"Wat mij frustreert als schoolleider is dat ik niet de handvatten heb om mijn thuiszitters weer naar school te krijgen."

Nicole Lagendijk is teamleider onderbouw van de Vitusmavo in Naarden. Als schoolleider heeft ook zij te maken met thuiszitters. "Er is best wel geld en op papier is het mooi bedacht, maar in de praktijk werkt het in mijn beleving niet."

"Wat mij frustreert als schoolleider is dat ik niet de handvatten heb om mijn thuiszitters weer naar school te krijgen."

Nicole Lagendijk: “We hebben momenteel twee thuiszitters hier op school. Een in de onderbouw en een in de bovenbouw. We hadden vorig jaar ook een thuiszitter, die inmiddels weer terug is en goed meedraait. Het gaat dus zeker ook wél goed. Maar ik ervaar thuiszittersproblematiek als heel complex. Ouders, school en instanties vormen met elkaar een fragiel systeem om de thuiszittende leerling heen. Zodra één van deze pijlers niet stevig staat, valt het systeem in elkaar. En dat is kwetsbaar.

Handelingsverlegen

De zoektocht naar wat er met een kind aan de hand is, is heel erg ingewikkeld. Wij zijn geen psychologen of psychiaters. Dat kunnen wij niet als school. Tegelijkertijd zijn er in de geestelijke gezondheidszorg enorme wachtlijsten. Het duurt dus een tijd voordat er passende hulp is. Niet alleen door de wachtlijsten, maar ook totdat je weet ‘wat is er aan de hand met dit kind?’. Je bent zo een jaar verder tot een diagnose en in de tussentijd zit het kind wel thuis. 

Als school word je -in het kader van passend onderwijs- wel geacht dat je in die tussentijd iets doet. Maar ja, met een kind dat niet naar school toe komt, kan je tegelijkertijd ook niet zoveel. Als school voel ik me daar echt handelingsverlegen in. De instanties geven aan: 'School, jullie hebben zorgplicht, het kind heeft leerplicht, dus jullie moeten er iets mee'. Maar tegelijkertijd weten we niet goed wat we ermee moeten. We proberen natuurlijk mee te denken, maar wat is dan die passende begeleiding? Dat heb je zelf niet in huis, dat moet je inkopen. Maar waar koop je dat dan in? 

Er is wel een samenwerkingsverband waar ik terecht kan voor advies, maar toch voel ik me als school daar best alleen in staan. Alsof we veel alleen uit moeten zoeken. Voordat je echte passende hulp kan geven, moet je weten wat er aan de hand is. Je hebt een diagnose nodig. En dat duurt dus zo lang.

Wat mij frustreert als schoolleider is dat ik niet de handvatten heb om mijn thuiszitters weer naar school te krijgen. En dat neem ik dus wél mee naar huis.

Het woud van zorginstanties

Er is hier in de regio wel zorgcoördinatie, maar het gekke is dat die voor de basisscholen anders geregeld is dan voor de middelbare scholen. Zorg wordt voor de basisscholen gecoördineerd, maar de middelbare scholen moeten het zelf aanvragen. Ik vind dat zelf heel lastig, want het is een woud van aanbod. Je verdwaalt in de arrangementen en in de afkortingen. Voordat je erachter bent wat er allemaal is en wat er allemaal aangevraagd kan worden… Het is haast een studie op zich. Tegen de tijd dat je het wel in kaart hebt, zijn er weer nieuwe inzichten en procedures en is alles veranderd. Ik vind dat een enorm ingewikkeld probleem, waar ik als reguliere school tegenaan loop.

En wat ik het ergste vind, is dat we daardoor de leerlingen tekort doen. Want er is best wel geld en op papier is het ook best mooi bedacht, maar in de praktijk werkt het in mijn beleving niet.

De rol van ouders

Voor de ouders is het ook verwarrend. Wat ik soms zie gebeuren is, dat ze samen met hun kind thuis aan de slag gaan met het schoolwerk. Ouders gaan dan in de rol van school zitten in plaats van in de ouderrol. Hierdoor ontstaat een scheve situatie in de verhouding met het kind. 

Schoolleiders moeten meer lef tonen

Marc Dullaert -voormalig kinderombudsman- stelt dat schoolleiders meer lef moeten tonen en meer out of the box moeten denken om de thuiszittersproblematiek om te lossen.

Ik denk dan twee dingen. Ten eerste; daar heeft hij misschien best wel gelijk in. Wij denken erg in gebaande paden, omdat we ons als school handelingsverlegen voelen. Anderzijds denk ik; dat is allemaal leuk en aardig, maar ik heb ook een school te runnen. In de begeleiding van thuiszitters gaat zo ongelofelijk veel tijd zitten. Dat vind ik heel erg, want je wil elk kind een passend plekje bieden. Ik wil niet zeggen ‘Ik heb geen tijd, dus zoek het maar uit’, maar tegelijkertijd zit er ook maar 24 uur in een dag. Dat is heel erg, maar dat is wel de pijnlijke waarheid. Ik vind het een enorme spagaat. 

Preventie

We zetten als school in op vroegtijdige signalering. We werken nu met het [email protected]; de criteria om aan de bel te trekken zijn elke vierde ziekmelding in twaalf schoolweken of vanaf de zevende aaneengesloten schooldag waarop een kind ziekgemeld wordt. De mentor neemt in zo’n geval contact op met de ouders en vraagt wat er aan de hand is. Soms is het evident; als je van je paard bent gevallen en je hebt een hersenschudding, weten we dat je op een gegeven moment gewoon weer terugkomt.

Maar als het vaag is of als ouders het ook niet zo goed weten, dan melden we die leerling aan bij Jeugd en Gezin. Hij of zij wordt dan gezien door de jeugdarts en de jeugdarts koppelt dan terug of er reden tot zorg is of niet. Als er reden tot zorg is, worden er vervolgstappen ondernomen. Hiermee kan er onder andere vroegtijdig startende thuiszittersproblematiek gesignaleerd worden. Hierdoor kunnen we veel eerder op de leerling inzetten. Voordat de leerling helemaal thuiszit. 

Frustratie om thuiszitters

Tot op zekere hoogte neem ik het mee naar huis. Ik heb echt moeten leren er ook afstand van te nemen. Maar natuurlijk blijft het in je hoofd zitten. Er is namelijk een kind dat niet naar school gaat. Een kind voor wie de afstand tot school en het normale leven steeds groter wordt.

Soms is hun hele dag- en nachtritme verstoord, omdat deze kinderen te veel gaan gamen. Ze krijgen steeds minder sociale contacten. Vaak gaan ze ook niet meer naar sportclubjes, omdat ze zich schamen of ze vinden het lastig dat klasgenootjes vragen: ‘Hé, waarom ben je wel hier en niet op school?’ Dus uiteindelijk komt het allemaal stil te staan.  

Je gunt je leerlingen een normaal leven, waarin ze tiener kunnen zijn en waarin ze gewoon puberaal tegen school aan kunnen schoppen. Maar waarin ze dus wel hier op school zijn. 

Wat mij frustreert als schoolleider is dat ik niet de handvatten heb om mijn thuiszitters weer naar school te krijgen. En dat neem ik dus wél mee naar huis."

 

 

Bekijk de uitzending over thuiszitters

 

Of lees meer artikelen over thuiszitters in het thuiszittersdossier.