Online opvoeden om cyberpesten tegen te gaan

De wereld is online. Tijdens de coronacrisis werd dat nog maar eens duidelijk, met thuiswerken, thuis onderwijs en virtuele afspraken. Dat biedt uiteraard voordelen, maar er schuilt ook gevaar. Denk aan cyberpesten. Hoe kunnen we online pesten aanpakken?

Online opvoeden om cyberpesten tegen te gaan

De nieuwste hype onder kinderen is TikTok. Direct werden er ook allerlei waarschuwingen uitgedeeld. Over de privacy die niet goed gewaarborgd zou zijn, maar ook over pesterijen via de app. Hoe kun je als ouder het online gedrag van je kind in de gaten houden? Een vraag die twintig jaar geleden nog niet speelde, maar inmiddels voor hoofdbrekens kan zorgen.

Klaartje Schüngel van Social Media Impact is mediacoach en ze is specialiste op het gebied van de aanpak van cyberpesten. Ze geeft gastlessen aan leerlingen, maar spreekt ook voor docenten en ouders. De online wereld begint voor kinderen steeds vroeger. Vanaf groep 4, 5 al, zegt Schüngel. “Het begint vaak met pesten in online games. Later krijgen kinderen smartphones en daarmee neemt het pesten toe. Ze gaan grenzen opzoeken. Anderen blokkeren, uitschelden, of roddelen. Dat zie je al vanaf groep 5. Maar we zien het meeste pesten vanaf groep 7, 8 en in klas 1 en 2 van de middelbare school. Dus ongeveer in de leeftijd van 10-14 jaar.” De smartphone heeft daarin heel veel veranderd, zegt Schüngel. Zeker toen iedereen constant online kon dankzij 3G-, en 4G-netwerken en de komst van wifi.

Cyberpesten neemt de laatste jaren wel wat af, volgens onderzoek van het CBS. Maar andere onderzoeken zeggen soms weer wat anders, omdat het afhangt van de vraagstelling of de leeftijdscategorie die onderzocht wordt. Daardoor blijft lastig inschatten of het de laatste jaren beter gaat. “De trend lijkt dat cyberpesten wat afneemt, dat is heel goed. Maar in de praktijk zijn er nog steeds 500.000 jongeren die wel gepest worden. Daar gaat het om”, zegt Schüngel. Die afname komt bijvoorbeeld door groter bewustzijn, bij zowel kinderen als ouders. Het probleem wordt bekender, waardoor er ook meer op gelet wordt.

Gevaar

Toch ligt het gevaar altijd op de loer. “Ik las een verhaal in de Volkskrant over de eerste coronapatiënt in Indonesië. Zij is daarna online lastiggevallen en bedreigd en dat heeft een enorme impact op haar leven. Dit kans is aanwezig dat dit ook op scholen gaat gebeuren en dat de eerste leerling met covid-19-verschijnselen online gepest wordt.” En als dat iemand overkomt die minder sterk in de groep staat kan dat vervelende gevolgen hebben.

Uiteraard is er een grote taak weggelegd voor ouders. Zij voeden op en letten op, ook online. “Het begint bij de ouders; zij geven een tablet of telefoon.” Op het moment dat je een telefoon geeft is het slim om direct met je kind in gesprek te gaan, denkt Schüngel. Niet alleen over hoe lang iemand online mag, maar ook andere regels en afspraken. “Regels die in het echte leven ook gelden. Hoe ga je met anderen om? Maak het direct specifiek. Leg uit dat je kind beleefd moet zijn, niet mag schelden en dat als jij het eventueel naleest, de inhoud jouw goedkeuring heeft. Daar kun je direct een gesprek over aanknopen.”

Hoe ouder een kind, hoe lastiger het wordt om het in de gaten te houden. Kinderen krijgen een privéleven en dat wil je respecteren. Daarom is het extra belangrijk om al vanaf jongs af aan op te voeden. “Jonge kinderen accepteren sneller dat je ze bij de hand neemt, dat vinden ze ook leuk.” En daarbij hebben ouders kennis nodig, zegt Schüngel. Ouders moeten wel weten welke technologie hun kind gebruikt.

Subtiel

Online pesten kan soms subtiel gaan, dat maakt het zo ingewikkeld. “Je plaatst bijvoorbeeld iets op Instagram, maar niemand geeft een like. Of je vraag wordt genegeerd in de groepsapp. Als je al gepest wordt, kunnen dat allemaal kleine prikjes zijn. Het hoeft dan niet eens opzettelijk bedoeld te zijn, maar het doet wel pijn”, legt Schüngel uit. Bovendien is er vaak een sterke wisselwerking. Als kinderen offline gepest worden, gaat het online door. Daardoor is er soms geen ontsnappen meer aan. “Online durven kinderen en jongeren sneller over een grens te gaan, vanwege de anonimiteit die ze ervaren. Dat kan positief, maar ook negatief uitpakken. Kinderen zijn online ongeremder en worden minder snel teruggefloten. En als ontvanger is het vaak moeilijk te stoppen. Offline zou je misschien nog een dreun terug kunnen geven, dat gaat online niet.” Het geeft nog maar eens aan hoe ingewikkeld de online wereld is en hoe belangrijk opvoeden is, ook of misschien wel juist als je kinderen een smartphone krijgen.