Werkgelegenheid is een cruciale factor om krimp op het platteland tegen te gaan

Steden groeien door, terwijl de krimp op het platteland aan zal houden. Wat levert dat voor problemen op, en belangrijker nog, zijn er oplossingen?

Werkgelegenheid is een cruciale factor om krimp op het platteland tegen te gaan

Voorzieningen verdwijnen

Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) hebben een prognose opgesteld voor de periode 2019-2050. Daaruit blijkt dat de bevolking zal groeien tot 18,3 miljoen inwoners. Vooral grote en middelgrote steden zullen groeien, net als diverse randgemeenten om die steden heen. Daarentegen zal aan de rand van Nederland de krimp verder doorzetten. Bovendien zullen deze gemeenten ook sneller vergrijzen dan de steden.

Die krimp is nu al te zien. En dat levert ook nu al problemen op. Het Friesch Dagbald berichtte dat basisscholen in Friesland in rap tempo verdwijnen. In vergelijking met tien jaar geleden is bijna één op de vijf scholen verdwenen. Ook cafés en supermarkten verdwijnen uit sommige dorpen, hoewel daar dankzij de plaatselijke bevolking soms nieuw leven in geblazen kan worden.

Wat zijn de problemen waar het platteland in de toekomst mogelijk nog meer tegenaan gaat lopen? En, minstens zo belangrijk, zijn er oplossingen? Bettina Bock is als hoogleraar verbonden aan de Universiteit Wageningen en de Universiteit van Groningen. “Ik hou me bezig met inclusieve plattelandsontwikkeling.” Ze onderzoekt hoe het platteland zich kan ontwikkelen op een manier waar iedereen baat bij heeft. “We hebben de neiging om boeren tegenover de stedeling te zetten. Maar het gaat erom of we iets kunnen creëren waarvan iedereen profiteert, juist in tijden van verstedelijking.”

Verstedelijking: kansen en risico’s

Volgens Bock is het belangrijk om de verschillen tussen platteland en stad niet te groot te maken. Beiden zijn verweven met elkaar. Het is niet stad tegenover platteland. “Mensen die wonen op het platteland en werken in de stad hebben een beetje van allebei. Daarbij zijn er ook op het platteland mensen te vinden die denken dat de landbouw moet veranderen, en in de stad mensen die dat niet zo zien.”

Bovendien zijn er veel regionale verschillen. “Op het platteland rondom Amsterdam spelen andere problemen dan in de krimpgebieden aan de rand van het land. Rondom Amsterdam is er de dreiging van rijke Amsterdammers die naar het buitengebied trekken. Dat is een ander soort platteland dan in de krimpgebieden aan de rand van Nederland. En Groningen en Leeuwarden zijn steden die in die krimpgebieden liggen, maar die wel groeien.” Zo zijn er verschillende gebieden met verschillende problemen, wil Bock maar aangeven. “Maar veel van de krimpgebieden zijn wel op het platteland. In die zin is het relevant om het over ‘het platteland’ te hebben.”

De toenemende verstedelijking biedt kansen, maar heeft ook risico’s, zegt Bock. “Een leegloop van het platteland dreigt. Dat gebeurt nu onder meer in Groningen. Maar op het platteland is ook ruimte. Ruimte voor nieuwe bedrijvigheid, woningbouw, voor recreatie en toerisme, en voor de winning van duurzame energie. Dat biedt kansen.”

Sluitingen

Sluitingen van scholen, kroegen, ziekenhuizen, het geeft problemen. Het één meer dan het ander, denkt Bock. Zo worden basisscholen veel samengevoegd, waarbij de afstand tussen huis en school acceptabel blijft. Anders wordt het wanneer middelbare scholen, of mbo-scholen verdwijnen. “Die zijn al wat verder weg. Als er iets verdwijnt, wordt de afstand misschien onoverkomelijk groot. Dan gaan mensen verhuizen. Of jongeren kiezen een andere mbo-opleiding, omdat het dichterbij is. In plaats van te doen wat ze graag willen en waar hun talenten liggen.”

Daarnaast is het lastig om opleidingen overeind te houden als er weinig leerlingen zijn. “Dat geldt met name voor technische richtingen. Die zijn juist belangrijk voor de regio. Problematisch als die verdwijnen.” Maar soms leidt dat ook tot nieuwe kansen. “Door samenwerking komen opleiding en het werkveld tot oplossingen. Bepaalde onderdelen van technisch onderwijs vinden dan in de bedrijven plaats. Dat biedt een realistische leeromgeving”, schetst Bock innovaties die ontstaan uit problemen.

De landelijke overheid moet oog hebben voor deze problemen. “Ook in steden gaan scholen last krijgen van teruglopende leerlingaantallen, door de vergrijzing. Alleen komen die problemen wat later.” Steden en platteland zijn ook op die manier met elkaar verweven. 

Werkgelegenheid

Uiteindelijk is werkgelegenheid een cruciale factor, denkt Bock. Waar werk is, komen mensen wonen. “De overheid moet daar op inzetten. Niet alleen op bedrijvigheid in het westen. Daar zijn we allemaal bij gebaat, dat je overal in Nederland kan wonen en werken. Niet iedereen wil in Amsterdam wonen. Dat zorgt ook voor problemen, zoals je nu daar al ziet.” Er moet genoeg mogelijkheid geboden worden om op het platteland te blijven. “Nu zijn er mensen die onvoldoende mogelijkheden zien om hun levensplannen te verwezenlijken, omdat ze op het platteland wonen. Dat is jammer.”

Morgen verschijnt er een vervolgverhaal over de voordelen van het platteland. Want uiteraard zijn die er ook. En Bettina Bock schetst een toekomstperspectief.