‘Ik was 42 en besefte: nu kan het nooit meer’

Carla nam afscheid van haar kinderwens

Deze week (4-10 november) is het de Europese week van de Vruchtbaarheid, het krijgen van kinderen is niet voor iedereen vanzelfsprekend. Een op de zes Nederlanders heeft vruchtbaarheidsproblemen en Carla Beukers (48) is een van hen. Na 18 jaar proberen van IUI tot Ivf én twee miskramen, beseft ze dat ze nooit moeder gaat worden. Carla: “Als je grootste droom nooit uit gaat komen, moet je op zoek naar een nieuwe droom en nieuwe zingeving.” Hoe doe je dat?

‘Ik was 42 en besefte: nu kan het nooit meer’

“Ik wilde jong kinderen en stopte op mijn 24e met de pil. Toen ik niet meteen zwanger raakte, holden mijn man en ik niet direct naar het ziekenhuis. We wilden de natuur haar gang laten gaan. Destijds vond ik IVF maar niks, veertien jaar later dacht ik daar anders over. Na een jaar of twee gingen we toch naar het ziekenhuis en bleek dat ik technisch in staat zou moeten zijn om zwanger te raken. De hormoonbehandelingen die ik kreeg, waren heel heftig. Na zeven jaar zijn we gescheiden. 

Miskraam

Vlak na mijn scheiding kwam ik een oude vriend tegen met wie ik een relatie kreeg, maar ook van hem werd ik niet zwanger. Nadat ook die relatie na drie jaar strandde, ben ik een alleenstaande moeder-traject in gegaan. Op mijn negenendertigste werd ik bij mijn vijfde IUI-behandeling voor het eerst zwanger. Bij het zien van de 9 weken echo, wist ik meteen dat het mis was. Mijn wereld verging. Als je zo lang gewacht had en eindelijk zwanger was, dan kon het toch niet meer misgaan? Na twee weken wachten had ik zes uur lang weeën. Dat een miskraam zo heftig was, had niemand mij verteld. 

kinderloos

‘Ik gun het een ander, maar gunde het mezelf ook zo erg’

Leven tussen hoop en vrees

Achteraf zijn die jaren zenuwslopend geweest. Constant leef je tussen hoop en vrees. Je leven staat in de pauze-stand. Wat als … ik zwanger ben, wat dan? Wat als … het niet lukt, wat dan? 
Meerdere dingen heb ik daardoor gelaten. Zo wilde ik een hbo-opleiding doen, maar durfde ik niet, want stel dat ik zwanger zou raken.  

Na de miskraam heb ik nog vier IUI pogingen gedaan en een IVF, pas toen ik startte met de tweede IVF besloot ik te stoppen. Ik wilde ik niet meer leven met die ‘wat-als’ mentaliteit. Ik wilde leven in het nu. Daar waar ik al die jaren zo obsessief bezig was geweest met mijn cyclus, wist ik nu niet meer wanneer mijn eisprong was. Ik leefde weer, totdat ik voor het eerst ongesteld werd nadat mijn relatie was uitgegaan. Ik was 42 en plots besefte ik: nu kan het nooit meer!  
Mijn moeder zei: ‘Je kan altijd bij het ziekenhuis informeren of je nog op de wachtlijst mag’. Ik belde en ik kon verder met het traject. Na nog een ivf-behandeling werd ik met kerstnacht om 4 uur ‘s nachts wakker en deed ik een zwangerschapstest: positief. Ik was voorzichtiger en angstiger dan bij mijn eerste zwangerschap. 

Afscheidskaartje

afscheidskaart
afscheidskaart

Op het moment dat ik op het schoolplein de kinderen gedag zei – ik stond voor de klas – voelde ik bloedverlies. Na die tweede miskraam had ik de behoefte om mijn kinderwens voorgoed af te sluiten. Ik ben heel diepgegaan, heb een tijd thuisgezeten en zocht professionele hulp. 
Daaruit ontstond het idee dat ik hier iets mee moest. 

Ouders sturen een geboortekaartje met de blijde boodschap dat ze een kindje hebben gekregen. Ik wilde mijn verdrietige boodschap delen en stuurde een kaartje voor het kindje dat nooit geboren zouden worden. Dat hielp mij enorm. 

Moest ik nu ik wist dat ik nooit moeder ging worden, mijn leven drastisch omgooien en een groots levensdoel of ander werk zoeken, een wereldreis maken? Door de gesprekken met mijn coach kwam ik erachter dat mijn geluk in de kleine en simpele dingen zit. De wisselende seizoenen, een lief berichtje van iemand, een mooi boek, een nieuw notitieboekje om gedichten of verhaaltjes in te schrijven, mijn hond en kat die bij me kruipen, een terrasje pakken met mijn vriend. Kortom: meer doen van wat ik al wel heb. Dat was een eyeopener! 

De hoop voorbij de kinderwens

Het is goed om zo’n traject voor jezelf af te sluiten. De een doet het door het planten van een boom, de ander door het zetten van een tatoeage, het schrijven van een brief naar het ongeboren kind of maakt een schilderij. Ik heb het boek De hoop voorbij geschreven, waarin ik 27 ervaringsverhalen heb gebundeld. Het redigeren van andermans verhalen hielp ook bij mijn eigen verwerking. 

Er moet meer openheid komen over een onvervulde kinderwens. Ik ben altijd open geweest, maar ik weet van andere ervaringsdeskundigen dat ze dat moeilijk vinden. Het hebben van kinderen is de norm in onze maatschappij. Sommigen vrouwen die hun kinderwens niet in vervulling hebben zien gaan, ontlopen in hun verdriet andermans kinderen. Ik heb dat nooit gedaan, want dan zou ik ook niet kunnen knuffelen met een baby’tje of puzzelen met een peutertje. Door mijn werk als juf kan ik gelukkig meepraten, want het is nu eenmaal zo dat het op verjaardagen heel veel over kinderen gaat.  

‘Constant leef je tussen hoop en vrees.
Je leven staat in de pauzestand’

Nog steeds zijn er momenten dat ik erg verdrietig ben. Toch heb ik een stijlregel: Ik gun het een ander, maar gunde het mezelf ook zo erg. Nadat mijn zus na een flink traject zwanger werd van een tweeling, dacht ik waarom zij twee en ik geen een? Aan het eind van haar zwangerschap zette ik de knop om: laat ik hier heel erg van gaan genieten. Vanaf het eerste moment dat ik ze zag, heb ik ze in mijn hart gesloten, ze zijn een verrijking van mijn leven. Ik weet dat lang niet alle vrouwen dit kunnen. Daarom is het doel van mijn boek dat het voorbij die hoop niet stopt, maar er ook zoveel ander moois is.”