Verpleegkundige Martine (23): "Ik droom soms over mijn werk op de corona-afdeling"

Martine Roerink (23) werkt normaal gesproken als verpleegkundige op de cardiologie-afdeling in het St. Antonius Ziekenhuis in Nieuwegein. Nu draait ze haar diensten op één van de cohort-afdelingen van het ziekenhuis, waar ze niets anders doet dan coronapatiënten verplegen.

Verpleegkundige Martine (23): "Ik droom soms over mijn werk op de corona-afdeling"

Foto: Martine toont de striemen in haar gezicht als gevolg van de beschermende bril die ze verplicht draagt.

 

Martine: “Gek genoeg is het werk fysiek niet eens zoveel zwaarder dan voor de coronacrisis. Waar je normaal gesproken wel voor acht patiënten tegelijk zorgt, zijn dat er nu maar drie. Overigens ben je met die drie patiënten wel continue bezig. Wat het wel lichamelijk zwaar maakt, is de beschermende kleding: je bent van top tot teen bedekt. De kleding wordt afgetaped, zodat je niet besmet kan raken. Hierdoor heb je het super warm. De beschermende bril zit heel strak. Het ademen door een mondkapje zorgt ervoor dat je steeds je eigen gifstoffen inademt, waardoor je sneller duizelig wordt.

De echte zwaarte zit hem in het mentale deel. De patiënten zijn eenzaam en angstig. Ze komen alleen binnen en worden alleen opgenomen. Daar moeten ze dan grote beslissingen nemen: wil ik wel naar de IC, wil ik wekenlang beademd worden? Mensen hebben niet de tijd gehad om dit rustig met familie te bespreken. Vaak sterven ze vervolgens ook alleen, of met hooguit twee familieleden aan hun zijde.

Geen meneer of mevrouw

Om mensen zo eenzaam te zien zijn, is heel moeilijk. Normaal gesproken spreek ik patiënten altijd met ‘u’ en ‘meneer’ of ‘mevrouw’ aan. Nu noem ik ze bij hun voornaam. Ik merk dat mensen dit fijn vinden. Er is hierdoor minder afstand. Ook als ik naar de familie bel voor een update, gebruik ik de voornaam van de patiënt. Voor de familieleden is het geen meneer of mevrouw, maar gewoon Jan of Els. Hun dierbare.”

Zodra je die deur naar de corona-afdeling doorgaat, is het alsof je een oorlogsgebied instapt

Voor Martine zit een dienst er na acht uur op. Een dienst waarin ze door de beschermende kleding niet alleen onherkenbaar is voor de patiënten, maar ook voor haar collega’s. Collega’s die ze soms niet eens kent, want de coronadiensten worden gedraaid door verpleegkundigen van veel verschillende afdelingen. Er is geen gezamenlijke afronding, want iedereen is op een ander moment klaar. Martine: “De een zit nog aan de telefoon en de ander is in gesprek met de familie van een patiënt, dus ieder vertrekt in zijn eigen tempo naar huis.”

Oorlogsgebied

Martine (midden) samen met collega's in beschermende kleding
Martine (midden) samen met collega's

De term ‘oorlogsgebied’ valt vaker wanneer zorgverleners de corona-afdelingen proberen te omschrijven. Ook voor Martine voelt het zo. Martine: “Zodra je die deur naar de corona-afdeling doorgaat, is het alsof je een oorlogsgebied instapt. Een afgesloten ruimte die heel ver weg is van de normale wereld.

Zodra ik na een dienst mijn beschermende kleding uittrek, voel ik wat ik tijdens mijn werk allemaal heb meegemaakt. Zoals de vriendelijke meneer met wie ik uitgebreid zat te kletsen, maar die drie uur later plotseling overleed. Op dat soort momenten mis ik mijn bekende team en vertrouwde gezichten.

Ik praat veel met familie en vrienden, maar zij kunnen simpelweg niet écht begrijpen wat ik daar meemaak. Alleen bij collega’s vind je herkenning. Maar soms grijpt het me naar de keel. Ik droom ineens ook wel eens over mijn werk. Voor de coronacrisis had ik dat nooit.

 

 

Hoe verder na de coronacrisis?

Op de afdeling komt zo’n twee á drie keer per week een zogenaamd Top-team om te checken hoe het met iedereen gaat. Je kan dan in een groep praten over alles wat er gebeurt. Ook kan je één op één gesprekken voeren met de geestelijk begeleider van het ziekenhuis. Zelf heb ik daar nog geen behoefte aan gehad. Ondanks de zwaarte kan ik het werk nog goed volhouden. Het wordt lastig als er naast de coronazorg ook weer gewone zorg komt. Dat zou te veel zijn.”

De grote vraag is hoe je het zorgpersoonlijk op de been houdt. Ze zijn niet alleen in de huidige strijd onmisbaar, maar ook nadat het virus onder controle is, zal de werkdruk aanzienlijk zijn. Uitgestelde behandelingen, operaties en ingrepen zullen dan alsnog moeten worden uitgevoerd; een opeenstapeling van maanden werk. Zijn onze zorgverleners daartoe in staat nadat ze zo’n zware strijd aan de frontlinie geleverd hebben?

Liesbeth Renckens is klinisch psycholoog bij Arq, het Nationaal Psychotrauma Centrum. Volgens Liesbeth is de coronacrisis voor zorgverleners een complexe situatie waarin ze te maken krijgen met zieke en stervende mensen, een hoge werkdruk en fysiek zware werkomstandigheden. Dit zou kunnen lijden tot klachten als PTSS. Meer hierover lees je in onderstaand artikel.

Verdiepende artikelen en fragmenten bij Martines verhaal

Instagram-account Breathtaking Nurses

Op hun indrukwekkende Instagramaccount laten de verpleegkundigen van afdeling D2 zien wat het werken op corona-afdelingen inhoudt.

Kijk verder op Instagram

Arts Gor Khatchikyan zichtbaar geëmotioneerd

SEH-arts Gor Khatchikyan is zichtbaar geraakt als hij vertelt over de keuzes die hij momenteel in zijn werk moet maken. Ook voor ervaren gaat is de coronacrisis zeer impactvol.

Kijk verder bij Op1

Wie zorgt er voor de dokter?

Iedereen kent inmiddels de beelden van artsen en verpleegkundigen die onverminderd zwoegen op de steeds voller rakende IC’s. Veelvuldig klinkt de vergelijking met een oorlogssituatie. Maar wie zorgt er voor onze ‘medische strijdkrachten’? En als de strijd gestreden is, kunnen onze zorgverleners dan zomaar door met hun dagelijkse werkzaamheden?

Lees hier over de zorg voor zorgverleners