Grapperhaus: “We hebben een bepaalde tijd op aarde en dat is het”

Ferdinand Grapperhaus, minister van Justitie en Veiligheid vertelt in Adieu God? over waarom hij nog wel gelooft, maar niet meer in de kerk komt: door de dogma’s die worden verkondigd en tijdgebrek.

Grapperhaus: “We hebben een bepaalde tijd op aarde en dat is het”

Van zijn eerste herinneringen aan de kerk weet hij nog dat zijn vader altijd uit De Bijbel las tijdens de kerkdienst. De hele dienst door. Grapperhaus nam die gewoonte over. “Die preken heb ik allemaal aan me voorbij laten gaan, als kind. Vroeger was een preek van de pastoor veel meer een donderpreek. Als jonge jongen begreep ik dat nooit zo helemaal, denk ik. Maar ik las De Bijbel. Weliswaar de kinderbijbel, maar dat vond ik prachtig. De verhalen en de metaforen. Geweldig.”

Tot hij een jaar of 13, 14 was geloofde hij echt in het bestaan van God. Op zijn zestiende schreef hij een opstel voor godsdienst waarin hij schreef waarom hij niet dacht dat God, zoals kinderen vaak geloven, een man was. Hij gelooft meer in een soort oorsprong die dingen voor ons bepaalt. “De één heeft daar heel veel godsbeelden bij, de andere één. Maar er zijn wel bewuste keuzes in je leven. Je kunt bijvoorbeeld wél het water inspringen om iemand te helpen. Je kunt daarin verschil maken.”

Minister van Eredienst

Grapperhaus is niet alleen minister van Justitie en Veiligheid, maar ook minister van Eredienst. Tijdens deze coronacrisis maakte hij een soort kerkentocht, hoewel hij zelf niet meer in de kerk komt. Tijdgebrek en de dogma’s die daar volgens hem worden verkondigd, weerhouden hem daarvan. Toch bezocht hij verschillende kerken in zijn functie als minister van Eredienst. “Ik vond dat ik daar invulling aan moest geven, aan mijn functie als minister van Eredienst. Tijdens de crisis heb ik het begin gezocht met alle stromingen, om te overleggen. Want men kan zich wel beroepen op vrijheid van godsdienst, maar we moeten ook de pandemie bestrijden. En ik was echt ontroerd door hoe mensen daarin zaten. Het doet pijn, dat ze hun geloof even een stukje opzij moesten zetten, maar er nog steeds met veel bezieling inzetten.”

Zijn vrouw overleed vier jaar geleden. Ze werd plotseling ziek. “Dat was een algeheel gevoel van verbijstering. Geslagenheid.” Was zijn geloof een troost in die tijd? “Ja, maar ik heb veel meer gehad aan het geloof wat mijn vrouw had: het boeddhisme. Dat ik het ook moet accepteren.” Hij gelooft niet dat zijn vrouw nog ergens is. “Ik geloof niet in het hiernamaals.” Waarom zou dat er niet zijn? “Ik denk dat we, net als iedere bloem die uit is gebloeid, dat we een bepaalde tijd op aarde hebben en daarin moeten we doen wat goed is. Dat is onze bijdrage aan de hele oorsprong. En dat is het.”

'Geen hiernamaals'

Hoewel Grapperhaus niet gelooft in een hiernamaals, zou hij toch ‘hevig teleurgesteld’ zijn als Petrus hem niet zou binnenlaten. “Natuurlijk ben ik wel eens ijdel en heb ik wel eens gelogen. Maar als hij mij een slecht mens zou vinden, zou ik echt verbouwereerd zijn.”

Kijk hier de uitzending van Adieu God? met Ferd Grapperhaus terug