Minister Slob geeft scholen de vrijheid om eigen lesprogramma op te stellen

Minister Slob wil dat scholen 30% van hun onderwijstijd zelf mogen invullen. Naast verplichte lessen als rekenen en taal komt er ruimte voor onderdelen die scholen zelf belangrijk vinden. Met deze maatregel hoopt Slob het huidige curriculum te verbeteren en het beter aan te laten sluiten bij de huidige samenleving.

Minister Slob geeft scholen de vrijheid om eigen lesprogramma op te stellen

Volgens minister Slob weten leraren het best wat hun leerlingen nodig hebben. Hij wil ze daarom de ruimte geven om aan specifieke behoeftes van de school of van leerlingen te voldoen. Mocht een school meer taallessen willen geven, dan kan dat. Maar ook een vak als burgerschapsvorming kan met deze maatregel meer aandacht krijgen.

Van plannen naar uitvoer

Als alles volgens plan verloopt, gaat het nieuwe curriculum vanaf schooljaar 2023 - 2024 in. Er volgt een overgangsperiode van vier jaar, waarin de bovenbouw van het middelbaar onderwijs als laatst aan de beurt is. Tot die tijd worden schoolleiders en leraren ondersteund in de ontwikkeling en uitwerking van de plannen.

Met de invoering van deze maatregel hoopt minister Slob niet alleen een eigentijdser lesprogramma aan te bieden, maar ook de aansluiting van het basisonderwijs naar het middelbaar onderwijs te verbeteren.

Kritische geluiden

Hoewel de plannen nog niet definitief zijn, klinken er op social media de eerste kritische geluiden. Zo spreekt men over een mogelijke marktwerking, nu scholen elkaar zouden kunnen gaan beconcurreren met het aantrekkelijkste lesprogramma. 

Is het goed dat scholen met deze maatregel relatief veel vrijheid krijgen of zou de overheid de regie moeten houden in wat scholen hun leerlingen aanbieden? We zijn benieuwd naar jouw mening hierover en nodigen je uit om hier op Facebook over mee te praten.