Hoe het Indische oorlogsverhaal z'n sporen heeft nagelaten in onze samenleving

Zaterdag 5 september vindt in Roermond de jaarlijkse nationale herdenking plaats van de ruim 6000 Nederlandse militairen die omgekomen zijn in Nederlands-Indië en Nieuw-Guinea. De oorlogservaring van toen werkt nog altijd door bij inmiddels zo’n 2 miljoen Nederlanders die verbonden zijn met het Indische oorlogsverhaal.

Hoe het Indische oorlogsverhaal z'n sporen heeft nagelaten in onze samenleving

Volgens het CBS vormt de groep van 350.000 voormalig Nederlands-Indiëgangers nog altijd de grootste groep naoorlogse nieuwkomers uit hetzelfde land van herkomst. Inmiddels hebben meer dan een miljoen Nederlanders banden met Indonesië. Volgens de Nationale Herdenking 15 augustus 1945 gaat het zelfs om 2 miljoen mensen.

Hernieuwde belangstelling

Er lijkt hernieuwde belangstelling te zijn voor ons Indisch verleden bij tweede en derde generaties Indo’s (gekleurde Indo-Europeanen) en Totoks (blanke Hollanders die in Indië woonden). Zo werd vorig jaar Pindah Magazine gelanceerd; waarvan een oplage van meer dan 45.000 exemplaren binnen een mum van tijd was uitverkocht. Het magazine vertelt de verhalen van het leven in Nederlands-Indië en van hen die hun geboorteland moesten verlaten om hier een nieuw bestaan op te bouwen.

Deze groep voormalig Indiëgangers heeft zich destijds geruisloos aangepast aan de Nederlandse samenleving. Zij worden daarmee ook wel het voorbeeld van een geslaagde assimilatie genoemd. Toch spelen er onder de oppervlakte stille krachten die tot op de dag van vandaag invloed hebben op persoonlijke levens en familiestructuren.

Trauma

ARQ Centrum ’45 is gespecialiseerd in behandeling van mensen wiens ouders tijdens de Tweede Wereldoorlog getraumatiseerd zijn. Er is een speciale behandelgroep voor kinderen van de Indische na-oorlogse generatie. Hoewel deze mensen zelf niet blootgesteld zijn aan het oorlogsgeweld, kunnen ze psychische klachten hebben die verband houden met het trauma van hun ouders.

Vaak ging in de jeugd alle aandacht naar de oorlogservaring of heerste er juist een sfeer van zwijgen en geheimhouding. Soms ging dit gepaard met alcoholproblemen en mishandeling.

Vluchten van de pijn

Het gevolg hiervan is dat de kinderen van ouders die bijvoorbeeld in Jappenkampen hebben gezeten of aan de Birmaspoorlijn hebben gewerkt veel ontzag hebben voor hun ouders en zich sterk verantwoordelijk voelen voor hen. Hierdoor lukt het ze niet zich los te maken en hun eigen identiteit te ontwikkelen. Het omgekeerde gebeurt ook: kinderen vermijden alle contact met de ouders en vluchten weg van de pijn.

Een voorbeeld hiervan is King van As (78) die met zijn ouders in Nederlands-Indië verbleef en een aantal jaar in een Jappenkamp doorbracht. Ook hij vluchtte weg voor het trauma van zijn ouders. Zijn verhaal is in z'n geheel hieronder te lezen.

Lees hier het verhaal van King

King zat als kind in het Jappenkamp en vluchtte weg voor de pijn van zijn ouders

King van As (78) bracht als kind van een KNIL-militair samen met zijn moeder en oma, een aantal jaar in het Jappenkamp door. Zijn vader was tewerkgesteld aan de Birma-spoorlijn. Na de bevrijding is hij getuige van de gruwelijkheden als gevolg van de politionele acties.

Lees verder

De herdenking vindt zaterdag 5 september 2020 plaats in Roermond bij het Nationaal Indië-Monument 1945-1962 in wandelpark Hattem.