"De rode draad is angst wegnemen"

Reportage

Mensen die zich niet redden in het digitale tijdperk zijn aangewezen op inloopuren in de buurt. In de Indische buurt in Amsterdam gaat de computerinloop om meer dan alleen hulp bij computeren.

"De rode draad is angst wegnemen"

Lies (75) heeft deze middag een duidelijk doel: ze wil boeken op haar telefoon, kan dat? “Voor als je in het ziekenhuis wachten moet.” Ze is een van de bezoekers van de computerinloop in een buurthuis in de Indische buurt, Amsterdam Oost. De ruimte is groot en een beetje kil. Maar het zijn de mensen die de sfeer maken. Lies: “Ik zou het niet willen missen.”

Vragen over smartphone en tablet

Lies' aantekeningenschriftje

Hier komen tweewekelijks voornamelijk ouderen met vragen over hun smartphone en tablet. De meesten zijn vaste klanten. Verspreid over drie tafels komen de vrijwilligers langs om ze te helpen. Soms met urgente zaken, dan weer met kleine probleempjes.

“Hij doet het niet”, vat vrijwilliger Rob het probleem samen waarmee de meeste mensen komen. Vaak moet er een update worden gedaan of verschijnt er een melding op het apparaat. “De rode draad is angst wegnemen”, zegt hij. “We verplaatsen ons in de persoon en realiseren ons dat je niet tegelijk op een scherm en op een toetsenbord kunt kijken.” 

Participatie

Het mes snijdt hier aan twee kanten. Het gaat ook om de participatie van mensen die anders thuis zitten. De vrijwilligers zitten namelijk allemaal in een werkgelegenheidstraject. Julia Lomoro, werkzaam als participatie- en re-integratiecoach bij welzijnsorganisatie Civic Amsterdam waar de computerinloop plaatsvindt, legt uit dat dit soort projecten de sociale cohesie van de buurt versterkt. “Wij van Civic doen alleen de kamer open. De vrijwilligers doen de rest. Zij ervaren dat ze met passie een groep kunnen draaien. Er ontstaan ook mooie vriendschappen.”

De goedlachse Lies is samen met Aleida aan een apart tafeltje gaan zitten. “Heb jij d’r een boek in?” vraagt ze aan haar compagnon. Die probeert ondertussen een kompas op Lies’ telefoon te zetten. Tevergeefs; ze kent geen Samsung. 

Niet internetbankieren

Lies, Aleida en Rob

Lies: “Hoe meer je ermee omgaat, hoe meer je wilt weten. Elke ochtend zit ik met m’n dochter op Messenger, die woont in Terneuzen. Gewoon een paar zinnetjes. En met m’n zus. Die zie ik ook niet zo vaak.” Dat doet Aleida ook: “Als we een week niets hebben gehoord, stuur ik een berichtje ‘Wij leven nog, jullie ook?’ Dan sturen ze ‘Oh ja, sorry mam’.”

Lies: “Internetbankieren doe ik niet. Lijkt me doodeng. Ik rij met m’n scoot wel even naar de bank. Daar helpen ze goed. Je moet weten op welke tijd je gaat. Niet tussen 13.00 en 15.00. En als er net geld binnen is moet je ook niet gaan.”

Rob schuift aan bij de dames. Hij vindt een telefoon veel te klein om een boek op te lezen, “maar we kunnen het wel een keer proberen.” Tussendoor wijst hij Lies op een fout in haar wachtwoord. “Er moet een streepje tussen, daarom werkte het de vorige keer niet.” Ja, Lies deelt weleens wachtwoorden met de vrijwilligers. “Anders kom je er niet uit, je moet wel.” 

Privacy

Privacy is een kwestie van vertrouwen, geven de vrijwilligers en Julia Lomoro toe. De grens ligt bij aangiftes en dergelijke. Dan verwijzen ze door naar de Sociale Raadslieden. Maar een wachtwoord, DigiD of een burgerservicenummer, die komen op hun tijd wel voorbij. 

“Ze staan erin. Dat is knap.” Lies kijkt tevreden naar het resultaat op haar telefoon. De volgende keer dat ze in het ziekenhuis moet wachten, kan ze beginnen in Moord op de moestuin of Laatste adem. Ze heeft nog een laatste vraag: “Kunnen de letters ook groter?”