Is de toename aan miljonairs in Nederland een goed teken?

De Nederlandse luxebeurs Masters of LXRY, die van 12 tot 16 december wordt gehouden, is dit jaar groter dan ooit. Volgens de organisatie is het daarmee de grootste beurs ter wereld op het gebied van luxeproducten. Dit is niet zo gek gezien de toename van 6000 miljonairshuishoudens sinds 2006. Is deze groei iets om te vieren? Meer rijken is een indicatie dat het goed gaat met Nederland, toch? Of moeten we juist kritischer zijn en dit zien als een gevolg van de toegenomen economische ongelijkheid?

Is de toename aan miljonairs in Nederland een goed teken?

Volgens het CBS was er tussen 2011 en 2014 een toename aan ongelijkheid in vermogen tussen huishoudens. Dit was vooral een gevolg van de crisis en de dalende huizenprijzen. Hetzelfde gold voor de inkomensongelijkheid. Volgens het statistiekenbureau verbeterde de situatie na 2015 en nam zowel de vermogensongelijkheid als de inkomensongelijkheid af.

De Gini-coëfficiënt

Ongelijkheid in besteedbaar inkomen of vermogen wordt doorgaans uitgedrukt met de Gini-coëfficiënt. Daarbij wordt gebruik gemaakt van een cijfer tussen de 0 en 1. De 0 staat voor complete gelijkheid en 1 voor complete ongelijkheid in een land, waarbij een klein aantal mensen het meeste inkomen heeft of bezit.

In Nederland worden de inkomens gelijkgetrokken door belastingen en uitkeringen. Het getal is daarom vrij laag en schommelt al sinds 2001 tussen 0,28 en 0,29. De echte ongelijkheid wordt pas zichtbaar door te kijken naar het cijfer van het vermogen. Dit getal ligt op ongeveer 0,79 en is vele malen ongelijker dan het inkomen. Ondanks dat deze ongelijkheid de laatste jaren redelijk stabiel is gebleven, is dit is een vrij hoog getal. Sterker nog, Nederland heeft een van de hoogste vermogensongelijkheden ter wereld en kan zich meten aan de Verenigde Staten.

Geven de cijfers wel een goed beeld?

De Gini-coëfficiënt is maar een van vele manieren om ongelijkheid te meten, stelt financieel journalist Peter de Waard in de Volkskrant. Wie kijkt naar het toegenomen vermogen van de rijkste 10 procent, vergeleken met de armste 10 procent, ziet dat het gat daartussen alleen maar groter is geworden.

Dit komt volgens UvA-hoogleraar Wiemer Salverda doordat bij de onderste 90 procent de schulden de afgelopen jaren gestegen zijn en de eigen woning minder waard is geworden. De top 10 procent is er echter wel op vooruit gegaan, omdat de schulden daar stabiliseerden en het vermogen onder deze groep Nederlanders groter werd.

Een oneerlijk spel

Waarom zijn schulden gestabiliseerd en vermogen gestegen bij de rijkste 10 procent? Dit heeft te maken met het feit dat de slogan ‘Let op: geld lenen kost geld’ niet op gaat voor hen. Voor mensen zonder kapitaal betekent lenen schuld en schuld vaak boete, wanneer er niet betaald wordt. Door te lenen ben je altijd meer geld kwijt dan je in eerste instantie wil spenderen.

Voor investeerders, die behoren tot de rijkste 10 procent, geldt dit probleem niet. Voor hen betekent lenen of schuld maken een mogelijkheid om rendement te trekken. Zo stelt econoom Dirk Bezemer in zijn column van de Groene Amsterdammer: “Wie tachtig euro leent tegen vijf procent rente, kan met twintig eigen euro’s erbij een slimme investering doen met twintig procent rendement. Na betaling van rente en aflossing is er tachtig procent rendement op eigen geld gemaakt. Dat lukt nooit zonder lenen, en het zijn slechts de rijken die zich dit spel kunnen veroorloven.”

Taxes, taxes, taxes

Het loont dus veel meer om te bezitten dan om te werken. Hoewel de bestseller Kapitaal in 21e eeuw van de Franse Econoom Thomas Pikkety al vijf jaar geleden is geschreven, blijft de boodschap actueel: Er moet meer belasting over vermogen worden geheven om ongelijkheid te bestrijden.

Zo stelt De Bezemer: “De oplossing ligt in een schuld waarvoor niemand kiest, maar die iedereen heeft. We zijn allemaal belasting verschuldigd. Ook die is scheefgegroeid. Een miljonair betaalt officieel 1,61 procent belasting over zijn bezit, een werknemer tot 52 procent over zijn loon (dat is dertig keer zo veel). De miljonair die dan ook nog slim met schuldenaftrek, rente en afwaardering speelt, betaalt vrijwel geen belasting, niet over bezit en niet over inkomen uit bezit.” Bezemer maakt deze vergelijking omdat het loon voor de werknemer de primaire vorm van inkomstenbron is, terwijl het vermogen de primaire inkomstenbron is van de miljonair.

Hier staat De Bezemer niet alleen in. De Nederlandse historicus Rutger Bregman is wereldwijd bekend geworden met zijn pleidooi voor hogere ‘taxes, taxes, taxes‘ over vermogens. Bregman presenteert de oplossing voor dit grote probleem als heel envoudig: 'it's not rocket science'. In Amerika krijgen Bezemer en Bregman bijval van de populaire politica Alexandria Ocasio-Cortez die een belastingschijf wil van 70 procent voor multimiljardairs. 

Praat mee

Inkomstenverdeling blijft een ingewikkeld thema. Hoe denk jij dat moeten we om moeten gaan met de economische ongelijkheid in Nederland? Kan dit worden opgelost? Praat mee op onze facebookpagina!