Een digibeet is soms maar 18 jaar

Dinsdagavond 25 februari (22.35 uur op NPO2) gaat onze uitzending over digibeten. Hierin komen vooral ouderen aan bod, maar ook jongeren kunnen digibeet zijn. Zij zijn bijna allemaal actief op sociale media en zij gebruiken videodiensten, maar dat zegt eigenlijk niks over hun digitale vaardigheden.

Een digibeet is soms maar 18 jaar

“Er is veel bewustzijn in het land dat veel volwassenen niet mee kunnen doen aan de digitale samenleving”, vertelt Angeliek van der Zanden van Stichting Digisterker. “Maar bij veel beleidsmakers heerst het idee dat dat probleem vanzelf een keer ophoudt. Ons verhaal is: dat is helaas niet het geval.”

De cijfers

Hoeveel jongeren digibeet zijn, is niet precies te zeggen. Het onderzoek Digitale ongelijkheid (Mediawijzer, 2018) geeft aan dat 12% van de 18- tot 35-jarigen een onvoldoende scoort op operationele digitale vaardigheden, oftewel knoppenkennis. Slechts de helft van deze leeftijdsgroep scoort een voldoende als het gaat om informatienavigatie. Daarbij gaat het om zoeken en vinden maar ook om het beoordelen van informatie op internet. Dit betekent niet dat zij allemaal digibeet zijn. Er bestaat bovendien geen eenduidige definitie van digibeten. Wel geven de cijfers een beeld van de omvang van het probleem.

Het probleem ligt dieper

Kinderen leren digivaardigheden meestal niet op school, legt Remco Pijpers uit. Hij is adviseur digitale geletterdheid bij Kennisnet. Ook de thuissituatie speelt mee, niet alle kinderen worden goed begeleid en ze hebben niet altijd de juiste spullen om op te oefenen. Pijpers: “Telefoons zijn zo gebruiksvriendelijk dat je je weg er wel op vindt. Maar een email typen voor een sollicitatie vraagt andere apparatuur.” Van der Zanden beaamt dat: “Video’s kijken en gamen is iets heel anders dan een rijbewijs aanvragen en je zaken goed regelen als jongvolwassene.”

Het probleem heeft dan ook niet te maken met hoe je met een apparaat moet omgaan. Het probleem ligt een slag dieper: je weg weten te vinden door complexe informatiestromen. Jongeren vinden het moeilijk om zoektermen te kiezen, ziet Van der Zanden tijdens de lessen die zij met Stichting Digisterker aan jongeren geven. “En ze hebben de neiging op de bovenste link van de zoekresultaten te klikken. Maar als je zoekt op zorgtoeslag, komen commerciële aanbieders bovenaan.”

Jonge digibeten laten geld liggen

Jongeren vinden het lastig informatie te beoordelen. Pijpers: “Als je dat offline al moeilijk vindt, komen daar online complexiteiten bij. Een krant heeft een duidelijke structuur, een boek heeft een inhoudsopgave. De ene website heeft een andere structuur dan de andere, en je hebt meestal meerdere websites naast elkaar open.” Ze raken daardoor snel het overzicht kwijt, bijvoorbeeld wanneer ze hun DigiD moeten invoeren. Laat maar zitten, denken ze dan.

Het gevolg hiervan is dat een deel van de jongeren geen gebruikmaakt van regelingen van de overheid zoals zorgtoeslag en teruggave van de belasting. Zo laten jonge digibeten geld liggen. Dat kan uiteindelijk leiden tot schulden. Van der Zanden geeft een voorbeeld: “Studenten die hun studie staken, moeten niet alleen hun studiefinanciering stopzetten maar ook hun studentenreisproduct. Doen ze dat niet, dan loopt die kaart door. Op die manier krijgen ze een schuld. En daarvan is bekend: schuld leidt heel snel tot meer schuld.”

Laaggeletterdheid neemt toe

Een ander probleem: websites met veel jargon. Zowel Pijpers als Van der Zanden geeft aan dat de overheid enorme slagen heeft gemaakt in het toegankelijk maken van informatie. Maar nog steeds zijn websites van overheden niet eenvoudig genoeg. En daarbij: de leesvaardigheid van jongeren gaat achteruit. Het percentage zwakke 15-jarige lezers is gestegen van ongeveer 11% in 2003 naar 24% in 2018 blijkt uit onderzoek (PISA, 2018). Deze groep loopt het risico laaggeletterd te worden. En dat heeft directe gevolgen voor hun digivaardigheden.

Hoe lossen we dit op?

Pijpers en Van der Zanden wijzen beide naar het onderwijs als de plek waar de oplossing moet komen. Van der Zanden: “Als jongeren 18 worden, moeten ze ineens veel gaan regelen. Hebben ze een vangnet van opvoeders? Dan regelt dat zich vanzelf. Maar van hele grote groepen jongeren zijn de ouders ook niet digitaalvaardig.”

Stichting Digisterker heeft daarom een onderwijsprogramma ontwikkeld om jongeren digivaardiger te maken. Van der Zanden: “Wij willen dat er uiteindelijk meer jongeren de samenleving instromen als volwassenen met kennis van overheidsregelingen én de mogelijkheid om daar gebruik van te maken.”