Beter geen kerk dan een onherkenbare kerk

Dit is een ingekort artikel van Mgr. Ron van den Hout uit het Friesch Dagblad, 25 november 2019.

De toekomst van onze kerkgebouwen is ongewis. Het is duidelijk dat we ze op termijn niet allemaal kunnen onderhouden en er wordt driftig gezocht naar oplossingen.

Beter geen kerk dan een onherkenbare kerk
Foto: Wijding van het altaar op Ameland door Mgr van den Hout, 2017 (bron: bisdomgl.nl)

De kerken en ook de overheden voelen hun verantwoordelijkheid. Regio’s wordt van overheidswege gevraagd een ‘kerkenvisie’ voor hun gebied te formuleren. Hulp en ideeën komen van zelfopgerichte bedrijfjes en niet in de laatste plaats van lokale inwoners. Publicaties in diverse media en vakbladen gaan bijna allemaal de kant op van multifunctioneel gebruik. Ik wil een ander geluid laten horen en een vraagteken zetten bij deze ontwikkeling.

Bouwpastoors

Op de eerste plaats: Vaak wordt er beweerd dat de kerken van ons allemaal zijn. Deze claim vind ik te gemakkelijk. De kerken zijn in het verleden gebouwd door de leden van de betreffende parochie. Soms met kwartjes en dubbeltjes hebben gewone mensen bijgedragen aan de bouw van het godshuis. Vaak stak de pastoor er eigen geld in. Zonen van grote boeren werden vaak tot bouwpastoor benoemd en dat heeft de parochies geen windeieren gelegd. Dat het aantal betrokken gelovigen sterk is afgenomen, betekent niet dat het eigendomsrecht is verschoven naar dorpsbewoners die zich met het gebouw verbonden voelen om historisch-emotionele redenen.

Heilige ruimte

Een ander punt is dat de kerk een gebouw is dat in zekere zin geen functie heeft, zoals godsdienst geen functie heeft. Godsdienst laat zich niet functionaliseren, ze verwijst naar een andere werkelijkheid. Natuurlijk willen kerken een bijdrage leveren aan een leefbare samenleving en aan vrede en saamhorigheid. Maar uiteindelijk staat het dienen en eren van God boven aardse en tijdelijke belangen. Het is een heilige ruimte afgeschermd van het dagelijks leven waar de mens de stilte kan ervaren en samen met anderen kan vieren.Het is dan ook bijzonder jammer dat kerken vaak niet toegankelijk zijn. Multifunctioneel gebruik van de kerk past ook niet bij de behoefte aan godsdienstige stilte. Een kerk moet eigenlijk altijd als kerk te betreden zijn.

Wijding

Het is een bekend gegeven dat onze kerken normaliter geconsacreerd zijn: de wijding geeft het gebouw zijn kerkelijke bestemming. De twaalf apostelkruisjes aan de muren herinneren aan de wijdingsplechtigheid en aan de nieuwe bestemming die het gewone gebouw kreeg. Buiten gebed en liturgie zijn er wel andere gebruiksmogelijkheden, maar dat is beperkt. Er bestaan richtlijnen voor het gebruik van kerken buiten de eredienst. Niet alles is mogelijk of gewenst, ook al is de ruimte en de akoestiek geschikt voor allerlei optredens en voorstellingen. De eigenlijke bestemming van het kerkgebouw moeten we eerbiedigen. 

Slopen van kerken

In de katholieke kerk bestaat grote schroom om kerken te sluiten en een andere bestemming te geven. Het gevolg is namelijk dat het gebouw er als kerk blijft uitzien, maar het feitelijk niet meer is. De emoties die een kerksluiting met zich meebrengt voor gewone gelovigen, zijn goed te begrijpen. Een gebouw dat er als kerk uitziet, moet eigenlijk ook de functie van kerk hebben. Zo bezien is de sloop een reële optie. Beter geen kerk dan een onherkenbare kerk. Vanwege de monumentenstatus van veel kerken is dit vaak geen optie, al zou het vanuit kerkelijk perspectief eigenlijk wenselijk zijn. Wordt een kerk gesloten dan moeten op zijn minst de herkenbare en meest gevoelige zaken voor de eredienst eruit verwijderd worden, zodat er voor gelovigen zo min mogelijk aanstoot wordt gegeven.

Zichtbare plaats

Het moet mogelijk zijn om een voldoende aantal kerken als kerk te behouden zonder verwarring te laten ontstaan over hun bestemming. Multifunctioneel gebruik werkt verwarring en profanisering van het heilige in de hand. De kerk verdient een heldere plek in onze samenleving. Die plaats moet door onszelf worden ingenomen, maar zal ons ook gegund moeten worden. Bij kerkgebouwen wil je graag aan de buitenkant kunnen zien wat de bestemming van de binnenkant is. Van geloofsgemeenschappen zal mogen worden verwacht dat ze zich over dorpsgrenzen heen verenigen en kiezen voor het behoud van één van hun kerkgebouwen. Van de overheid en de samenleving mag worden verwacht dat ze de andere kerken overnemen en helpen bij een passende herbestemming.