De totaal verschillende gezichten van het Nederlandse racisme

Column Alfred Edelstein

Wie wil weten wat racisme is, hoeft niet helemaal naar Amerika. En een getinte huid is ook al niet nodig: Wie een donkere partner heeft, krijgt namelijk evengoed een helder beeld van wat rassenwaan inhoudt. Ook in de Lage Landen aan de zee is racisme springlevend, schrijft columnist Alfred Edelstein. Hij is eindredacteur Joodse Programmering bij de EO en meer dan 30 jaar getrouwd met zijn vrouw, afkomstig uit een van onze voormalige koloniën.

De totaal verschillende gezichten van het Nederlandse racisme

Door mijn meer dan 30-jarige verbintenis kan ik, een blanke in Nederland geboren man, over racisme meepraten. Ik geef een paar voorbeelden:

  • Fietsend door het centrum van Hilversum te worden uitgescholden voor ‘nikker’;
  • Haar creditcard die niet wordt geaccepteerd bij de aankoop van een jurk in een chique modezaak;
  • Uitgenodigd te zijn op een feestje als ‘echtgenote van’ en begroet te worden met ‘Wie bent u? Wie heeft u uitgenodigd?';
  • Een medisch specialist die zich over het hoofd van zijn patiënte uitsluitend tot haar blanke man richt over de te volgen behandeling.

In bovenstaande gevallen gaat het om het gedrag van individuen, maar ook met de Nederlandse overheid krijg je als gekleurde persoon het nodige te stellen. Ik noem twee gevallen:

  • Een neefje uit de Antillen komt in Nederland studeren en meldt zich samen met zijn blanke oom bij de burgerlijke stand van de gemeente Hilversum om zich te laten inschrijven (Antillianen hebben de Nederlandse nationaliteit). Terwijl wij staan te wachten in de rij voor het loket, roept een ambtenaar van achter zijn bureau met luide stem: ‘Surinamers, die komen er niet meer in!’;
  • Echtgenote komt aan op Schiphol na een familiebezoek op St. Maarten, de dienstdoende douanebeambte bekijkt haar rode Nederlandse paspoort dat is uitgegeven door de gemeente Huizen en vraagt: ‘Wat kom je hier doen? Hoe lang blijf je?'

Dan is er nog een andere vorm van typisch Nederlands racisme en dat is wat ik maar even ‘omgekeerde discriminatie’ zal noemen. Mijn echtgenote was als onderwijsspecialist verbonden aan verschillende scholen. Doorgaans wordt zij met groot enthousiasme door de lerarenkorpsen binnengehaald. Leuk hoor zo’n donkere collega! ‘Wat een prachtig haar hebben jullie toch’, ‘je kan vast heel goed dansen’ en ‘die man van jou boft toch maar met een vrouw die vast heerlijk kan koken!’ zijn enkele van de goedbedoelde opmerkingen die zij dan te horen krijgt. Racisme? Daar moet het onderwijs niets van hebben! Dat de collega in kwestie op deze manier door de school wordt gezien als een exotische trofee, ontgaat de tolerante docenten.

Exotische trofee

Ook in de media zien we, zeker in deze laatste verhitte en gepolariseerde weken, een overdreven tolerantie tegenover gekleurde personen. De populaire rapper Akwasi is te gast bij onze collega’s van het dagelijkse televisieprogramma M. Een uitspraak van hem tijdens de inmiddels roemruchte antiracisme-demonstratie op de Amsterdamse Dam wordt door presentatrice Margriet van der Linden ter sprake gebracht. Tijdens de demonstratie sluit een emotionele Akwasi zijn speech af met: ‘op het moment dat ik in november Zwarte Piet zie, trap ik hoogstpersoonlijk op zijn gezicht’. Van der Linden legt de kijker eerst uit dat dat het gewraakte slotfragment van Akwasi’s toespraak door de website GeenStijl is gepubliceerd. Alsof ze wil zeggen: het is dat nare GeenStijl dat je wil belasteren. Feit is dat Akwasi deze woorden zo heeft gesproken op een overvolle Dam en dat deze verre van vredelievend zijn. In het programma licht de rapper zijn woorden toe. Samengevat: hij houdt niet van geweld en zal nooit iemand iets aandoen, ook Zwarte Piet niet. Het is geen sterk verweer, maar voor de presentatrice is de kous al af. ‘Helder’, zo besluit ze het onderwerp.

De presentatrice toont hiermee een bovenmatig begrip voor de motieven van Akwasi en neemt genoegen met een vaag en onbeduidend antwoord over de heikele kwestie. Hier zien we dezelfde zogenaamde verdraagzaamheid als op de scholen van mijn echtgenote. Vermoedelijk doodsbenauwd om voor racistisch te worden aangezien, wordt de gekleurde persoon in kwestie door Margriet behandeld als de exotische trofee die niet serieus genomen hoeft te worden. Als ze Akwasi werkelijk als gelijkwaardig beschouwt, zou ze hem op journalistieke wijze het vuur na aan de schenen hebben gelegd over een misschien begrijpelijke, maar tegelijk bedenkelijke uitspraak die delen van Nederland inmiddels in beroering heeft gebracht. Maar dat doet ze niet. Vindt ze misschien dat hij vanwege zijn huidskleur wel een steuntje in de rug heeft verdiend?

Tolerantie

Hoe groot de daadwerkelijke tolerantie bij sommige goedbedoelende antiracisten is, heeft mijn echtgenote meermaals ervaren. Op de dag na de verkiezingen wordt op school bij de koffie standaard het stemgedrag van de collega’s besproken. Rita: GroenLinks, Bert: PvdA, Heleen: PvdA, Jos: GroenLinks, enz. Totdat de beurt is aan mijn echtgenote: CDA. Maar dat is dus niet de bedoeling. CDA? Hoe kan dat nou? Meen je dat werkelijk? Dat komt zeker door die rechtse man van je!

Kortom, een gekleurde collega in het team is heel fijn, maar de donkere persoon moet zich wel gedragen volgens de codes die de blanke ontvangende omgeving voor dit individu heeft geformuleerd. Zo niet, dan wordt het gevestigde beeld -goed dansen, lekker koken enz.- doorbroken en dat is niet de bedoeling. Maar hadden we niet afgesproken dat Black Lives Matter?