de aandacht krijgen die zij nodig hebben. 
 

De leerling is de maat

LVB’ers hebben een IQ tussen de 50-85. Dit is vergelijkbaar met VMBO PL-niveau. Vmbo-scholen die speciaal onderwijs bieden, hebben protocollen voor omgang met jonge LVB’ers. Zij vinden het belangrijk dat leerlingen veilig opgroeien en zich gerespecteerd voelen. Volgens hun is de leerling de maat. Dat wil zeggen dat het onderwijs zo goed mogelijk is aangepast op de behoeftes van de leerlingen. Iedereen die op dergelijke school werkt, is getraind in het omgaan met kinderen met leer- en gedragsproblemen. Er worden individuele ontwikkelingsplannen opgesteld per leerling, zodat zij precies weten waar zij aan toe zijn. De scholen brengen op deze manier in kaart wat een individuele leerling aan kan. Voor leerlingen die extra opvallen door gedragsproblemen is er een zorgafstemmingsteam (ZAT) die deze risicogroep in de gaten houdt. Mocht er dreiging zijn van problemen, dan kunnen zij voor een hulpverleningstraject in aanmerking komen. 

Risicofactor of protectieve factor?

Daarnaast is een onstabiele thuissituatie een belangrijke risicofactor. Het gebrek aan thuiscontrole geeft een kind vrijheid om te doen en laten wat hij of zij wil. Annematt zegt dat een goede ouder-kindrelatie een belangrijke protectieve factor kan zijn. Als de communicatie tussen ouder en kind goed zit, zal het kind bereid zijn meer te delen met zijn of haar ouders. Hierdoor kunnen ouders meer controle uitoefenen zonder dat het kind eindigt in problemen. 
 

Wat vind jij?

Wat vind jij een goede methode om jongeren met een LVB te begeleiden naar stabiele en gelukkige volwassenheid? Is de aanpak in het onderwijs genoeg om kinderen buiten het criminele circuit te houden, of is er meer voor nodig? We zijn benieuwd naar jouw mening! Praat mee op onze Facebookpagina.