Welke farao bevrijdt de boeren – en ons allemaal?

Je bent de Minister van Landbouw. Je beleeft veel goede dagen. Maar je weet dat hij kan komen. Als in een boze droom. De kwade dag waarop er honderden trekkers op je afkomen. Met boze boeren achter het stuur die van je eisen dat je onmiddellijk ophoudt met het leeggooien van de emmer over hun hoofden. Een emmer, niet met water maar vol met mest. Door de laatst genomen stikstofmaatregel overgelopen. ‘Laat ons met rust!’ roepen ze. ‘Laat ons gewoon ons werk doen! Zonder boeren geen natuur en geen vreten!’ En: ‘Maak ons niet schuldiger dan andere schuldigen!

Welke farao bevrijdt de boeren – en ons allemaal?

Je bent de Farao van Egypte, 4000 jaar geleden. Je hebt het goed. Er is controle. Je houdt een klein maar groeiend slavenvolkje stevig onder de duim, ergens in een uithoek van je land. Je laat ze hard voor je werken. Je geeft ze relatieve vrijheid. Je bent de eerste die ze meedogenloos meegeeft: ‘Dwangarbeid maakt vrij.’ Het werkt. Je land en je economie worden er allesbehalve slechter van. Tot er op de zoveelste goede dag van je leven twee mannen in je paleis staan. Ze kijken je diep in de ogen aan. Ze zeggen: ‘Laat ons volk gaan.’

Je bent de Minister van Landbouw. Je staat op het Malieveld. Je moet het podium op. Je ziet ertegen op, maar je gaat. Je zegt dat je trots op de boeren bent. Echt, uit het diepst van je hart. Je zegt ook dat onder jouw bewind de veestapel niet wordt gehalveerd. Je voelt en hoort dat het niet aanslaat. Dat doet pijn. Dat komt binnen. Maar je moet doorpraten. Dus praat je door. ‘Jullie zijn met velen hiernaartoe gekomen, niet ongezien gebleven, jullie hebben wat van jullie laten horen. En wat mij betreft blijven jullie dat doen.’
Er was eens een wijze boer die een jonge jongen leerde: ‘Taal is een godsgeschenk. Of een godsgruwel.’

Mozessen en Aärons

Je bent de farao. Geen haar op je hoofd met tulband die eraan denkt om gehoor te geven aan die twee mafkezen. Je denkt: zolang mijn faraonische structuren werken, gaat hier niet één volk uit mijn land weg. De twee mannen horen de farao aan. Ze zeggen nog iets. Daarna lopen ze weg, het paleis uit. Het vervolg mag bekend zijn. De farao wordt tien keer geplaagd, inclusief één keer letterlijk gepest.

Je bent de Minister van Landbouw. Er staan geen twee maar duizenden boze mannen voor je. Je vraagt je af: zijn dit allemaal Mozessen en Aärons die van mij eisen om onmiddellijk bevrijd te worden van alle milieumaatregelen die hen meer en meer verstikken? Je schudt onzichtbaar je hoofd. Je weet dat het complexer ligt. Je weet hoe drakonisch de achterliggende faraonische structuren werken waaronder je Minister van Landbouw bent geworden. Hoe machtig de systemen zijn die ons meer en meer beknellen.

Boerenbedrijfsfinancieringen

Het kwaad zit niet alleen in de eindeloze voorraad overheidsregels. Het zit ook in de banken die met hun leningen diep inwerken of de boerenbedrijfsfinancieringen. Het zit in de businessmodellen van voerleveranciers en tech-bedrijven, met daarachter de retailketens waarover aandeelhouders hun machtige zegje te doen hebben.Je weet dat boeren geen fair-true-price voor hun producten krijgen, en dat zolang dat het geval is bedrijfsgroei voor menig boer de enige maatregel is om het financiële evenwicht te bewaren. Je kent ook de reclamewereld en de mediastrategieën van de grote supermarkten. Paginagrote advertenties in de landelijke ochtendkranten: ‘Dit jaar zijn we weer de goedkoopste!’ Je weet dat wanneer consumenten de portemonnee niet trekken, iets anders wel de prijs betaalt: de boer, de bodem, de biodiversiteit, en zelfs onze eigen body. Goedkoop is duurkoop. Ook voor ons eigen lichaam. Je weet hoe complex, intimiderend en drukkend het systeem werkt. Je kent de man die dat systeem de naam ‘Mammon’ meegaf. En het is op een podium niet uit te leggen.
 

Geen intimidatie van de farao

Of toch wel. In alle eerlijkheid en kwetsbaarheid.
Net als die farao-van-toen dat gewoon kon zeggen tegen die twee mannen die zich niet lieten intimideren. Hij had kunnen erkennen dat hij zichzelf had vastgeketend aan een destructieve machts- en geweldsketen die zich vroeg of laat tegen hem zou keren. Dat kan een Minister van Landbouw ook zeggen. Niet als Kop van Jut – de Minister is het probleem niet. Net als Jesse Klaver dat niet is. We zijn allemaal schuldig. Politiek, banken, de ketens, boeren en wij. Wij allemaal, de consumerende burgers. Natuurlijk, de verantwoordelijken voor de instandhouding van de achterliggende geld- en machtssystemen dragen de meeste schuld. Maar Moeder Aarde keert zich nooit tegen één bepaalde groep. 
 

Een goede dag breekt aan

Je bent de Minister van Landbouw. De kwade dagen zijn voorbij gegaan. Een goede dag breekt aan. En je ziet ze op je afkomen. Een kleine groep mannen en vrouwen. Een paar van hen deden ooit mee met de boze boeren-protestactie op het Malieveld. De delegatie vertegenwoordigt ongeveer twee miljoen burgers en duizenden boeren die weer bewust met eten willen omgaan. Mensen met oog voor voedsel, groen en smaakvol, gezond eten. Burgers die samen met de boeren geloven in een regionale voedselcultuur, zich aan elkaar verbinden, een eerlijke prijs willen betalen, en dat leefpatroon aan hun (klein)kinderen willen meegeven.

Bio en tech werken schurend en opbouwend samen. Boeren krijgen een eerlijke prijs en verminderen uit vrije wil en uit liefde voor milieu en natuur de veestapel. En de overheid? Zij ondersteunt de Beweging van Burgers en Boeren. Ze stelt verrassend vast dat een veestapelvermindering niet eens opgelegd hoeft te worden. Met grote dank aan de Minister van Landbouw, een eerste welwillende farao, die geluisterd heeft en durfde te handelen naar de verlangens van begeesterde Mozessen en Aärons: ‘Geef ons een ex-odus, baan een uit-weg. We hebben de initiatieven al klaarliggen!’