Marijke: “Ik mag, zelfs met theologische opleiding, niet preken”

Marijke Volgers-van Wijk ontwikkelt steeds meer het verlangen om voor te gaan in haar kerk, een CAMA-gemeente. Hier is het echter niet mogelijk om dat verlangen als vrouw tot uiting te kunnen brengen. “Ik wil verhalen delen en mensen te onderwijzen. Hoe kun je dat beter doen dan in een preek?”

Marijke: “Ik mag, zelfs met theologische opleiding, niet preken”

“Ik ben opgegroeid in een Vrijgemaakte kerk, daar had ik te maken met hele traditionele man-vrouw rollen. Bij ons thuis was dat echter anders, mijn ouders hadden iets meer die blik van buiten. Ook raakte mijn vader arbeidsongeschikt en is mijn moeder toen aan het werk gegaan. Daar werd schande over gesproken in de kerk, maar er was geen andere optie. Als jong kind werd ik dus al geconfronteerd met de hypocrisie en de enorme kracht die kerken beweegt om traditionele rolpatronen te behouden. Gedurende mijn leven is het daarom altijd een item geweest waarover ik zelf nadenk en ook anderen probeer aan te moedigen over die rolpatronen na te denken.

Van jongs af aan kreeg ik de argumenten over het gezag van de man al te horen. Ik voelde altijd: dat kán niet kloppen, maar ik kon geen Bijbelse argumenten tegen vinden. Toen ik Theologie ging studeren kreeg ik allerlei tools aangeboden om de diepere lagen van de Bijbel te kunnen lezen. Ik kwam erachter dat de rode draad in de Bijbel is dat het verschil in machtspositie door de Bijbel heen verdwijnt, de verschillen tussen mensen vallen weg. Ook tussen mannen en vrouwen.

Mannen zonder theologische opleiding

Ik zit momenteel in een CAMA-gemeente. Daar mogen vrouwen niet voorgaan. Onlangs was er een conflict waarbij zowel voorganger als oudsten een tijd hun taken hebben neergelegd. Op dat moment viel er een gat. Ik zat in het programmateam en wij kregen de taak om van een bestaande sprekerslijst, mensen uit te zoeken die voor konden gaan in die periode. Op die lijst staan ook mannen die geen theologische opleiding hebben. Zij mogen wel preken, terwijl ik met een theologische opleiding dat niet mag. Ik uit mijn ongenoegen daarover, maar ga dit niet op de spits drijven. Toch blijf ik het onderwerp wel op de agenda zetten.

Als ook op langere termijn vastgehouden wordt aan het uitsluiten van vrouwen uit de ambten, betwijfel ik of ik me thuis kan blijven voelen

Ik heb altijd gezegd dat ik zelf niet zou willen spreken. Ik had een ander verlangen: me bezig houden met het beleid in de kerk en daarvoor zou ik dus plaats willen nemen in de oudsteraad. Dit kan helaas ook niet in onze kerk. Gaandeweg ik me daarover aan het uitspreken was, merkte ik dat het voorgaan in de gemeente me ook bezighield. Waarom ook niet, dacht ik. Ik heb echt het verlangen om verhalen te delen en mensen te onderwijzen. Dat komt allemaal samen in een preek.

Eerste christelijke gemeentes

Nu ben ik bezig met peilen of de mensen in mijn kerk voor of tegen de vrouw in het ambt zijn. Een steeds groter wordende groep is voor, een kleine groep is echt pertinent tegen en het grootste gedeelte van de mensen weet het niet. Die laatste groep vraagt dan vaak aan mij: ‘Maar als het Bijbels gezien gewoon kan, waarom gebeurde dat vroeger dan niet?’ Maar het gebeurde vroeger juist wel, alleen weten we dat niet meer. Ik leg dan uit hoe het in de eerste christelijke gemeentes ging. Daar gingen vrouwen voor en namen zij alle taken op zich die mannen ook hadden. Pas in latere tijden werden vrouwen weer uit die positie gezet, maar dit is binnen de kerk nauwelijks bekend. Dat zet mensen wel aan het denken. 

Eén van de zegeningen in dit conflict binnen mijn gemeente is dat we veel meer met elkaar in gesprek gaan als kerk over de vraag waar we nou eigenlijk staan met betrekking tot allerlei onderwerpen en dus ook over de vrouw in het ambt. Zo kwam ik erachter dat veel meer mensen voor de vrouw in het ambt zijn dan ik dacht, dat is bijzonder om te merken. Voor nu is het genoeg dat er beweging is rond dit thema. Als ook op langere termijn vastgehouden wordt aan het uitsluiten van vrouwen uit de ambten, betwijfel ik of ik me thuis kan blijven voelen en kan het zijn dat ik toch voor een andere gemeente kies.”