Marlijn Weerdenburg heeft meer te verliezen naarmate ze ouder wordt

Marlijn Weerdenburg is zangeres, presentatrice en actrice. Ze vertelt hoe ze gepest werd, en dat het haar heeft gebracht waar ze nu is. “Het heeft mij kanten op geduwd waar ik anders misschien niet naartoe had gedurfd. Door die bewijsdrang ben ik nu waar ik ben in het leven.”

Marlijn Weerdenburg heeft meer te verliezen naarmate ze ouder wordt

Geloof niet in spijt, maar leef schrijft Weerdenburg op de kist, waar elke gast in De Kist iets op schrijft. Waarom kiest ze juist voor die tekst? “Ik geloof dat spijt iets is wat tot stilstand kan roepen. Op het moment dat ik zou geloven in spijt durf ik keuzes niet te maken. Toen ik jong was durfde ik alles en sprong ik overal gewoon in het diepe, met bravoure. Soms zelfs wel een beetje opportuun. ‘Doe ik wel even’.  En naarmate ik ouder word moet ik mezelf hier soms aan helpen herinneren.” Ze heeft meer te verliezen, zegt ze. "Ik heb een kind waar ik graag goed voor wil zorgen, een goed voorbeeld voor wil zijn. Een man waar ik veel van hou, ouders die ouder worden die ik niet kwijt wil raken. Het wordt allemaal steeds belangrijker.”

Ze vertelt erover In de kerk in Berkel en Rodenrijs, de plek van de begrafenis van haar opa en oma. Het is daarom een speciale plek voor Weerdenburg, die een speciale band had met haar opa. Weerdenburg heeft gezien hoe haar opa is gestorven, toen ze 16 was. “Ik was erbij. Die desbetreffende dag gebeurde er iets. Ik ging op de fiets naar school en ik voelde ‘ik moet naar mijn opa toe’. Dat was een dwingende gedachte, want ik moest, hoe dan ook, gaan. Ik was heel close met mijn opa, dol op hem.”

We moeten blijven, hij gaat dood

Haar opa lag in een ziekenhuisbed in hun huis, hij was al langer ernstig ziek. Haar oma en vader en moeder waren er ook. Op het moment dat haar vader al richting zijn werk was en ook haar moeder wilde gaan stak Weerdenburg daar een stokje voor. “Ik zei: ‘we moeten blijven, hij gaat dood.’ Toen zijn we bij zijn bed gaan zitten en het uur daarna stierf hij. Ik heb daarbij mogen zijn. Ik ervaarde één van de mooiste dingen die ik ooit heb meegemaakt: ik zag hoe het leven wegglipte.” Dat was een bijzonder moment, omdat ze zagen dat het goed was. “We wilden dat hij ging. Eigenlijk is er niks fijners, denk ik, dat je om het bed staat met elkaar en kan zeggen: het is goed zo.”

Maar toch, het was ook moeilijk. Op het moment dat het gebeurde voelde ze totale ontreddering. “Diegene is nu echt weg en komt echt niet meer terug. Je vraagt ‘ga alsjeblieft’, maar dan gebeurt het en realiseer je je dat diegene echt weg is.” Haar zoon is vernoemd naar haar opa: Teun. “Ik wil dat hij ergens nog is. Dat je hoopt dat er een stukje van hem in dat kleine mannetje misschien doorleeft.”

Pesten

Even terug naar haar jeugd. Ze stond als kind graag in het middelpunt en ze viel ook altijd wel goed in de groep, vertelt ze. Totdat ze in groep 7 kwam en dat omsloeg: “Dan word je ineens gepest. Dat was zo’n grote overgang van het kindje wat altijd welkom was en gezellig, naar ‘we vinden jou stom en je hoort er niet bij.’ Dat heeft wel iets beschadigd en geraakt in mij, waardoor ik wil laten zien, ik ben wel leuk. Ik ben het wel waard. Dat ben ik aan het bewijzen. Nog steeds.”

Het heeft haar ook iets gebracht. “Ik zie nu ook wat het me brengt. Ambitie, bewijsdrang gebracht. Het heeft mij kanten op geduwd waar ik anders misschien niet naartoe had gedurfd. Door die bewijsdrang ben ik nu waar ik ben in het leven. En dat is ook een beetje dankzij hen.”