"Zelf heb ik weinig antisemitisme ondervonden"

Column door Joachim Vissel

Deze week is de herdenking van 75 jaar Holocaust. Terwijl koning Willem-Alexander te gast is bij het World Holocaust Forum en in voormalig Kamp Westerbork de namen van de 102.000 vermoorde en gedeporteerde Nederlanders worden voorgelezen, geeft columnist Joachim Vissel een inkijk in zijn joods-zijn.

"Zelf heb ik weinig antisemitisme ondervonden"

Laat ik om te beginnen uit de kast komen als tweede generatie oorlogsslachtoffer. Zo heb ik me eigenlijk nooit gevoeld. De oorlog heeft uiteraard sporen achtergelaten: van de acht broers en zussen van m’n vaders vader is de helft niet teruggekeerd. Toch was dat verleden niet constant merkbaar, zoals ik wel eens van anderen hoorde. Af en toe kwam het aan de oppervlakte. 

Tijdens een zeiltocht vanuit Langweer bijvoorbeeld. We laveerden met harde tegenwind naar het Sneekermeer. Bij de ingang, aan het begin van het meer, worstelde een jonge windsurfer tussen de woeste donkere golven met schuimkoppen en ging regelmatig koppie onder. "Sleepie?" riep mijn vader, schuin gedraaid naar de achtersteven. Toen de man in het Duitse ontredderd aangaf het niet te begrijpen, draaide mijn vader zich terug en met zijn blik strak op de boeg koerste hij richting Sneek. "Verzuip dan maar, “zei hij een beetje weggemoffeld door de wind. “En zo is dat,” dacht ik, want toen leek me dat heel gewoon. Gelukkig heeft een vriendin me twintig jaar later de oren gewassen. Het schuldgevoel van mijn Duitse leeftijdsgenoten waarover zij vertelde, was nieuw voor me, maar plaatste zaken in een beter perspectief. 

Is het waar dat je joods bent?

Zelf heb ik weinig antisemitisme, of beter gezegd Jodenhaat, aan den lijve ondervonden. Het belangrijkste incident vond plaats in klas zes tijdens de pauze op het schoolplein. Het leven was me goed gezind. De week daarvoor was ik nog gekozen tot burgemeester van puntje-puntje-dam, de fictieve stad die we in de klas bouwden. Inge, een lang meisje met stijl blond haar en blauwe ogen vroeg me wat ongemakkelijk of het klopte. "Wat klopte?" vroeg ik verbaasd. Het klonk als iets ergs, dus ik dacht dat het over de nieuwe plannen voor de stad ging. "Dat je joods bent.” “Oh,” stamelde ik, “ Ja, dat klopt," voegde ik, na een paar tellen toe. "Zo zie je er niet uit", antwoordde ze en we speelden verder. Het favoriete ‘cops and robbers’. Daarmee was het af, leek het. 

Een paar weken later echter sloeg het sentiment plots om. Onder aanvoering van een andere klasgenoot werd ik in de klas geslagen, terwijl ik sommen zat te maken. Meester Ruud, toen al met hippe baard, was met z’n swingende tred de klas uit gegaan om iets te halen. Inge keek lijdzaam toe. Ik liet het gebeuren. Maar Ali, een Turkse jongen, niet en nam het voor me op. Daarmee was het over. Ik ben het ook tot nu vergeten. Het incident heeft me er niet van weerhouden om op de middelbare school met een Keppel te verschijnen. Onlangs -veertig jaar later- las ik in het NIW dat ik daarmee een andere schoolgenoot heb geïnspireerd om voor haar joods zijn uit te komen. 

"Met minder ongemak en reserves vertel ik tegenwoordig aan collega’s en cliënten dat ik joods ben. Soms is er zelfs een spoortje trots te bespeuren."

Voorzichtiger over mijn afkomst

Hoewel ik me met de geloofskant niet veel heb beziggehouden, ben ik vanuit zionistische overwegingen naar Israël verhuisd. Mijn land, maar niet om te wonen. Ruim vier jaar heb ik dat geprobeerd. In een kibboets tussen de dennenbomen, en in de stad van goud en zilver. Ontluisterend werd me meermalen gevraagd "Wat doe je hier? Ga toch terug naar Nederland. Hier zijn zoveel problemen, daar heb je een goed leven!” Na terugkeer in Nederland volgde ik een meer maatschappelijke zoektocht naar mijn joodse wortels.

Jodenhaat heb ik niet meegemaakt, maar ik was wel voorzichtiger over mijn afkomst en verblijf in Israël. Zeker toen de spanningen tussen Israël en de Palestijnen oplaaiden, was ik meer op mijn hoede. Ik werkte in de psychiatrie. Aan cliënten uit Islamitische of Arabische landen bekende ik pas na enige tijd mijn afkomst. Meestal bleek die angst ongegrond en was er veel te bepraten. Maar het Midden-Oosten had me wel veranderd. 

Holocaustherdenking

Deze week wordt de Holocaust herdacht en ditmaal raakt het me nog meer dan anders. Het afgelopen jaar ben ik, door soul searching nog meer in contact met mijn afkomst gekomen. Heel voelbaar werd in die innerlijke reis het ontbreken van een groot deel van mijn voorouders en de pijn die dat geeft. En ik kon er ook niet omheen: het is een deel van mij. Niet dat ik teruggekeerd ben naar het geloof, maar ik heb wel een ban op varkensvlees en garnalen ingesteld. Daarnaast ben ik Klezmer gaan leren spelen op mijn klarinet. Het lijkt of die tonen recht mijn ziel ingaan. Met minder ongemak en reserves vertel ik tegenwoordig aan collega’s en cliënten dat ik joods ben. Soms is er zelfs een spoortje trots te bespeuren. 

Toch ben ik de laatste tijd af en toe angstiger. Ik hoor geluiden van toegenomen antisemitische incidenten. Over of dit echt zo is, zijn de meningen verdeeld. Mogelijk is discriminatie in het algemeen toegenomen. De vraag is voor mij niet of ik terug moet naar Israël. Inmiddels is mijn leven hier. Ook lijkt het me niet dat er nu direct een nieuwe Holocaust valt te verwachten. Destijd is dat ook niet in een keer gebeurd. Wellicht kunnen we nu op tijd het tijde keren? Maar toch, niet iedereen is als mijn Ali. 

Hoop bij The Voice of Holland

Dat we die gruweldaden deze week en op andere momenten herdenken, is noodzaak. Om niet te vergeten wie er ooit waren, hoe ze op gruwelijke wijze zijn uitgeroeid. Die pijn en dat gemis mogen we nooit vergeten. Niet alleen vanwege alle slachtoffers onder Sinty en Roma, joden, homosexuelen en gehandicapten. Het is immers ook een gruweldaad tegen de mensheid.

Deze week was er echter ook een moment van hoop. Een mogelijke weg. Op TV. Bij The Voice of Holland liet een Ali B, twee jonge mensen een lied zingen in twee talen. Een hoogblond meisje in het Nederlands en een Marokkaanse Aladdin in het Arabisch. Het ging over een verloren liefde, maar iedereen in Nederland werd op slag verliefd.  Ali B vertelde hier bij DWDD extatisch over en riep: "Het gaf me een goed gevoel. Wij doen ertoe in Nederland.” Geert Wilders zal hierover vast kamervragen gaan stellen, zoals hij deed toen bij een kinderprogramma “Allah Oe’akbar” werd gezongen. Geen zorgen nodig. Ik voel hoop. Muziek verbroedert. Zeker bij zo’n lied waarbij de pijn gedeeld wordt. En helemaal als er nu ook nog een keer een joods jurylid zou plaatsnemen bij The Voice of Holland…

Bekijk hier het fragment van The Voice of Holland

Viral: Mash-up The Voice of Holland 'Verleden Tijd' X 'Menak Wla Meni'