Kunnen we niet beter ouders uit huis plaatsen dan kinderen?

Explainer

Per jaar worden bijna 43.000 kinderen uit huis geplaatst, met alle gevolgen van dien. Uithuisplaatsing van kinderen zou volgens deskundigen symptoombestrijding zijn, terwijl de echte problemen niet worden aangepakt. Is het tijd om gezinsproblematiek op een andere manier aan te pakken en meer oog te hebben voor de problemen van de ouders?

Kunnen we niet beter ouders uit huis plaatsen dan kinderen?

Het aantal uithuisplaatsingen van kinderen is de afgelopen twintig jaar fors toegenomen, van 26.000 naar 43.000. Kinderen worden uit huis geplaatst als ouders niet meer in staat worden geacht de veiligheid en zorg te kunnen verlenen die een kind nodig heeft. De oorzaak ligt volgens deskundigen vaak bij de ouders, die om allerlei redenen niet goed voor hun kinderen kunnen zorgen. 

Stapel van problemen

Een van deze ouders is Rachel Koster (48). “De ellende begon in 2009 toen mijn man Alex plotseling overleed aan een hartstilstand. Onze kinderen waren 6, 5, 3 en 2 jaar oud. Al voor Alex’ dood constateerde ik gedrag bij mijn vier kinderen, waarvan ik niet goed wist hoe ik daarmee om moest gaan. Met de rouw daarbij, voelde het  als een stapelingallemaal erg dubbel. Hoe moest ik hiermee omgaan zowel bij mijzelf als bij de kinderen?”  

Het resulteert in een uithuisplaatsing van alle vier de kinderen. Volgens Rachel had het anders kunnen lopen als ze praktische en intensieve psychische hulp, waaronder intensieve rouwverwerking voor haar en de kinderen had gehad. “Met een coach van twee uurtjes per week, kwam ik er niet. Graag had ik gezamenlijke opvang gehad, maar die aanvraag wees Jeugdzorg af.” 

Stukje fietsen

Esther Voogel kwam, als een van de weinigen, wel in aanmerking voor gezamenlijke opvang en zat met haar zoon Kevin (14) acht weken bij Accare, een ontwikkelplatform voor de specialistische jeugdhulp in het Drentse Smilde. Esther kijkt erg positief op deze periode terug: “In een kort tijdsbestek krijg je heel intensief therapie. Zowel Kevin die autistisch is, als ik, kregen los van elkaar traumabehandelingen. Je hebt mensen om je heen op wie je terug kan vallen. De gezinsbegeleiders ging dan een stukje met Kevin fietsen, zodat ik even met mijn shit en ellende kon zijn. Als je alleenstaand moeder bent, is die ruimte daar thuis niet voor.” 

Femy Wanders is manager behandelzaken in Accare en behandelde Esther. Ze hamert op het belang van het behandelen van het hele gezin voor complexe trauma’s. “Om kinderen goed op te voeden, heb je biologische ouders nodig en als ouders dat niet kunnen, dan hebben ze hulp nodig.” 
Volgens Esther kwam niemand zo dicht bij haar ziel als Femy. “Kevin en ik hadden geen moeder-zoon relatie meer. Ik was compleet leeg. Moe van het vechten, ik was overal moe van. Kevin was zijn moeder kwijt. Door mijn tijd in Smilde ben ik een stuk rustiger geworden. De toppen van mijn woede zijn eraf gehaald. Kevin heeft zijn moeder hierdoor terug.” 

Averechts

Peter Dijkshoorn werkzaam bij GGZ Nederland en jeugdzorginstelling Accare zegt dat kinderen uit huis plaatsen vaak averechts werkt. “De circuits van volwassenzorg en jeugdzorg zijn te lang gescheiden geweest. In de meeste gevallen is de ouder zelf getraumatiseerd of zijn er andere gevallen waardoor het gezin onder stress staat en de ouder geen ruimte heeft om goed voor het kind te zorgen. We moeten naar een situatie toe waar we iemand behandelen vóórdat ze kinderen krijgen.” 

Ook het Rapport van de Inspectie Jeugdzorg dat in november 2019 werd gepubliceerd, laat zien dat de ontwikkelingsbedreiging van ‘kinderen met een maatregel’, dus kinderen waar jeugdzorg bij komt, vaak voortkomt uit de problematiek van ouders. ‘Jeugdreclasseerders ervaren dat zij onvoldoende mogelijkheden hebben om hulp en zorg voor de ouders in te zetten (GGZ, verslavingszorg) en/of met de zorgverleners van ouders samen te werken’. Volgens het Rapport moeten jeugdbeschermers en jeugdreclasseerders beter zijn toegerust om met de problematiek van ouders om te gaan, met gebruikmaking van expertise van - en in samenwerking met - bijvoorbeeld de GGZ en verslavingszorg.

Dat die samenwerking tussen jeugdzorg en Volwassenen GGZ nog moeizaam verloopt, erkent ook GGZ-bestuurder Mariëlle Ploumen: “Dat moet en kan beter. Lange tijd dachten we: Als het kind iets heeft, dan moet je zorgen dat het kind beter wordt en als de ouder iets heeft, dan moet je de ouder hulp bieden. Dat de problemen van ouders invloed hebben op de kinderen en dat de opvoeding van de ouders zelf ook een rol speelt, daar zijn we ons al langer van bewust, maar het is voor zowel de jeugdzorg als de volwassenen GGZ moeilijk om die samenwerking te vinden. Dat is geen onwil, maar er is in de huidige manier van werken simpelweg geen tijd, ruimte en er zijn geen middelen voor.” Ook Ploumen zou dit in de praktijk graag anders zien. “Er zou een soort ‘gezinspakket’ moeten komen voor wanneer zowel het kind als de ouder hulp nodig heeft en we zouden ouders die vroeger als kind zelf problemen hebben gehad, al veel eerder hulp moeten bieden bij de opvoeding.”

Verstoorde band

Vooralsnog richt de hulpverlening zich vooral op het kind. Zo iRachel sinds 1 januari uit de ouderlijke macht gezet en ziet ze haar kinderen eens per maand twee uurtjes onder begeleiding. “Ik heb geen geld om leuke dingen met ze te doen en de pleegouders beslissen waar we elkaar zien. Dat is lastig en verdrietig, vaak zie ik er erg tegenop. Het voelt ongemakkelijk en gekunsteld. Onze band is na al die jaren verstoord. Ik ben 48, maar ik voel me 70.”