Boeren, burgers en de immense kracht van de ketens

Columnist David Heek schrijft over zijn toekomstbeeld voor de boeren, die onderaan in de keten vastzitten. De boer zit klem. "Maar misschien is er ruimte om buiten de ketens om iets nieuws te bewerkstelligen. Misschien is er ruimte om boeren en burgers lokaal en regionaal opnieuw met elkaar te verbinden."

Boeren, burgers en de immense kracht van de ketens

‘U zag hoe een steen losraakte, zonder dat er een mensenhand aan te pas kwam, hoe de steen tegen de ijzeren en lemen voeten van het beeld sloeg en ze verbrijzelde…’
[Daniël 2 vers 34]


‘De boer zit klem’, schreef Irene van Staveren afgelopen juli in een column in Trouw. De prijs die boeren voor hun melk krijgen is laag. Erg laag. Rond de 30 cent per liter. Hoe dat kan? In de kern komt het hierop neer dat de melkprijs niet mede door de boeren wordt bepaald. Ze zitten vast in de zogenaamde ketens, bungelen ergens onderaan. Politiek, grote bedrijven en hun aandeelhouders, managementlagen, supermarkten en boeren die vanwege de noodzakelijke uitbreiding van hun schuren en veestapel de uitstoot van stikstof zagen toenemen waarop de politiek de afgelopen tijd met stikstofmaatregelen moest reageren, houden elkaar in een, ja, verstikkende houdgreep. ‘De enige manier om die uitstoot substantieel te verminderen is een kleinere veestapel. Maar dan kan de boer niet meer kostendekkend produceren. De boer zit dus klem.’

Kringlooplandbouw

Kringlooplandbouw is het nieuwe devies vanuit het ministerie van LNV. Een mooi streven om de landbouw duurzamer te krijgen. Maar in de kern verandert er niets. Sterker nog, de boer wordt mede verantwoordelijk gemaakt voor het herstel van de opgelopen schade die ze bijna gedwongen moesten maken. Het eigenlijke probleem, “de heilige graal” wordt niet aangeraakt: de prijs. De lange keten waarin de prijs bepaald blijft worden door (inmenging van) ‘de grote jongens’, wordt niet afgebroken. Aandeelhouders verwachten hun deel van de winst, en bij de politiek wordt erop aangedrongen geld en middelen beschikbaar te stellen om de boeren te helpen de kringlooplandbouw op poten te zetten, die ze heus wel willen meefinancieren. Als de ketens maar in stand blijven. Hier zit grote druk op. Over duurzaamheid valt zeker wel te praten en de duurzaamheids-supermarktreclames vliegen ons om de oren, maar als het op geld aankomt wordt de verantwoordelijkheid afgeschoven op ‘de mensen boven ons’ (aandeelhouders en managers). Zo blijven de boeren de dupe van de hardnekkige keten, en blijft het vechten om het hoofd boven water te blijven houden. En natuurlijk, ook de grote bedrijven zelf zitten vast in de keten. Iedereen ervaart de gevolgen van de ketens, of je er nu rijker of armer van wordt. Maar laten we niet teveel medelijden tonen met de winnaars.

Ketens – het woord alleen al roept de associatie op met boeien en ijzeren kettingen. Ondoordringbaar, onveranderlijk, hard en pijnlijk voor de mensen onderaan de keten. Tegen zulke beelden valt gewoon niet op te boksen. En misschien moeten we dat dan ook maar niet doen. Misschien moet er iets nieuws, iets van buitenaf gebeuren, iets dat buiten de ketens om gaat.

Daniël zag en verklaarde ooit de droom van Beltesassar, de Trump of Erdogan of Assad of Poetin in zijn tijd. De wereldleider die regeerde vanuit Babel luistert naar een Joodse jonge kerel. Daniël doorzag het toenmalige en toekomstige systeem van wereldrijken die stuk voor stuk sterk oogden, steeds zwakker werden en ook hun allerzwakste plek hadden: innerlijke verdeeldheid. De voeten van ijzer en leem.

Zwakke plekken

Elk systeem heeft zijn zwakke plekken. In letterlijke zin: het zijn de zwakkeren die de macht van de rijken moeten dragen. De voeten lijden onder het grote hoofd en het logge lijf. Maar ook figuurlijk: elk rijk dat niet geworteld is in de waarheid, is gedoemd om te vallen. Daniël ziet het in de toekomst van toen gebeuren, en heeft de vrijmoedigheid om het deze machthebber met respect maar recht in zijn gezicht te vertellen. ‘De steen zal al die koninkrijken verbrijzelen en vernietigen, maar zelf zal het eeuwig bestaan – precies zoals u zag dat er een steen van de berg losraakte zonder dat er een mensenhand aan te pas kwam, en het ijzer, brons, leem, zilver en goud verbrijzelde.’ (Daniël 2:44-45)

Misschien moeten wij ook ónze handen maar van de ketens afhouden. Ze zijn te sterk. Te machtig. Aandeelhouders, bedrijven, politieke en economische belangen (denk aan de enorme export van onze landbouwproducten!) – de keten is te verstrengeld en te verweven om te kunnen veranderen.

Maar misschien is er ruimte om buiten de ketens om iets nieuws te bewerkstelligen. Misschien is er ruimte om boeren en burgers lokaal en regionaal opnieuw met elkaar te verbinden. Misschien kan er ruimte worden gecreëerd om buiten de keten om een (melk)prijs voor de boer af te spreken die rechtdoet aan hun werk én hen de speelruimte geeft om de veestapel af te schalen en de uitstoot te verminderen. Dat wil de politiek, dat willen veel boeren, dat wil iedereen met hart voor dieren, duurzaamheid en biodiversiteit. Maar let op! Richt deze omleiding, deze boeren-bypass, wel op zo’n manier in dat de geldstroom, de data en genoemde fair true price voor boeren wordt geborgd. Lokaal en regionaal. Want we moeten er niet aan denken dat er een ‘grote jongen’ voorbijkomt die de lokale en regionale opzet voor zoveel miljoen of miljard opkoopt – waardoor we zomaar verleid worden onze ziel te verkopen, en we ons opnieuw aan het systeem van de keten ketenen.

Steengoed droombeeld

Misschien leven we in een tijd waarin ruimte komt voor een breed verankerde en diep gewortelde boer-en-burger-strategie die ons hart (voor eten uit de buurt en samenzijn rond de tafel) weer raakt. En misschien, ja, heel misschien wil de huidige keten wel meewerken aan dit beleid. Heel simpel, door – laten we zeggen – 20 tot 30% ruimte te geven aan deze bypass: een lokale, regionale en qua data en prijs geborgde samenwerking tussen boeren en burgers. Gaan we ondertussen naast elkaar door, als keten en als initiatief, met mentale ruimte en moreel respect voor elkaar. Geen concurrentie, geen gevecht. We kijken gewoon of er iets in beweging komt. Onder burgers. Onder Nederlanders die willen weten wat ze lokaal en regionaal eten, en dat hun (klein)kinderen willen meegeven. En onder boeren die een prijs krijgen die zij verdienen, stevig op hun voeten kunnen staan - niet langer wegzinkend als leem of boos als ijzer - en duurzaam en toekomstbestendig hun werk doen.

Is dat geen steengoed droombeeld voor nu?