"Toerisme gaat alleen nog maar om economisch gewin"

Er moet meer bewustzijn komen over onze onderliggende overtuigingen, om de impact van massatoerisme enigszins te verkleinen, zegt toerisme-expert Maaike Bergsma.

"Toerisme gaat alleen nog maar om economisch gewin"

Ze is docent aan de opleiding International Tourism Management en coördinator ‘duurzaamheid’ aan NHL-Stenden Hogeschool te Leeuwarden. Ze houdt zich bezig met ethiek en toerisme. Samen met haar studenten kijkt ze naar ethische aspecten van toerisme en de eventuele negatieve gevolgen. Denk aan vrijwilligerstoerisme, het gebruik van dieren als attractie of de ontwikkeling van massatoerisme in ontwikkelingslanden. “Dat laatste brengt morele vraagstukken met zich mee. Er is vaak een groot verschil tussen rijkdom van de toerist en de rijkdom in het ontvangende land.”

Zelf studeerde ze duurzaam toerisme in Wageningen en werkte later onder meer aan de Universiteit van Zanzibar, een eiland in Oost-Afrika. Daar zag ze de invloed van toerisme op een kwetsbare omgeving met eigen ogen. “Het is een prachtig eiland, maar het gaat kapot aan toerisme. Buitenlandse investeerders kopen het eiland op, waardoor de natuur wordt uitgeput en het geld niet in de lokale economie stroomt. Op die manier wordt zo’n eiland geëxploiteerd. Dat is ongelijk en oneerlijk, een vorm van neo-kolonisalisme.”

Massatoerisme is een complex fenomeen, want je kan toerisme niet los zien van andere ontwikkelingen in de wereld, zo stelt Bergsma. “Ik zie een overeenkomst met de stikstofcrisis, er is namelijk een zelfde onderliggende vraag: hoe gaan we om met de planeet? We bekijken alles wat we doen met een visie van: meer is beter. We willen harder rijden. We willen verder op vakantie, in steeds grotere en luxere hotels. Maar de realiteit van steeds meer is niet langer haalbaar.”

Dweilen met de kraan open

Bergsma ziet dat er oplossingen moeten komen. Ze denkt daarbij verder dan de kortetermijnoplossingen, die bijvoorbeeld door de gemeente Amsterdam worden ingevoerd. Denk aan restricties voor Airbnb, of het verbieden van bepaalde toeristische winkels. “Maar het is dweilen met de kraan open”, zegt Bergsma. Volgens haar is het onderliggende probleem dat we een levensstandaard willen hanteren die niet haalbaar is. “Dat is van toepassing op toerisme, maar ook op auto rijden, vlees eten en wonen. We willen veel. We willen groot. We willen alles. Dat is niet houdbaar.” 

We moeten niet aan symptoombestrijding doen, maar we moeten onszelf afvragen hoe groot onze impact is. “Dat is geen populaire boodschap, want dan moeten er stevige keuzes gemaakt worden. Kijken waar de grens van de economische groei en welvaart ligt.” Deze boodschap is niet nieuw. Al in 1972 werd door de Club van Rome gesteld dat er grenzen aan onze economische groei zijn omdat de hulpbronnen opraken. 

Er moet dus gekeken worden naar de lange termijn. Daarnaast is er een gedeelde verantwoordelijkheid. Die ligt bij toeristen zelf, maar ook bij beleidsmakers in samenspraak met lokale bevolking. “Goed kijken naar wat het probleem precies is. Op verschillende plekken spelen verschillende problemen. In een stad zijn er andere oplossingen nodig dan op een tropisch eiland, maar steeds met dat bewustzijn dat er grenzen zijn aan groei.”

Ze werkt al vijftien jaar in het toerisme. Nog steeds worden dezelfde discussies gevoerd, zegt ze. “Het gaat vooral over winstmaximalisatie, al het andere is onderbelicht.” Wat zijn de gevolgen voor natuur, maar ook voor de mens? Welke gevolgen heeft ons consumptiegedrag op de volgende generaties? Ze ziet inmiddels een omslag, er is meer bewustwording, mede vanwege de discussie over het klimaat en de stikstofcrisis. “Er zijn stevige politieke keuzes nodig, want het welbevinden van de lokale bevolking en een goede leefomgeving is nu belangrijker.”

Ruggengraat gevraagd

Als oplossing denkt Bergsma bijvoorbeeld aan een bepaalde capaciteit voor toeristische plekken, zoals de Waddeneilanden. “Dit is de grens, dit is wat ons eiland aankan. En daar dan voor gaan staan.” Daarnaast moeten politici en beleidsmakers meer oog krijgen voor de invloed van toerisme. De overheid moet durven reguleren, niet alle verantwoordelijkheid bij de consument leggen, betoogt Bergsma. De staat moet ingrijpen waar de markt tekortschiet. “Voor ondernemers is het de natuurlijke drang om hun bedrijf uit te breiden, maar op sommige plekken gaat dat niet. Daar moet de overheid inspringen, zeggen ‘tot hier en niet verder’. Dat vraagt ruggengraat, het is geen populaire boodschap. Onze nationale overheid is niet voldoende doordrongen van de impact van toerisme en maakt onvoldoende beleid hierop, terwijl het een erg belangrijke sector is in ons land.”

“Het is goed dat er restricties komen, voor airbnb, voor rondvaartboten door het centrum. Dat zijn goede maatregelen om de overlast tegen te gaan, maar het gaat het toerisme niet remmen"

Er zijn als toerist ook dingen waar je volgens Bergsma over na kan denken als je op reis gaat. Als je naar een all-inclusive resort gaat, gaat er bijvoorbeeld weinig geld naar de lokale economie. Daarom pleit Bergsma ervoor dat toeristen zelf hun reis uitstippelen en zelf zoveel mogelijk regelen. “Probeer zelf te kijken naar vervoer, verblijf, lokale restaurants.” Dat kost wat extra tijd en moeite, want het is natuurlijk gemakkelijk en fijn als alles voor je is geregeld.

Wegwerpvakanties

Bergsma snapt dat je niet aan mensen kan vragen om helemaal te stoppen met vliegen. “Mensen reizen graag, ze willen de wereld ontdekken en ontsnappen uit de dagelijkse realiteit. Reizen heeft zeker een meerwaarde: het verbreedt onze blik en het vergroot de onderlinge tolerantie.” Maar probeer wel bewust te kiezen wat je wel en niet doet, wil Bergsma maar zeggen. Korte tripjes naar Barcelona of Venetië, zijn die echt nodig? “Dat zijn wegwerpvakanties.” We moeten kijken naar alternatieven, bijvoorbeeld per trein of langer op vakantie gaan.

Voor de toekomst schetst Bergsma geen rooskleurig beeld. Ze vreest dat de toerismedruk in Nederland te groot is. Volgens haar zet het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen (NBTC) vooral in op de korte termijn. “Ze willen mensen spreiden, zorgen dat andere gebieden economisch mee gaan profiteren. Maar op bepaalde plekken moet er een stop komen.” Zolang we beslissingen blijven maken vanuit het neo-liberalistische perspectief lopen andere plekken ook de kans om voor dezelfde problemen te komen te staan. Alleen als we de definitie van succesvolle toeristische ontwikkeling veranderen, kan het anders.

Ze geeft het voorbeeld van Bhutan, het land in de Himalaya waar toeristen een flinke som geld moeten betalen om het land binnen te komen. “Ze kiezen daar voor een maximaal aantal toeristen en dus voor het welzijn van het land en de plaatselijke bevolking. Dat is een duidelijke keuze.” Voor plekken als Amsterdam en Giethoorn is het al te laat, vreest Bergsma. “We lopen achter de feiten aan, mensen lopen in kolonnes door Giethoorn. Hopelijk leert de NBTC daarvan.”

In Amsterdam is het dus te laat, denkt Bergsma. De internationale reputatie van onze hoofdstad is te groot, mensen willen daarheen. Het tij is niet meer te keren. “Het is goed dat er restricties komen, voor Airbnb, voor rondvaartboten door het centrum. Dat zijn goede maatregelen om de overlast tegen te gaan, maar het gaat het toerisme niet remmen”, denkt Bergsma.