Waarom steeds meer jongeren op straat belanden

In Nederland is het aantal dakloze jongeren enorm toegenomen de afgelopen tien jaar. Het CBS spreekt van een verdriedubbeling van de hoeveelheid jongeren tussen de achttien en dertig jaar die op straat leeft. Hierdoor is het aantal jongeren zonder slaapplek toegenomen tot twaalfduizend. Veel hulporganisaties stellen dat het probleem ligt bij het schrijnende tekort aan beschikbare woningen. Welke redenen zijn er nog meer te benoemen voor deze toename? Hoe kunnen we jongeren wel een dak boven het hoofd bieden?

Waarom steeds meer jongeren op straat belanden

Hoe komen jongeren op straat terecht?

Veel dakloze jongeren komen uit probleemgezinnen en zoeken hun toevlucht bij zorginstanties. Helaas kom je vanaf je achttiende niet meer in aanmerking voor jeugdzorg. Als je geen sociaal vangnet hebt, eindig je op straat. Stichting Zwerfjongeren stelt dat achttienjarige met persoonlijke problemen nog niet op eigen benen kunnen staan. Ze belanden dan als gevolg op straat. 

Een andere oorzaak ligt volgens woordvoerder Menno de Boer van het Leger des Heils bij het bestaan van de kostendelersnorm. Dit houdt in dat van thuiswonende jongeren, wiens ouders van de bijstand leven, wordt verwacht dat ze financieel bijdragen aan het huishouden. Wanneer een kind meerderjarig geworden is, wordt de uitkering hierdoor gekort. Dit zorgt ervoor dat veel jongeren zich gedwongen voelen een ander onderkomen te zoeken, dat er vaak niet is. De Boer stelt dat ‘zolang er niet meer betaalbare woonruimtes beschikbaar komen, het risico dat mensen op straat belanden als het even tegenzit in hun leven, enorm groot is.’

Spookjongeren

Veel daklozenorganisaties erkennen dat zwerfjongeren in beleid vaak tussen wal en schip vallen. Volgens drs. W. Jeeninga, onderzoeker bij social and behavioral sciences aan de universiteit Tilburg, komt dit doordat zwerfjongeren zich moeilijk in beeld laten brengen. Ze verblijven op verschillende plekken zoals adressen van vrienden en maken gebruik van verschillende instellingen. Dit ‘bankhoppen’ zorgt ervoor dat ze niet of nauwelijks contact hebben met zorginstanties. Door hun onvindbaarheid worden zij ook wel ‘spookjongeren’ genoemd.

Jongeren mijden zorg

Weeninga stelt dat jongeren vaak hulp mijden omdat ze negatieve ervaringen hebben gehad met hulpverleners. Zwerfjongeren hebben volgens haar behoefte aan iemand die hun ‘gewoon als mens behandelt’. Hier hebben veel hulpverleners vaak geen tijd en aandacht voor. Een aanpak waar hulpverleners beter luisteren naar de behoeften van jongeren heeft het meer kans van slagen zegt Weeninga. Er zou meer praktische hulp moeten komen bij zaken als het zoeken van een woning, werk en kortere wachttijden. Weeninga benadrukt ook dat ‘een blijvende betrokkenheid belangrijk blijft. Maar vaak wordt die hulp helaas te snel stopgezet.’

Hoe wordt het probleem op dit moment aangepakt? In twaalf gemeenten is er in het voorjaar door minister Blokhuis een pilot opgestart om hulp te bieden aan jongeren die dakloos zijn of geen thuis meer hebben. Door iedere dakloze een ‘jongerenregisseur’ toe te kennen hoopt Blokhuis dat er betere hulp kan worden geboden aan hen. De persoonlijke aandacht zou zorgen voor langdurige hulpverlening waar een vertrouwensband met de jongeren kan ontstaan. Hierbij staat praktische hulp zoals het vinden van werk of een thuis en het bieden van een luisterend oor centraal.

Het doel van het ministerie is om alle zwerfjongeren voor 2021 persoonlijke ondersteuning en hulp bieden. De minister wil dat niemand langer dan drie maanden op straat in de kou hoeft te leven. Voor Blokhuis betekent dit ‘een flinke omslag in de hulpverlening, meer aandacht voor preventie, de behoeften van jongeren centraal te stellen en beter samenwerken met alle betrokken organisaties.’ De toekomst zal uitwijzen of deze aanpak de juiste is.