Klokkenluider Roelie Post raakte alles kwijt, maar ze blijft strijden voor haar zaak

Roelie Post (60) werkte als ambtenaar voor de Europese Commissie toen ze zag dat Roemeense kinderen voor grote bedragen verkocht werden. Verkapte kinderhandel. Ze stelde het aan de kaak, maar niet zonder gevolgen: ze werd een klokkenluider. Ze raakte alles kwijt: “Mijn baan, mijn inkomen, mijn thuis in Brussel, mijn vertrouwen.” Maar haar strijd duurt voort.

Klokkenluider Roelie Post raakte alles kwijt, maar ze blijft strijden voor haar zaak

Post werkte bij de Europese Commissie. In 1999 kwam ze op de afdeling van Roemenië terecht, dat land wilde toetreden tot de Europese Unie. Ze kreeg het dossier kinderrechten onder haar hoede. “Roemenië had grote controversiële kindertehuizen, dat moest anders.” Al snel ontdekte ze aan enorm aantal interlandelijke adopties. “Er bleek een enorme markt voor blanke, Roemeense kinderen te zijn. Met name in landen als Amerika, Frankrijk en Italië waren ze erg gewild. Kinderen werden tegen absurde bedragen verkocht. Dit was verkapte kinderhandel.” Post stelde het probleem aan de orde. Na lange, moeilijke onderhandelingen, waarbij ook Amerikaanse, Franse en Italiaanse adoptieorganisaties veel invloed uitoefenden, kreeg Post gelijk. Er kwam een wet die interlandelijke adoptie stopte. Post was blij: “Ik had hard gewerkt en mijn leidinggevende was er ook blij mee. In mijn beoordelingen uit die tijd lees je dat ik een wezenlijke bijdrage heb geleverd aan een oplossing van dit jarenlange probleem.”

Daarmee leek de zaak klaar. Totdat de Europese Commissie van samenstelling veranderde. “Dit gebeurt elke vijf jaar, waarbij alle bazen worden verwisseld.” Binnen drie maanden zat Post achter een bureau, zonder werk. Bovendien kwam er een nieuwe afdeling met mensen die in de adoptielobby hadden gewerkt, zij maakten alle regels over kinderrechten ongedaan.” Daarmee ging haar werk de prullenbak in. 

Je kunt beter verhuizen

Bij de wisseling van samenstelling werd Italië op het portfolio ‘justitie’ gezet. Het land wat veel baat had bij de adopties. “Ik was verbijsterd toen ik dat las. Mijn collega’s zeiden: ‘volgens mij kun je beter meteen verhuizen.’ Ik deed daar laconiek over, maar ze bleken gelijk te hebben.”

Daarna probeerde Post haar collega’s die betrokken waren bij het adoptiedossier aan te spreken. Ze stuurde mails aan de top waarin ze uitlegde wat er gebeurde. “Maar ik hoorde niks. Er was één grote stilte. Ik denk dat ze voelden dat er iets groots achter zat, dit kon geen toeval zijn.” Nadat Italië op het dossier kwam, werd Post opzijgeschoven. “Ik werd als voetveeg behandeld. Ik ben er beetje bij beetje uitgewerkt. Eerst heb ik anderhalf jaar thuis gezeten, in de ziektewet. Op aanraden van de Secretaris Generaal en de Europees Commissaris publiceerde ze een boek, Romania for Export Only, the untold story of the Romanian ‘orphans’.

Daarna kwam de hoogste baas, de Secretaris-Generaal, met het idee dat ik een NGO op kon richten om kinderhandel tegen te gaan. “Zij wist ook niet wat anders te doen, ook zij raakte anders haar baan kwijt.” Ze richtte dus een NGO op, Against Child Trafficking (ACT), waar de Europese Comissie haar formeel detacheerde en dus haar salaris doorbetaalde. Een nog nooit vertoonde situatie. Vanuit ACT werkte ze aan plannen om de adoptielobby aan te pakken. “Ik werkte mee aan documentaires, schreef brieven. Het verhaal kreeg bekendheid. Dat hadden ze bij de Europese Commissie ook weer niet verwacht, ze hoopten dat het over zou waaien door mij weg te sturen. Als de gemoederen dan gesust waren, kon ik terugkomen.”

Intimidatie

Eind 2014 eindigde het detacheringscontract en keerde ze terug, nadat ze zes jaar had gewerkt voor de stichting. “Ik wist dat ik niet voor altijd zo door kon gaan, wilde dat ook niet. Ik ben een doorgewinterde ambtenaar, daar ben ik goed in, geen activist.” Toen ze terugkeerde zei niemand wat. Niemand gaf haar een hand. Niemand stapte bij haar in de lift. De baan die haar werd toegewezen was zonder inhoud, slechts een paar uur administratieve handelingen per week. 

In 2016 stopte ze met naar kantoor gaan en luidde intern de klok over intimidatie. Het was niet meer vol te houden. “Het achtervolgen en het afluisteren, ik kon er niet meer tegen.” In februari 2016 schreef ze een externe klokkenluidersbrief aan de voorzitter van het Europees Parlement en minister-president Rutte en ze vertrok uit Brussel. Er kwam geen reactie en in augustus 2018 werd ze ontslagen. “Sindsdien werk ik me een uur in de rondte om erkenning te krijgen als klokkenluider.”

Alles kwijt

Ze raakte alles kwijt. “Mijn baan, mijn inkomen, mijn thuis in Brussel, mijn vertrouwen.” Post werd doorbetaald terwijl ze een tijd niet werkte, maar haar voormalig werkgever wil dat ze dat terugbetaalt. “Ik moet 200.000 euro aan salaris terugbetalen. De komende zes jaar moet ik aflossen. Mijn rekening werd nog een tijd geblokkeerd. Ik heb geld moeten lenen. Toen moest ik echt de eindjes aan elkaar knopen.” GeenStijl bood de helpende hand, zij haalden duizend euro op voor Post. “Het was precies wat ik nodig had.”

Vanuit het Europees Parlement en de Tweede Kamer kreeg ze steun. In september 2019 werd er in Den Haag een motie aangenomen die haar zaak ondersteunt. Mede daardoor kreeg ze een deel van haar inkomen terug. Maar verder is het stil. “Rutte brandt er zijn vingers niet aan en de Minister van Buitenlandse Zaken zegt dat het een Europees arbeidsgeschil is. Ik sta er alleen voor.”

Geen weg terug

Voor Post is het nu duidelijk, er is voor haar geen weg terug. “Zolang kinderhandel nog bestaat, ga ik door. Ik móet dit doen. Ik heb de kennis, de juiste contacten.” Het heeft voor Post tot een eenzaam leven geleid. Ze gaat nooit meer naar verjaardagen. Ze heeft geen hobby’s. “Ik ben al tien jaar niet op vakantie geweest. Ik wil mijn tijd liever goed besteden. Als ik wegga, ben ik bang dat mijn aandacht verslapt en dat ik alles kwijtraak.”

Ze blijft zich inzetten om kinderhandel aan te pakken. Ze werkt mee aan documentaires, heeft contact met Kamerleden, ze schrijft. “Ik leef nu voor één doel. Ik heb een taak die ik af moet maken. Als ik mijn laatste adem uitblaas heb ik tenminste een wezenlijke bijdrage geleverd. In 2003 wilde ik de handdoek in de ring gooien, maar mijn dochter, ze was toen elf jaar, zei: ‘wie gaat er dan voor die kinderen zorgen?’ Toen ben ik toch doorgegaan. 

Het liefst zou ze gewoon, net als ieder ander, naar haar werk gaan. Ze hield van haar baan, van hard werken. Nu zit ze thuis, in een dorp in het noorden van het land. Tegen haar zin, het liefst woonde ze nog in Brussel, haar thuis. “Ik woon in een dorp dat niet bij me past. Maar ik voel me veilig hier. Er is sociale controle.”

Hoop

Ondanks alle gebeurtenissen, ondanks het eenzame bestaan, houdt ze hoop. “Ik hoop dat de Europese Commissie mij alsnog gelijk geeft. Maar dat schaadt de reputatie. Ook zij gaan door. Maar de informatievoorziening en de kennisoverdracht is sneller dan twintig jaar geleden, dat is in mijn voordeel. Zaken krijgen sneller bekendheid. Het zal nooit makkelijk worden, ook niet voor andere klokkenluiders, maar ik geloof in het licht aan het eind van de tunnel.”