Elleke: ‘Ik sta mijn 3 kinderen af, maar ik wil wel moeder blijven’

Het is de moeilijkste beslissing die je als moeder kunt nemen: je kinderen afstaan. Toch maakte kankerpatiënt Elleke - borstkanker met uitzaaiingen in haar botten en lymfeklieren - dapper deze keuze. ‘Dat mijn drie kinderen bij een medische crisis via crisisopvang bij drie verschillende gezinnen zouden terechtkomen, was mijn grootste nachtmerrie.’

Elleke: ‘Ik sta mijn 3 kinderen af, maar ik wil wel moeder blijven’

“Vijf jaar geleden ben ik uit veiligheid voor mijn kinderen bij mijn ex-man weggegaan. Tot de avond voordat ik wegging, was hij niet gewelddadig. Op het moment dat hij dat wel werd, dacht ik: en nú moet ik weg. Een abrupte beslissing. Al die jaren samenleven met een narcist had emotionele schade bij mij en de kinderen teweeggebracht. In eerste instantie was hij de meest lieve, zorgzame man die ik me kon voorstellen. Nadat ik zwanger bleek van mijn oudste dochter begon hij mijn leven op alle mogelijke manieren te bepalen: wie ik wel en niet mocht zien, het dreigen met het beëindigen van de relatie, ook tijdens mijn zwangerschappen, het afdwingen van seks en naar de kinderen toe gebruikte hij woorden als ‘trut, sukkel, dommie’ als ze als peuter vielen of per ongeluk in hun broek plasten. 

Kort voor mijn vertrek had ik een knobbeltje op mijn borst gevonden. De afspraak stond voor twee dagen erna. In maart 2015 werd er uiteindelijk borstkanker geconstateerd. Vanaf het moment dat mijn ex wist dat ik ziek was, heeft hij geprobeerd de kinderen bij mij weg te halen.” 

Borstamputatie

“Met mijn twee meisjes van acht en negen jaar en zoontje van vijf (toen 4, 3 en 11 maanden) woonde ik in eerste instantie bij mijn ouders in Roosendaal. Ik begon met chemo’s en in het najaar kreeg ik een borstamputatie. Kort daarop werd ik bestraald en daarna ging ik volop aan de chemo-behandelingen. In april 2016 kregen we eindelijk een eigen huis. Er kwam gezinsbegeleiding. Op dat moment was het zichtbaar dat het voor mij moeilijk was om de zorg vol te kunnen houden, toch heb ik met hulp van thuiszorg dat lang vol kunnen houden.

Dat koste heel veel energie. Een goed gesprek met mijn gezinsbegeleider en Jeugdzorg zette mij aan tot nadenken. ‘Luister, Elleke, op het moment dat er een medische crisis ontstaat, hebben we een probleem. Dan hebben je kinderen te maken met een crisisopvang en de drie dan bij elkaar kunnen houden, is vrijwel onmogelijk.’ Dan zou er een in Limburg, Zeeland en Groningen terecht kunnen komen. Dat was mijn grootste nachtmerrie.” 

Gezinshuis

“Mijn ouders zijn in de 70, die trekken drie kinderen fysiek niet meer. Daarnaast heb ik geen netwerk dat even bij mij in huis kan komen helpen of wonen. Weloverwogen heb ik samen met de gezinsbegeleider de keuze voor een gezin gemaakt waar ze alle drie terecht konden. Op ons gemak hebben we een goede wenperiode ingelast. Mijn ex probeerde dat tot hoger beroep aan toe te voorkomen. Uiteindelijk is mijn voorstel goedgekeurd en zijn de kinderen eind oktober bij een gezinshuis geplaatst. Bij een gezinshuis is minstens een van de ouders opgeleid in de zorg. Dat was fijn voor mijn kinderen die ondertussen ook een jaar bij hun vader hadden gewoond, ik kreeg ze getraumatiseerd terug. Met zoveel wisselingen gaf dit gezinshuis eindelijk rust.” 

Co-ouderschap

‘Ik sta mijn kinderen af, maar ik wil wel moeder blijven,’ zei ik tegen ze. Dat maakte me emotioneel. Hun antwoord was: ‘Elleke, je moet het zien als een co-ouderschap dat we aangaan met jou. We doen het samen.’ Als zij nieuwe regels introduceren, dan krijg ik dat direct te horen. 

Mijn kinderen weten dat ik heel ziek ben en dat ik medicijnen krijgen voor die gekke celletjes en weten dat ik niet meer beter word. Maar ik heb het niet voortdurend met ze over de dood. Ik heb borstkanker met uitzaaiingen in mijn botten en lymfeklieren, maar nog niet in mijn organen. Zolang het wegblijft uit mijn nieren, maag en hersenen geeft dat hoop. Ik zit in een levensverlengend traject.” 

Geen drie-jaren plan

“Ik ben er nog en ga ervanuit dat ik er ook over zes maanden nog ben, maar ik maak geen drie-jaren plan. De confrontatie dat er drie huilende kinderen bij de voordeur staan als ik ’s ochtends vroeg word opgehaald door een taxi naar het Antoni van Leeuwenhoekziekenhuis, is gelukkig weg nu ze in het gezinshuis wonen. 

De tijd die ik nog heb, wil ik herinneringen met ze maken. Die mogelijkheid heb ik die gecreëerd met de hulpverlening en de Jeugdzorg. Ik heb buitenshuis een scootmobiel en kan fysiek niet meer met ze spelen in de speeltuin of zwemmen in de zomer. Ook heb ik de kans om weer aan mezelf te werken en volg ik traumatherapie. 
Mijn kinderen hebben er een familie bijgekregen met opa’s, oma’s, ooms en tantes die ook verjaardagen, Sint en Kerst met ze vieren. Ze zijn twee weken op vakantie naar Frankrijk geweest, terwijl ik nog geen eens een weekend naar een bungalow in Nederland met ze kan. Dat gun ik ze. 

Het is de moeilijkste beslissing die je als moeder kunt nemen: je kinderen afstaan. 
Maar het is ook de dapperste in het belang van de kinderen.”