Hoe basisscholen de anderhalvemetermaatschappij inpassen

De basisscholen gaan na de meivakantie weer half open. Leerlingen hoeven daarbij niet op anderhalve meter van elkaar te blijven, maar wel van leerkrachten. Hoe gaat dat in de praktijk in zijn werk?

Hoe basisscholen de anderhalvemetermaatschappij inpassen

Basisschool De Horizon in Nijkerkerveen is net verhuisd naar een nieuw gebouw. Dat komt nu heel goed uit. Het oude gebouw was klein en compact, met smalle gangen. Niet handig, als iedereen zoveel mogelijk op anderhalve meter afstand moet blijven. Het nieuwe gebouw is groter opgezet, met brede gangen. Ruimte genoeg om bijvoorbeeld eenrichtingsverkeer in te voeren. Zo ontloopt iedereen elkaar zoveel mogelijk in de gang en op de trappen.

Elke school treft zo zijn maatregelen. Op De Horizon is dat dus onder meer eenrichtingsverkeer in de gangen, vertelt Wouter Homan. Hij geeft les aan groep 8 en zit in het managementteam van de school. Na de persconferentie van dinsdagavond zijn er snel knopen doorgehakt. Voor zijn groep 8 is afstand houden misschien nog wel het makkelijkst: “Kinderen mogen in principe wel bij elkaar in de buurt komen, maar niet bij de leerkrachten. Dus als ze een vraag hebben, moeten ze naar voren komen, naar de instructietafel en dan op anderhalve meter afstand blijven.”

Tape op de grond voor kleuters

Voor kleuters is het al ingewikkelder. Hoe blijf je daar op afstand? Maar ook daar wordt geprobeerd de anderhalvemetermaatschappij zo goed mogelijk door te voeren. Homan: “We plakken tape op de grond, zodat de afstand duidelijk is. Bij kleuters werkt het beter om het visueel te maken.”

Uiteraard gelden er ook restricties voor ouders. Die mogen niet het plein op, zodat ze niet in aanraking komen met leerkrachten. Verder is er voldoende mogelijkheid om de handen te wassen en staan er pompjes met handgel klaar bij de deur. “En voor de leerkrachten onderling betekent het niet samen lunchen, of met een beperkte groep en op afstand. Verder moeten we ondervinden wat het handigst is, als de kinderen daadwerkelijk op school zijn”, vertelt Homan. Het is improviseren, zoveel is duidelijk.

Ook zullen veel scholen niet hele klassen toelaten. Dat zijn teveel mensen in een te kleine ruimte. Dat brengt een nieuwe uitdaging: hoe ga je de klassen verdelen? Komen kinderen om de dag? Of om het dagdeel? Of zelfs om de week. Elke variant heeft zijn voor- en nadelen. Voor de scholen en leerkrachten zelf, maar ook voor leerlingen, ouders en hygiëne. In dat opzicht hebben de basisscholen nog heel wat keuzes te maken.

Proefkonijn

Toen dinsdag bekend werd dat de basisscholen vanaf 11 mei weer open gaan reageerden leerkrachten wisselend. Sommigen noemden het woord ‘proefkonijn’, omdat nog niet honderd procent duidelijk is in hoeverre kinderen het coronavirus verspreiden. De vakbond Leraren in Actie (LIA) schreef in een reactie: “Laat de basisscholen dicht. Het LIA vindt het nog veel te voorbarig om de basisscholen weer te openen.” Onder meer omdat de veiligheid van leerkrachten niet voldoende gewaarborgd zou kunnen worden. Ook gaat niet elke school open. Meerdere basisscholen houden de deuren gesloten, omdat er nog teveel vragen zijn over de voorwaarden waarop scholen open kunnen en op welke manier dat veilig kan.

Homan en zijn collega’s zijn milder. Daar overheerst vooral het gevoel dat het weer prettig is om fysiek contact te krijgen met de leerlingen. En dat de overheid voldoende onderzoek heeft gedaan om nu weer voorzichtig les te geven. 

Ook Homan zelf voelt zich allerminst een proefkonijn. “Als we allemaal een beetje op elkaar letten, kunnen we weer gericht onderwijs geven. Ik vertrouw op het RIVM dat de kans klein is om het virus via kinderen te krijgen. Als we ons bewust blijven van de maatregelen moet het lukken.”

Kinderen die weer naar school gaan, maar zelf een kwetsbare gezondheid? Wat dan? Vul hier ons onderzoekje in