Dominee, ik kan je vertrouwen… toch?

Mag een geestelijke verzorger in de gevangenis zwijgen wanneer een misdadiger ernstige nieuwe strafbare feiten in goed vertrouwen vertelt?

Dominee, ik kan je vertrouwen… toch?

Op 12 oktober 2012 loopt een bejaarde man een rondje door het park met zijn hond in het plaatsje Axel. Wandelend over het pad op deze bewolkte vrijdagavond wordt hij overmeesterd door twee mannen. Zij mishandelen de weerloze bejaarde op gruwelijke wijze, leggen hem in de achterbak en vragen om zijn pincode. De man weigert. Huiveringwekkende consequenties volgen. De mannen steken 17 keer in op de bejaarde en laten hem levenloos in een sloot achter. De poging van de twee mannen om geld afhandig te maken is mislukt.

Het verschoningsrecht

De twee verdachten worden drie jaar later veroordeeld voor hun misdaden. Zij krijgen respectievelijk 25- en 15 jaar celstraf opgelegd. De zaak is rond zou je zeggen, maar de advocaat van de verdachte nam geen genoegen met de uitspraak. Voordat de zaak opnieuw in behandeling werd genomen bij het gerechtshof, voert de verdachte namelijk in de gevangenis gesprekken met twee geestelijke verzorgers; een humanist en een boeddhist. De man biecht in die gesprekken op dat hij de moord alleen zou hebben gepleegd. Deze verklaring zou de strafoplegging voor de medeverdachte aanzienlijk kunnen beïnvloeden, maar hiervoor moeten de geestelijke verzorgers als getuigen in de rechtbank worden gehoord.

De wet stelt echter dat personen met een beroepsgeheim niet als getuigen hoeven op te treden in het strafproces. Artsen, advocaten en dominees mogen zwijgen in de rechtbank. Dit wordt ook wel het verschoningsrecht genoemd. In deze zaak hebben de geestelijke verzorgers een beroep gedaan op deze rechtsvorm. Het gerechtshof heeft dit beroep aanvaard. De advocaat van de verdediging vindt dit onterecht en stelt dat de boeddhist en humanist niet als geestelijken kunnen worden aangemerkt. Zij moeten getuigen in het gerechtshof want, zo stelt de advocaat, zal dat zijn verdachte vrijpleiten.

vertrouwen versus waarheid

De vraag of de twee verzorgers kunnen worden aangemerkt als geestelijken is door de advocaat van de verdediging voorgelegd aan de Hoge Raad. Afgelopen dinsdag (7 januari 2020) oordeelde de Hoge Raad dat de klacht van de advocaat niet opgaat. De geestelijke verzorgers mochten zich beroepen op het verschoningsrecht want zo stelt de Hoge Raad: 

‘Aan het verschoningsrecht ligt ten grondslag dat het maatschappelijk belang dat de waarheid in rechte aan het licht komt, moet wijken voor het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking.. tot de verschoningsgerechtigde moet kunnen wenden.’ 

Met andere woorden, de Hoge Raad vindt het belangrijker dat een verdachte in vertrouwen steun kan krijgen van geestelijke verzorgers in een gevangenis dan dat de waarheid, met getuigenverklaringen van geestelijken, in de rechtbank boven water komt. Voor de moordzaak in Axel betekent het dat de celstraf van de misdadiger (meer dan 20 jaar) zal blijven staan terwijl de man misschien helemaal niet schuldig is.

Moet het beroepsgeheim worden geschonden?

Ik begrijp het oordeel van de Hoge Raad. Elke misdadiger moet in de gevangenis steun, bijstand, advies en vergiffenis kunnen krijgen voor zijn daden bij een geestelijk verzorger, maar de vraag is of een verzorger toevertrouwde geheimen moet blijven bewaren wanneer dit grote gevolgen heeft op een rechtelijke uitspraak in een strafproces. Is een geestelijke verzorger dan wel verplicht om te getuigen in de rechtbank? Moet het beroepsgeheim worden geschonden in het belang van een rechtvaardige uitspraak? Je zou eigenlijk volmondig ‘ja’ willen zeggen, maar dit schept ook het precedent dat misdadigers zich niet langer gesteund voelen door geestelijken in de gevangenis, omdat elke vertrouwde uitspraak ook tegen hen kan worden gebruikt.

Het vreemde van de moordzaak in Axel is dat er klaarblijkelijk vertrouwelijke informatie van de geestelijke verzorgers terecht is gekomen bij de advocaat van de verdediging. Het beroepsgeheim van de geestelijke verzorgers lijkt hiermee al te zijn geschonden. Als de toevertrouwde geheimen van de misdadiger binnenskamers waren gebleven, zou de advocaat van de verdediging naar alle waarschijnlijkheid niet hebben gevraagd naar een getuigenverklaring van de geestelijke verzorgers. Of terwijl, als een verklaring vertrouwelijk is gedeeld, zorg er dan ook voor dat het niet op straat komt te liggen. Je kan het verre van netjes noemen als een geestelijke verzorger vervolgens in het strafproces een beroep doet op zijn verschoningsrecht – zijn recht om te zwijgen – vanwege zijn ‘beroepsgeheim’.