Onvervulde kinderwens: ‘Bezig blijven is het geheim’

“Welkom in Museum De Pelgrim, mijn geesteskind. Had ik kinderen gekregen, dan was dit museum er niet geweest. Verwerken doe je nooit helemaal, maar iets betekenen voor anderen helpt om de leegte in te vullen als je geen kinderen en kleinkinderen krijgt…”

Onvervulde kinderwens: ‘Bezig blijven is het geheim’

Ze schenkt thee met een speculaasje erbij. “En als je kinderen en kleinkinderen hebt, wil dat niet zeggen dat je daar gelukkig van wordt. Mijn zus ziet haar kleinkind niet, een veel concreter gemis, is dat niet nog verdrietiger? Kom, ik laat het museum zien.” 

Een smal wenteltrapje naar boven. Toos voorop. De levende legende van het Twentse Oldenzaal, altijd in paars gekleed – “dat staat me goed en paars is een spirituele kleur” - kan niet stilzitten. 
Begin jaren tachtig zette ze een vrijwilligersproject met gastvrouwen op in het R.K. Ziekenhuis ‘Heil der Kranken’ waarvan ze 23 jaar leidster was, ze was de eerste overblijfmoeder van Oldenzaal, nam pleegkinderen met een beperking in huis waarvan de moeder was overleden, hielp talloze vluchtelingenjongeren én richtte dit museum met religieus cultureel erfgoed op. Gisteren plantte ze nog een boom met de oud-burgemeester als blijk van waardering voor hun inzet en verdiensten voor Oldenzaal. 
 

‘Verwerken doe je nooit helemaal’

Ze staat stil bij de glazen kast met antieke doopjurkjes. “Dit doopjurkje is van mij, die daarachter is honderd jaar oud. Bijzonder toch? Meestal werden ze genaaid uit de trouwjurk, mijn trouwjurk hangt nog in zijn geheel in het depot van het museum.” Toen Toos na haar huwelijk niet zwanger werd, had ze door dat er wat mis was en ging ze naar de huisarts. De vele medicijnen als tbs-patiënt in het sanatorium hadden haar vruchtbaarheid geen goed gedaan. “Mijn man die ik heb leren kennen in het sanatorium, had ook veel medicijnen gebruikt. Ik wilde wel adopteren, maar dat zag hij niet zitten. ‘Dan weet je niet wat erin zit,’ zei hij. Twentse nuchterheid?” 

Vanuit de gepreksgroep van de hulpdienst van ziekenhuis Nijmegen kwam ze in contact met andere kinderloze echtparen. Dat moest dichterbij huis kunnen. “Ik heb een oproepje in de Twentse Courant gezet, daarop reageerde een vijftal echtparen. Inmiddels komen we al 35 jaar vier keer per jaar samen!” Ondertussenging de hulpdienstafdeling in 1985 over naar Freya en richtte Toos ‘Samen Verder’ op, waarmee ze telefoondiensten draaide en bijeenkomsten organiseerde in de eigen buurt. “Dat ik geen kinderen kon krijgen, heb ik geleidelijk een plek kunnen geven. Verwerken doe je nooit helemaal. Als je ouder wordt, besef je dat je ook geen opa en oma wordt. Dat is verdrietig, maar blijkbaar heeft onze Lieve Heer iets anders voor mij bedoeld,” zegt Toos.

Sterilisatie

Na tien jaar proberen, vele doktersbezoekjes in het ziekenhuis in Enschede en Nijmegen en meerdere miskramen, laat ze zich op haar veertigste steriliseren. Dan is het maar duidelijk. “Toos, op deze leeftijd moet je dit echt niet meer willen, zei ik tegen mezelf. Gelukkig kon ik gemakkelijk over mijn kinderloosheid praten, ook met mijn man.” 

In 2009 werd Toos geridderd door prinses Beatrix. “Ik ben een wereldburger en heb me altijd sociaal ingezet voor de zwakkeren van de samenleving. De leegte vulde ik daardoor op. Bezig blijven is het geheim. Met mijn vrijwilligerswerk zat ik veel tussen kinderen. Soms was dat confronterend, maar je kunt moeilijk alle moeilijkheden uit de weg gaan. Er waren er altijd wel een paar in mijn omgeving zwanger.” Ze deed veel vluchtelingenwerk, had een tijdje twee Ethiopische meisjes in huis en er kwamen kinderen uit Ghana, Spanje en Irak over de vloer. “Nu maakte ik deze kinderen wegwijs in de maatschappij, net zoals ik met mijn eigen kinderen zou hebben gedaan. Mijn moeder zei op z’n Twents: ‘As je bi Toos komt, is alles zwart.’”

‘As je bi Toos komt, is alles zwart’ 

Alleen

Doet bezig zijn verdriet vergeten? “Nog steeds is er soms verdriet. Toen mijn man met spoed om vier uur ’s nachts naar het ziekenhuis moest en ik geen dochter had die ik kon bellen en ik er alleen in mijn auto achteraan moest rijden, voelde ik mij alleen.”

Toch ziet ze de andere kinderloze ouderen van nu soms te veel focussen op dat gemis. “Dat kan je ondergang worden. Sommigen zoeken hun heil in het buitenland en besteden duizenden euro’s aan hun kinderwens. En al die hormoonbehandelingen zijn niet altijd zonder gevaar en narigheid. Ik heb er haargroei aan over gehouden. Misschien was het bij ons niet de bedoeling? Mijn geloof heeft mij daarin geholpen. God geeft iedereen een missie. Bovendien had ik mezelf nooit zo kunnen ontwikkelen als ik nu gedaan heb.” 

Museum De Pelgrim had dan niet bestaan. Bidprentjes, collectebusjes, Mariabeeldjes, engelenbeelden, de eerste aap-noot-mies-leesborden, antieke liturgische kledij, verzin ‘t maar en Toos heeft het. “Verzamelen zat er altijd al in. Mijn zolder en huis stond vol, totdat ik 15 jaar geleden deze twee armenhuisjes van de gemeente kreeg.” Aan de bezoekers geeft ze vaak een gedichtje of gebed mee. Vruchtbaar zijn, is de rode draad in haar leven. “Mijn lichaam werkt dan niet mee, maar geestelijk kan ik wel vruchtbaar zijn.”

Sporen die je nalaat

Vijf uur. Tijd om het museum dicht te gooien. Toos haalt het uithangbord binnen. In de voortuin brandt in het hoekje een kaarsje bij de heilige Christoffel, de beschermheilige van de reizigers.
Toos: “Het is niet de weg die je gaat, maar de sporen die je nalaat. Als ik doodga wil ik denken: Ik heb niet voor niks geleefd. Vaak rijd ik op de terugweg van het museum langs een ouder eenzaam iemand en al ben ik daar maar een kwartiertje, dat kan iemands dag helemaal maken!”