De burgerwacht doet goed werk, maar de achterstandswijk blijft achter

Burgerwachten zijn een prima aanvulling voor de politie, zo denkt socioloog Marco van der Land. “Maar ze zijn er vooral in de wijken waar het niet per se nodig is. In de achterstandswijken blijft het een pijnpunt.”

De burgerwacht doet goed werk, maar de achterstandswijk blijft achter

Burgerwachten zijn een prima initiatief om het gevoel van veiligheid in de wijk te vergroten. Bovendien springt de burgerwacht in het gat wat de politie noodgedwongen laat liggen. Van der Land ziet in dat opzicht voordelen van de burgerwacht. Maar op de plekken waar de veiligheid het meest in het geding is, de armere wijken, ligt nog altijd een uitdaging.

Van der Land is socioloog en verbonden aan de Haagse Hogeschool. Eerder werkte hij onder meer voor de Vrije Universiteit, de Politieacademie en de TU Delft. Hij deed onderzoek naar burgerwachten en buurtpreventieteams. “Ik heb het hele veld van veiligheid verkend, met name hoe de politie zich daarin beweegt.”

Hij ziet dat de politie steeds meer uit de buurten is verdwenen. Door landelijk beleid heeft er een kaalslag plaatsgevonden, ondanks allerlei goede beloftes over meer blauw op straat. “Er is gigantisch bezuinigd op de politie, daar betalen we nu de prijs voor. Dan is het goed dat burgers zelf initiatief nemen. Zij zijn nu vaak de oren en ogen van de politie, omdat die minder in de wijk zijn”, zegt Van der Land. “Het gaat erom dat er een relatie ontstaat tussen de politie en de wijken. Dat kan op deze manier.”

Burgers op stoel van de politie

Hij ziet ook nadelen. “Het kan wel eens misgaan. Dat er een keer een klap wordt uitgedeeld. Dat hoort ook bij samenleven, de negatieve kant. Maar daar moeten we niet gelijk overdreven op reageren. Als je dat uiteindelijk in goede banen leidt en oplost, dan werkt het goed.”

Het risico is dat burgers op de stoel van de politie gaan zitten, te snel en te hard in actie komen. Misschien is er een gevaar van etnisch profileren, denkt Van der Land. De burgers zijn immers niet opgeleid, zij zijn meestal ‘slechts’ goedwillende vrijwilligers. “Het neigt een beetje naar bewoners die het politiewerk over gaan nemen. Er zijn inmiddels tegen de duizend buurtwachten in Nederland. De overheid zegt ‘hartstikke mooi’. Maar de groei van burgerwachten zorgt er niet voor dat de overheid de urgentie voelt om meer wijkagenten in te zetten”, concludeert Van der Land. 

Een bekend voorbeeld is de burgerwacht in Kootwijkerbroek, waar ze drones, kogelvrijevesten een helikopter hebben. “Het leidt tot een morele vraag. Hoe ga je om met de schaduwkanten? Persoonlijk denk ik dat schaduwkanten erbij horen, maar die specifieke gevallen moet je wel aanpakken. Het betekent niet dat je een hele beweging moet afschaffen, dat je alle burgerwachten aanpakt. Volgens mij is het positief dat burgers iets doen, dat ze initiatief nemen.”

Wantrouwen

Van der Land benadrukt dat de moeilijke wijken aandacht verdienen. Om daar informatie te verkrijgen, is samenwerking tussen politie en burgers belangrijk. “Ik kom regelmatig in de Schilderswijk in Den Haag. De politie doet zijn stinkende best, ze hebben de beste intenties. Maar het wantrouwen van de bewoners is groot. Daarom moet de politie eerst inzetten op de harde aanpak van criminaliteit. Juist om het vertrouwen van de burgers te winnen. Tegelijkertijd moet de politie werken aan de band met de bewoners. De laatste jaren is dat uit beeld verdwenen. Daar kunnen burgerwachten mogelijk een brug slaan. In de middenklasse wijken zit de pijn niet. Daar is het eigenlijk hartstikke veilig. In de super diverse wijken in grote steden, daar zit de pijn.”

De belofte van meer wijkagenten op straat moet waargemaakt worden. Daar draait het om, denkt Van der Land. “Buurtwachten leiden niet per se tot minder criminaliteit, burgers hebben wél het gevoel weer in controle zijn, samen met de politie. Dat gevoel is heel belangrijk, omdat dat ertoe leidt dat je elkaar inderdaad weer durft aan te spreken. En als dat gebeurt, bevordert dat levendige, veilige buurten.”