‘Ik houd niet van ‘dat digitale’, maar ben het financieel overzicht kwijt’

Biologisch teler Gerrit wil mensen rechtstreeks spreken

Het blauwe zeil vliegt omhoog, hagel slaat tegen de groentekraam op de kaasmarkt in Purmerend op deze stormachtige dinsdag. Biologisch teler Gerrit Groot (66) staat al meer dan dertig jaar in weer en wind op zijn vaste stek. Voorheen voelde hij aan het geld in zijn zakken hoe de dag was verlopen, nu mist hij financieel overzicht. Hoeveel er gepind is? Gerrit: “Geen idee. Direct contact met de aarde en mensen, daar draait het om in het leven!”

‘Ik houd niet van ‘dat digitale’, maar ben het financieel overzicht kwijt’

“Ik ben totaal niet digitaal, die wereld staat zo ver van mij af. Ik heb een mobieltje, zo’n klapding. Ik zie dat als een draagbare telefoon. Ik bel en mensen kunnen mij bereiken. Meer niet. Ik verstuur geen berichtjes en als ik er een krijg, moet ik aan m’n vriendin vragen of ze dat berichtje tevoorschijn kan halen. Ik houd niet van berichtjes: ik wil mensen rechtstreeks spreken,” zegt Gerrit onder de luifel.   

Niet voor niets staat hij twee dagen per week op de markt en heeft hij een klein winkeltje achter op het erf in de schuur. Het merendeel is vaste klant. Vaak geeft hij tips aan klanten hoe ze de seizoensgroenten kunnen bereiden. “Dat vinden mensen leuk. Ik ben biologisch tuinder en in mijn werk heb ik veel te maken met levende dingen. Elk product is anders: kwaliteit, maat, prijs, gewicht en smaak. Over die zaken moet je praten, dat is niet met een computertje te regelen. Als je voor het vak van boer of tuinder kiest, dan kies je niet voor die administratieve rompslomp. Tuinder zijn doe je vanuit je hart, met je hele wezen.”

Contact

Bewust bewerkt Gerrit zijn land met de hand. Machines zijn er niet, hij wil contact houden met de aarde en natuur. 
“Ik ben bang dat mensen dat dreigen te verliezen. Ze weten niet meer waar hun voedsel vandaan komt. Dan verlies je de basis van het bestaan en dat vind ik kwalijk. Misschien dat ik daarom ook geen interesse heb om aan digitale middelen te beginnen. Al die uren die er in mobieltjes gaat zitten, verschrikkelijk! Ik houd me liever bezig met wat er echt toe doet.”  

Interesse in ‘dat digitale’ heeft hij ook niet. De administratie doet hij nog altijd handgeschreven op papier. Op de voorbank van zijn bus ligt een stapel papieren met getekende tabelletjes. “’s Avonds ben ik moe van een dag werken en heb ik geen zin om me te verdiepen in mobieltjes en computers. Ik heb van die grote handen, met die knopjes gaat dat niet goed. Ik heb er geen handigheid en ik ben gewoon traag…
In twintig jaar tijd, lijkt alsof ik ineens in een andere wereld leef. Het gebruik van de mobiel en de computer is zo snel gegaan. Als bedrijf moet ik mee. Ik sta op de markt met mijn groenten en fruit. Vroeger kon ik aan mijn zakken voelen of ik een goede dag had gedraaid. Volle zakken betekende een goede opbrengst. Tegenwoordig met dat pingebeuren overzie ik het niet meer. Het gaat langs me heen.”

Papieren uitdraai

Door hard te werken, hoopt Gerrit dat er genoeg van het land afkomt en de rekeningen betaald kunnen worden. Op de terugweg van de markt naar zijn boerderij in Avenhorn, stopt hij steevast bij de regiobank in het dorp. Daar stort hij zijn geld en maken ze een weekuitdraai. “Ontzettend sympathiek. Er moet altijd de mogelijkheid blijven om uit die digitale wereld te blijven. Mensen die niet bedreven zijn met digitale middelen, moeten ook mee kunnen komen in deze maatschappij. Ik hoop dat ik niet verplicht word om mee te gaan met de digitalisering. Zo ben ik heel blij met de regiobank in het dorp. Een heel vriendelijke bank waar ik nog kan aankloppen om een uitdraai van mijn storting. Daar kan het nog op papier. Zo doe ik mijn boekhouding, dat vind ik overzichtelijk. Tussen de middag ga ik naar binnen om te eten en bij een koppie koffie en een broodje kijk ik mijn papieren door. Ik heb een bedrijf en de meeste bedrijven gaan mee met hun tijd, maar tot dusverre weet ik er nog aardig onderuit te komen.  

Op gevoel

Het busje parkeert Gerrit achter op het erf. De klompen gaan uit, de laarzen gaan aan.Over een modderig paadje loopt hij vanuit de schuur naar zijn land. Hij plukt een emmer vol spruiten. 
“Ik doe altijd alles op gevoel. Wanneer ik moet zaaien, wanneer ik moet oogsten, hoe vol mijn zakken zijn na de markt is het gevoel van hoeveel ik verdiend zal hebben… Dat zit in mijn systeem. Dat directe gevoel is nu weg en daar heb ik last van. Ik ben bezig in de natuur, terwijl de rest van de wereld verder en verder holt met digitale middelen.  Ik red me nog wel. Ik kan eventueel hulp inroepen van mijn vriendin of mijn dochters. Maar sommige mensen hebben geen netwerk en kunnen dat niet. Hoe moet je dan verder?”