We hebben last van collectieve hebzucht

Column Koos van Noppen

In 2018 schreef Koos van Noppen een pamflet, omdat hij zag dat duurzaamheid voor christenen 'iets leuks was voor erbij.' Christenen moeten er veel meer mee bezig zijn, betoogde hij. Nu schrijft hij een column voor NieuwLicht: "We hebben in de eerste paar maanden van 2020 ons jaarverbruik voedsel en natuurlijke hulpbronnen er al door gejast."

We hebben last van collectieve hebzucht

We zijn te gulzig geweest. Earth Overshoot Day was voor 2020 berekend op 3 mei.
In de ideale situatie gebruiken we elk jaar net zoveel als de aarde in een jaar kan opbrengen. Maar we hebben in de eerste paar maanden van 2020 ons jaarverbruik voedsel en natuurlijke hulpbronnen er al door gejast. De rest van het  jaar teren we op wat ons eigenlijk niet toekomt; op kosten van onze kinderen en kleinkinderen. En misschien ook wel ten koste van onze eigen toekomst.

Noem het gerust collectieve hebzucht. De Naardense Bijbel gebruikt daarvoor een woord dat je niet in dikke Van Dale vindt: veelhebberij; maar het behoeft ook geen toelichting. Als je er een plaatje bij wilt: denk aan een doventolk die het woord ‘hamsteren’ uitbeeldt.

Ik, mij en mezelf

Jezus vertelt een verhaal om te waarschuwen tegen ‘elke vorm van hebzucht’ (Lukas 12). Het verhaal wordt vaak aangeduid met ‘de gelijkenis van de rijke dwaas’, waardoor we de man meteen ver buiten onze bubbel plaatsen. Terwijl wij zijn handelwijze op het eerste gezicht helemaal niet zo dwaas vinden. Zijn land heeft veel opgebracht, zoveel dat hij even niet weet wat hij met al z’n voorraden aan moet. Weet je wat, denkt hij, ik breek mijn schuren af en bouw grotere, dan kan ik járen vooruit. Intelligent stukje bedrijfsvoering, zeggen wij dan. De man heeft alles onder controle en gaat genieten van het ZwitserLeven, mag-ie?
Maar opeens valt het doek. Dat hele rijke leven blijkt opeens onthutsend arm. ‘Dwaas!’ – zeg God. Nog deze nacht wordt je leven teruggevorderd. Voor wie zijn dan al die schatten?

‘Je ziet nooit een verhuiswagen in een rouwstoet’, zei paus Franciscus eens in een interview.

De man uit de gelijkenis ging er aan voorbij dat zijn levensadem niet zijn bezit is; hij ging trouwens wel aan meer voorbij. Zijn wereldje draaide hoofdzakelijk om ‘Ik, mij en mezelf’. Medemensen bleven geheel buiten beeld, laat staan God.
Een karikaturaal filmpje over de man zou besluiten met een shot van zijn grafsteen: Hier rust de volleerde veelhebber. Maar het punt is helder: ‘Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.’

Spullen kopen

Iemand heeft eens in kaart gebracht op welke manier onze dagelijkse keuzes impact hebben op het milieu – hier of aan de andere kant van de wereld; nu of later. Daaruit kwam naar voren dat spullen kopen de meeste impact heeft – nóg meer dan het vervuilende vliegen of autorijden. Veelhebberij is meestal schadelijk voor het milieu.

Ik zou zeggen: elke keer als je op het punt staat om iets te kopen - via de blauwe internetdikzak, bij het outletcenter of gewoon in de winkelstraat - knijp jezelf dan in de arm en stel jezelf een paar vragen: Waarom zou ik dit in huis halen? Wat moet het toevoegen aan mijn geluk? Wat moet het vervangen? Is dat niet te repareren?  Heb ik het echt nodig?

Geluk zit in genieten van genoeg.
Dankbaarheid is de doodsteek voor veelhebberij.

Koos van Noppen,
Verduurzamer en hoofd communicatie bij de vereniging voor zending in Nederland