Dwight over geweld: 'In dat uniform zit ook gewoon een echt mens'

In de uitzending van dinsdag 18 februari onderzocht Dwight van van de Vijver hoe groot de gevolgen van geweldpleging tegen de politie zijn. Confronterend, aangezien hij zelf ook agent is. Wij vroegen hem hoe het is om de impact die dit heeft op zijn collega’s van dichtbij te zien en daarnaast zijn we benieuwd naar hoe hij zelf omgaat met het geweld dat hij meemaakt.

Dwight over geweld: 'In dat uniform zit ook gewoon een echt mens'

Waarom is het voor jou belangrijk dat er meer aandacht wordt besteed aan geweld tegen de politie?

“Omdat ik denk dat er echt iets nieuws te vertellen valt. Als zoiets gebeurt, dan komt dat in de media, maar wat men niet ziet is het verhaal achter een collega van mij. Dat er echt een mens in dat uniform zit en dat er achter die man of vrouw ook gewoon een gezin zit. Dat vind ik eigenlijk het belangrijkst. Een politieman hoort in een straatbeeld, net als een lantaarnpaal zou je bijna kunnen zeggen, maar het is gewoon een mens van vlees en bloed, die wel een trauma met zich mee kan dragen. En dus ook dat een gezin zich bijvoorbeeld moet aanpassen aan de nasleep van zo’n gebeurtenis. Ik vind het belangrijk dat dat verteld wordt.”

Heb je zelf weleens een situatie meegemaakt waarin (verbaal) geweld tegen je werd gebruikt?

“Ja, ik heb dat zeker meegemaakt, maar niet in de mate van Gert-Jan en Bente. Wanneer ik in zo’n geweldssituatie zit, trek ik het me niet heel persoonlijk aan. Maar met verbaal geweld zijn er weleens dingen tegen me gezegd, die mensen echt tegen me zeiden met als doel om mij te kwetsen. Een keer schold iemand me uit om mijn huidskleur. Hij keek me echt aan en zei het echt bij zijn volle verstand. Ik had hem daarna aangehouden en hij bood op het bureau zijn excuses aan, maar dat voelde wel echt heel persoonlijk. En een andere keer zei een jongen dat ook tegen me, maar die was 17 en had alcohol gebruikt, dus toen dacht ik: ‘ja het interesseert me niet heel veel’. En natuurlijk heb ik ook weleens meegemaakt dat ik in een vechtpartij terecht kwam en iemand zich ging verzetten, maar ik heb daar geen letsel aan over gehouden, dus dat scheelt heel erg. Ik had destijds ook het geluk dat ik dit in Utrecht was en daar veel collega’s bij waren.”

Heb jij je weleens bedreigd gevoeld?

“Ik heb in meerdere gebieden gewerkt en ik was een keer nieuw in een gebied. Toen verbaasde het me wel dat daar burgers waren die echt de confrontatie aangingen. Aan de ene kant was dat natuurlijk bedreigend, omdat het ook voor mij nieuw was en ik echt dacht van: ‘joh, deze mensen luisteren helemaal niet, ze komen gewoon echt op ons af, dat zij dit durven’, dat kon ik me gewoon niet voorstellen. Ik ben opgevoed dat je gewoon moet luisteren naar het gezag, naar autoriteit op straat. Dus ik vond het echt zo raar dat mensen die confrontatie opzochten en daar heb ik wel een beetje aan moet wennen, ja.”

Wat doet het met jou om je collega’s te horen praten over wat ze hebben meegemaakt?

“Aan de ene kant vind ik het verschrikkelijk om zo’n verhaal aan te horen, omdat het mij ook raakt. Aan de andere kant vind ik het ook inspirerend als je ziet hoe veerkrachtig collega’s zijn. Ik heb echt dikke respect voor hoe zij ermee omgaan. Ook zoals bij Gert-Jan te zien is. Hij koestert geen wrok tegen de verdachte en dat vind ik heel knap. Daar kan ik ook van leren hoe je met tegenslagen om kunt gaan. Hij put heel veel kracht, niet alleen uit het geloof, maar ook uit hoe sterk hij is en hij geeft zichzelf de ruimte om te herstellen. Zijn veerkracht is gewoon heel erg aanwezig en dat vind ik inspirerend.”

Hoe ga jij zelf om met heftige ervaringen tijdens je werk?

“De dingen die ik heb gezien met mijn werk, doen natuurlijk wat met me. Door teksten te schrijven, of het nou een gedicht is, een rap of een spoken word, kun je je emotie een beetje aan het papier toevertrouwen, om het een beetje te verwerken. Ik schreef sowieso al over dingen die me bezighielden, ook naast mijn werk, maar ook zeker over onderwerpen die ik tegenkom tijdens mijn werk, die ik toch echt van me af moet schrijven.”