Duurzame landbouw: De wil is er, nu het geld nog

Er is een stikstofcrisis gaande, weidevogels verdwijnen en de bodem wordt uitgeput. De agrarische sector wordt voor al deze problemen aangekeken. Mogelijkheden om het boerenbedrijf natuurinclusief te maken zijn er genoeg, maar wat beweegt de ‘gewone’ boer om maatregelen te nemen?

Duurzame landbouw: De wil is er, nu het geld nog

Boeren willen best investeren in natuurinclusieve landbouw, mits daar een goede beloning tegenover staat. Dat blijkt uit onderzoek van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). Uit de 1100 ondervraagde boeren blijkt dat 58% al maatregelen heeft genomen en dat 40% daarvan bereid is om nog meer te investeren. Het grootste deel van deze respondenten is lid van de Land- en Tuinbouw Organisatie Nederland (LTO).

Kringlooplandbouw

Verduurzaming van de agrarische sector is een wens van landbouwminister Carola Schouten (ChristenUnie). In 2018 pleitte zij voor ‘kringlooplandbouw’. Voedingsstoffen die door de landbouw aan de bodem worden onttrokken, gaan ook weer terug naar de bodem. Bijvoorbeeld: De mest van de dieren gaat terug op het land als voeding voor de bodem waar het veevoer groeit. Zo is de cirkel rond, blijft er geen mest over, wordt er niet overgeproduceerd en wordt de bodem minder belast. De druk op de agrariërs om duurzaam te boeren is echter groter geworden. Sinds vorig jaar is daar ook de stikstofcrisis bij gekomen.

Bevestiging

Alex Datema is voorzitter van BoerenNatuur, een agrarische coöperatie die zich inzet voor een landbouwsysteem dat landschap en natuur versterkt. Hij is blij met de uitkomst van het onderzoek: “Het is een bevestiging van het gevoel dat boeren echt wel maatregelen willen nemen. Veel boeren zijn op hun eigen manier bezig, maar dat komt moeilijk aan de oppervlakte.”

"Het is een bevestiging van het gevoel dat boeren echt wel maatregelen willen nemen. Veel boeren zijn op hun eigen manier bezig, maar dat komt moeilijk aan de oppervlakte”

De maatregelen die de meeste boeren nemen zijn een extra weidegang, bloemstroken langs de akker of het zorgen voor kruidenrijk grasland. Datema: “Het zijn vrij simpele maatregelingen waarmee boeren weinig risico lopen. Dit soort maatregelen kunnen bij wijze van spreken morgen weer worden teruggedraaid.”

Doorvoeren

Slechts een deel van deze respondenten (18%) heeft natuurinclusiviteit verder doorgevoerd in het bedrijf. Wat houdt boeren tegen om meer te investeren? Datema: “Ten eerste is er het economisch aspect. Het kost veel geld om de maatregelen door te voeren, dus daar moet iets tegenover staan. Bijvoorbeeld een hogere prijs voor het product of subsidie vanuit de overheid. Daarnaast voelen veel boeren zich onzeker, omdat er vanuit de overheid geen duidelijk beleid is.”

De omschakeling naar landbouw waarin natuur en milieu centraal staan vraagt om grote investeringen, zoals aanpassingen in stallen. Daarnaast is natuurinclusieve landbouw minder intensief en levert het minder op, waardoor er een ander verdienmodel nodig is.

Zekerheid

Volgens Datema willen de boeren vooral zekerheid. “Het belangrijkste is dat er vanuit de overheid een krachtig signaal komt,” licht hij toe. “Over zaken als de stikstofcrisis en het klimaatbeleid horen we verschillende geluiden. Voor de boeren is het belangrijk dat er een beeld ontstaat voor de langer termijn: Hoe ziet mijn bedrijf er over tien jaar uit?”