Hans Vossensteyn: ‘Het is te vroeg om het leenstelsel af te schrijven’

Afgelopen week liet de PvdA weten in hun nieuwe verkiezingsprogramma het leenstelsel te willen afschaffen en studenten te compenseren voor de afgelopen jaren. Ook andere partijen zijn inmiddels om. Dankzij het verminderde politieke draagvlak lijkt het dat het leenstelsel op zijn retour is. Maar is het niet te vroeg om het huidige systeem in zijn geheel af te schrijven?

Hans Vossensteyn: ‘Het is te vroeg om het leenstelsel af te schrijven’

Al sinds de invoering in 2015 hebben studentenorganisaties zich hard gemaakt voor de afschaffing van het leenstelsel. Het stelsel zou een negatieve invloed hebben op het leven tijdens en na de studietijd. Zo zouden studenten veel minder snel op kamers gaan als gevolg van de toegenomen financiële druk. Ook hebben studenten volgens onderzoek van de Sociaal-Economische Raad (SER) door het lenen steeds meer last van prestatiedruk en andere psychische klachten.

Verbetering onderwijskwaliteit

Daarnaast is het allesbehalve eenduidig of het geld dat bespaard wordt door de afschaffing van de basisbeurs daadwerkelijk effectief wordt ingezet voor onderwijsverbetering. Zo beloofde het toenmalige kabinet dat er een miljard zou vrijkomen voor dit doel. NOS op 3 deed afgelopen jaar onderzoek naar wat er precies gebeurde met dat bedrag. Zij kwamen echter tot de conclusie dat maar een klein percentage van de beloofde miljard richting effectieve onderwijsverbetering gaat.

Ook is het niet zichtbaar hoe dit geld wordt ingezet. Zo liet Quinta Kelle van het Interstedelijk Studentenoverleg (ISO) weten: ‘We moeten toegeven dat zelfs wij als betrokken studenten het soms lastig vinden om te zien waar die investeringen naartoe gaan en wat de impact is op de individuele student.’

In de schulden storten

Het doel van het huidige leenstelsel was dat het een ‘sociaal systeem is waar de bakker niet hoefde te betalen voor de opleiding van het zoontje van de advocaat.’ Maar is het werkelijk wel zo sociaal?’ vroeg voormalig kamerlid van D66 Zihni Özdil zich af. “Als een samenleving besluit dat onderwijs een recht is, vind ik dat daar geen enkele leencomponent bij hoort. ‘Hoe sociaal zo’n stelsel ook is, een grote groep wordt gedwongen met schulden af te studeren. Slechts een kleine groep ‘elite’ studeert af zonder schulden,” stelt Özdil.

Met name het disciplinerende doel van het leenstelsel is een doorn in het oog van Özdil. “Je dwingt mensen om met enorme schulden de arbeids- en woningmarkt op te gaan. Dan beteugel je hen. Mensen met veel schulden nemen elk baantje aan om het te kunnen afbetalen en zullen minder snel staken of bij een vakbond gaan.”

Wie profiteert, betaalt

Hans Vossensteyn, voormalig directeur van CHEPS, een onderzoekinstituut van de Universiteit Twente, ziet totaal geen heil in het afschaffen van het huidige leenstelsel. “Met de basisbeurs werd jaarlijks een miljard euro uitgedeeld. Een groot deel van dat bedrag kwam terecht bij studenten uit gezinnen die het onderwijs prima zelf konden betalen.” Vossensteyn gelooft daarom nog steeds in het oude elan van het leenstelsel: “Mensen die het meest profiteren van hun opleiding, betalen daarvoor de rekening.”

Wat valt er dan wel te verbeteren aan het huidige systeem? Vossensteyn: “De belangrijkste weeffout in het huidige systeem is dat de aanvullende beurs niet genoeg compenseert voor het wegvallen van de basisbeurs voor kinderen van minder welvarende ouders. Voorheen kregen deze studenten een basisbeurs én een aanvullende beurs.”

Afschrijven

Het afschaffen van het huidige leenstelsel komt volgens Vossensteyn dus veel te vroeg, en om de verkeerde redenen bovendien. Het lenen krijgt momenteel namelijk de schuld van de verhoogde prestatiedruk bij studenten. “Politieke partijen trekken hun handen er steeds meer vanaf doordat er een koppeling wordt gemaakt tussen lenen enerzijds en prestatiedruk anderzijds. Maar dat het leenstelsel de grote boosdoener is, is helemaal nog niet aangetoond,” stelt Vossensteyn.

Een betere verklaring daarvoor zijn de prestatieafspraken die universiteiten in 2013 maakten om werk te maken van studierendementen, stelt Vossenteyn. “Toen vonden we dat de kwaliteit van onderwijs omhoog moest. Dat vertaalde zich in het terugdringen van studie-uitval, stimuleren van nominaal studeren met het bindend studieadvies.”

Het bordje van de belastingbetaler

Tot slot is er een andere belangrijke schaduwkant aan de afschaffing; De rekening daarvoor komt op het bordje van de belastingbetaler. Vossensteyn: “Dat zijn dezelfde mensen die de laatste jaren kampen met hogere zorgpremies en kortingen op het pensioenstelsel. Is het echt eerlijk dat zij daaraan gaan meebetalen?”

Een mogelijk antwoord op deze vraag is het verandering van het belastingsysteem, stelde de voormalige minister van Financiën, Jeroen Dijsselbloem, vorig jaar in een gesprek bij De Wereld Draait Door.

“Als we straks in 2020 dan toch kabinetten gaan formeren en dit punt komt op tafel, dan vind ik wel dat de belastingheffing progressiever moet worden.” Dit zou volgens Dijsselbloem een nog betere manier zijn om te doen wat het toenmalige kabinet graag wilde doen: Namelijk de verbetering van onderwijs. “Als we belasting progressief maken, wat inhoudt dat als je later meer gaat verdienen je uiteindelijk meer gaat betalen, kan de basisbeurs weer mogelijk worden gemaakt.”

Praat mee

Komende verkiezingen ziet het er naar uit dat de hervorming of afschaffing van het leenstelsel een belangrijk agendapunt wordt. Is het beter om het leenstelsel als een gefaald project te zien of is het onterecht de kop van jut? Praat mee op onze facebookpagina en deel je mening.