De eigen tuin als vakantieoord

Zomercolumn Paul Delfgaauw

De komende weken plaatsen we de mooiste columns geschreven door onze lezers. Deze week Paul Delfgaauw over het thema het nieuwe vakantiegevoel. "We hebben het al gevonden. Vakantie kan heel dichtbij."

De eigen tuin als vakantieoord

Reclamebeelden van ons eigen Drenthe spatten deze dagen in de verleidelijkste kleuren van het televisiescherm alsof het de Canarische Eilanden betreft. Juist als wij erover denken onze vakantietrip naar Valencia te cancelen. Het schrikbeeld is dat je daar dan net de zee induikt als er een tweede, misschien nog wel veel hogere coronagolf toeslaat. Met als gevolg dat Spanje in een tweede staat van alarm schiet en ons toeristen belet het land uit te vliegen. Het gevaar is niet denkbeeldig dat je door een noodwet in ongewenste quarantaine wordt gestopt van minstens veertien dagen. Daar zit je dan, opgesloten in je hotel. Vluchten kan niet meer. 

Olé-gevoel

Op zoek naar het nieuwe vakantiegevoel verbleekt onmiddellijk het olé-gevoel. Dat plezier verdwijnt snel en stilletjes in quarantaine, samen met de voorpret die aan de vakantie voorafgaat. Drenthe leidt echter vooralsnog tot het treurige bruine bonengevoel van Bartje. Ook niet om over naar huis te schrijven. Drenthe? Helemaal naar het noordoosten met de auto? Met het vliegtuig ben je sneller in Valencia. Maar dat is geen optie meer. 

‘Drenthe is altijd in de buurt,’ roept de reclame. Eigenlijk is dat waar, alleen al in de uren die je van tevoren aanwezig moet zijn op Schiphol bereik je Orvelte. En geen gezoek naar koffers die nog wel eens onvindbaar blijken. Drenthe wordt zo steeds aantrekkelijker. En bij een plotselinge lockdown zit je al in eigen land. Toch eens met Bartje bellen, of er nog een plaatsje vrij is tussen de hunebedden. Voorzichtig krijgt het vakantiegevoel weer een beetje kleur, gevoed door een warm zonnetje en een zwoel lentebriesje die samen met mij de brochure van Drenthe doorbladeren.

Zonovergoten tuin

Mijn vrouw komt naast me zitten in onze zonovergoten tuin. Ineens denk ik: hoezo zoeken naar een nieuw vakantiegevoel? Dat is er eigenlijk al. Hier en nu. Ze neemt een slok sangria, terwijl ze een koud biertje voor me neerzet, naast een paar boeken die ik nu eens wil uitlezen. Zij zit met haar hoofd duidelijk niet in Drenthe, maar in Spanje, vol herinneringen aan Andalusië, waar we vorig jaar rondreisden. We deinden toen nog zorgeloos mee op de stroom van honderden toeristen door de kronkelige straatjes van Sevilla en Granada, met hoogstens anderhalve centimeter afstand van elkaar. “Andalusië was schitterend,” zegt ze, “maar dit jaar wil ik geen grens meer over.” 

Aan het einde van een luie middag maken we samen het eten klaar en dekken de tafel in de tuin. Stoelen met zachte kussens. Chique servetten in een ring. Bubbels in de koeler. De parasol geeft aan alles vakantiekleur. Een merel in de dakgoot vervangt de zigeuner met viool. Vanuit de verte krijgt hij een aubade terug. We genieten. De kinderen van de buren hebben dikke pret in hun opblaasbaar zwembadje en drinken gulzig een glaasje ranja als ze even gaan zitten. Het vakantiegevoel is alom om ons heen. “Waar zoeken we eigenlijk nog naar?” zegt mijn vrouw opeens. “Ik ben er mee gestopt,” antwoord ik glimlachend, terwijl ik mijn glas tegen de hare laat klinken. We hebben het al gevonden. Vakantie kan heel dichtbij. In eigen resort. All Inclusive. Chillen toch?