Naar je collega voor nazorg na een heftig incident

Als hulpverlener maak je vaker dan gemiddeld een schokkende gebeurtenis mee. Nazorg is dan belangrijk. Je collega’s kunnen hierin een belangrijke rol spelen.

Naar je collega voor nazorg na een heftig incident

Incidenten met kinderen. Of een collega die een brand mogelijk niet overleefd. Voor hulpverleners kan het zomaar realiteit worden. Politieagenten, ambulancebroeders en brandweerlieden zijn getraind voor heftige situaties. Maar wat nou als een gebeurtenis toch teveel impact heeft? Als je het niet zomaar van je af kan laten glijden, als het meer doet dan normaal. Zo waren Bente en Gert-Jan in onze uitzending over geweld tegen politieagenten te zien. Beiden kregen ze met een heftig incident te maken, met fors geweld tegen henzelf. Nazorg is dan nodig. Daar zijn verschillende aanpakken in. Zo kunnen collega’s een belangrijke rol vervullen.

Niet elk persoon is hetzelfde, elke hulpverlener reageert anders op een incident. Daardoor is nazorg een moeilijk thema, erkent Hans te Brake. Hij is senior onderzoeker en beleidsadviseur bij ARQ Kenniscentrum Impact van Rampen en Crises, dat zich inzet om te leren van rampen en incidenten. Ook nazorg binnen hoog-risicoberoepen hoort daarbij. 

Oorspronkelijk was het een organisatie die werd ingesteld voor nazorg bij grote rampen. Maar het werkveld werd steeds breder, inmiddels worden ook organisaties ondersteunt. Onder meer politie, brandweer, ambulance en defensie. Organisaties waar incidenten en schokkende gebeurtenissen vaker gebeuren dan elders.

Je collega als steun

In 2010 zat Te Brake als projectleider aan tafel met al deze organisaties. Om te onderzoeken wat de beste manier is om nazorg en ondersteuning te bieden. Met wie en hoe bespreek je wat je hebt gezien, wat je voelt? “Toen bleek dat de directe collega een goed startpunt is. Je collega weet goed wat het werk inhoudt, wat je hebt gezien, die heeft mogelijk in eenzelfde situatie gezeten. Het is met een collega soms zelfs makkelijker praten dan thuis”, legt Te Brake uit. Er werd een Richtlijn Psychosociale Ondersteuning Geüniformeerden ontwikkeld.

Die richtlijn wordt nog steeds veelvuldig gebruikt. Met name bij de politie. Daar is de collegiale ondersteuning centraal in de organisatie komen te staan. Te Brake: “Het houdt in dat binnen de organisatie collega’s worden opgeleid. Ze werken gewoon mee, maar als het nodig is zijn ze beschikbaar om mee in gesprek te gaan.” Daar zijn allerlei richtlijnen voor opgesteld. Wanneer stap je daarheen, onder welke omstandigheden? “Op die manier hebben we geprobeerd om op een laagdrempelige manier hulp te bieden aan mensen die te maken hebben gehad met incidenten.”

Balans

Het is een lastige balans. Wanneer is het juiste moment om aan je collega te vragen hoe het gaat. “Soms hebben mensen eerst zelf even de tijd nodig om iets te verwerken, zeg een aantal dagen. Het is niet per se goed om bij wijze van spreken nog tijdens het incident te vragen hoe het met diegene gaat. Geforceerd verwerken is niet goed. Mensen moeten het op eigen tempo kunnen doen. Maar de behoefte om erover te praten, of wellicht meer ondersteunende begeleiding te krijgen, moet wel tijdig herkend worden. Dat is soms een moeilijke balans.”

Toch is het belangrijk om naar elkaar om te zien. Voor ooggetuigen van nare gebeurtenissen is het soms lastig om zelf in te schatten wanneer het niet goed gaat. “Dat je minder slaapt na een incident is niet onlogisch. Maar als het wekenlang aanhoudt is dat niet normaal.”

Aanstellen

Leggen we hiermee niet teveel verantwoordelijkheid bij de mensen zelf? Zij zijn misschien bang dat ze zich aanstellen. Of denken dat het nog wel meevalt. “Dat is een afweging die je moet maken. En dat is lastig. Daarom is het belangrijk dat collega’s die kunnen ondersteunen toegankelijk zijn, dat ze makkelijk vindbaar en benaderbaar zijn. Op die manier wordt de drempel zo laag mogelijk gehouden.” Natuurlijk, kosten spelen ook een rol. Het is gewoon te duur om altijd specialisten klaar te hebben staan, voor een situatie van ‘wat als’. Dat is niet efficiënt. Maar ook is de drempel hoger om met je zorgen bij een specialist aan te kloppen en bovendien is hoog specialistische zorg in de meeste gevallen niet nodig.

Inmiddels is Te Brake met collega’s bezig om de richtlijn te herzien. Op grond van de in afgelopen jaren opgedane kennis kan daarin meer aandacht worden besteed aan bovengenoemde kwesties. Maar ook nieuwe thema’s zullen toegevoegd worden. “Denk aan de rol van de leidinggevende. Die heeft vaak van nature een rol als luisterend oor, die graag wil weten wat er speelt in zijn team. Maar hij is vaak niet opgeleid voor dit soort zaken, en zijn hiërarchische positie kan een belemmering vormen.”

Veerkracht

Te Brake vertrouwt op de veerkracht van mensen en organisaties. Veerkracht om er bovenop te komen. “Die veerkracht krijg je vooral door steun van elkaar, door een sociale organisatie. Waar een lage drempel is om hulp te zoeken en te vinden, om op die manier de schokkende incidenten te verwerken.”